Klassieke kleefmijn maakt rentree bij zeestrijd Israël en Iran

Zeeconflict Een aan Israël toegeschreven aanval op een Iraans schip in de Rode Zee lijkt een escalatie van hun zeestrijd. Het gekozen wapen is ouderwets, maar effectief.

Foto's AP

Explosieven in een metalen ovenschaal, een stel magneetjes en smeltende anijssnoepjes om de ontsteking te vertragen. Dat waren de hoofdingrediënten van de eerste kleefmijnen. Met deze simpele uitvinding konden de Britten tijdens de Tweede Wereldoorlog vijandelijke schepen schade toebrengen of zelfs laten zinken. De schermutselingen op zee tussen Iran en Israël hebben ouderwetse wapens als kleef- en zeemijnen weer in beeld gebracht.

Dinsdagochtend klonk een ontploffing op een Iraans schip in de Rode Zee, waarna zeewater de machinekamer instroomde. De ontploffing, waarschijnlijk veroorzaakt door een kleefmijn, wordt toegeschreven aan Israël, al geeft Israël dat niet openlijk toe. Het schip, de Saviz, staat geregistreerd als vrachtschip, maar is bij inlichtingendiensten beter bekend als Iraans commandoschip. De aanval is een escalatie in een reeks wederzijdse aanvallen op zee. Vorige maand onthulde The Wall Street Journal dat Israël in de afgelopen paar jaar zeker twaalf Iraanse schepen beschadigde met behulp van mijnen, vooral containerschepen die Iraanse olie naar Syrië vervoerden en zo internationale sancties probeerden te omzeilen. Andersom zou Iran verantwoordelijk zijn voor explosies op twee schepen met Israëlische eigenaars.

Wederzijdse cyberaanvallen

De zeeschermutselingen staan niet op zichzelf. Israël heeft honderden luchtaanvallen uitgevoerd op doelen in Syrië die aan Iran of zijn bondgenoten zijn gelieerd. Woensdagnacht werden er nog drie doden geclaimd bij een bombardement. Ook voeren de landen wederzijdse cyberaanvallen uit en wordt Israël verantwoordelijk gehouden voor de spectaculaire moord op een Iraanse atoomgeleerde in november. „We zijn in oorlog, maar met onze lichten uit”, zei de Iraanse militair analist Hossein Dalirian in The New York Times.

Kleefmijn wordt door duiker geplaatst

Kleefmijnen kwamen sinds de Tweede Wereldoorlog nauwelijks meer in het nieuws. Sinds een paar jaar komen mijnen op zee echter terug in de belangstelling, vooral sinds Iran in 2012 de Straat van Hormuz dreigde af te sluiten. Met de kleefmijn (‘limpet’ oftewel ‘zeeslak’-mijnen in het Engels) maakt een oud maar effectief middel zijn rentree. De uitvoering mag gemoderniseerd zijn, met bewegingssensoren of timers en zonder anijsballetjes, de basismethode bleef al die jaren hetzelfde: een duiker draagt een explosief met zich mee en zwemt tot onder aan de boot. Dan plaatst hij de mijn met een magneet op de romp en verdwijnt in het duister. Om te voorkomen dat de duiker zichzelf opblaast met de boot, is er een vertraagd ontstekingsmechanisme.

Mijnen op zee zijn vooral handig voor kleinere of zwakkere spelers, zegt Shaul Chorev, directeur van het Maritime Policy & Strategy Research Center in Haifa. „Het is een typisch voorbeeld van asymmetrische oorlogvoering – kijk maar naar de Straat van Hormuz, het maakt niet uit dat de VS sterker zijn, Iran weet waar de VS kwetsbaar zijn.”

Dat ook Israël ondanks zijn moderne krijgsmacht een beroep doet op kleefmijnen, heeft mogelijk te maken met de intentie om onder de radar, of beter gezegd onder de sonar te blijven. Als een kleefmijn eenmaal op een schip zit, is lastig te achterhalen waar die vandaan komt, terwijl een projectiel afschieten nogal in het oog springt. Een mijn is bovendien preciezer, omdat het explosief precies op de gewenste plek geplaatst kan worden, bijvoorbeeld ter hoogte van de machinekamer.

We zijn in oorlog, maar met onze lichten uit

Hossein Dalirian Iraanse analist

Naast kleefmijnen gebruikt Iran ook zeemijnen. Die worden in zee geplaatst, bijvoorbeeld door een onderzeeër, en reageren op voorbijkomende schepen. Deze mijnen zijn minder geschikt om een specifiek doel te treffen en meer om een gebied af te sluiten. „Het is ook een psychologisch wapen”, zegt Jonathan Greenert, voormalig hoofd van de Amerikaanse maritieme operaties. „Als je weet dat in de Straat van Hormuz mijnen zijn geplaatst, stuur je daar niet zomaar je vrachtschepen doorheen. De kans is klein dat er één wordt geraakt, maar áls het gebeurt, is de schade groot. Mijnen zijn een goedkoop middel met een hoog rendement.”

Wettelijk is het plaatsen van kleefmijnen en zeemijnen op het randje. In tegenstelling tot personeelsmijnen wordt het gebruik ervan nauwelijks internationaal beperkt.

Belangrijk strijdterrein

De zee blijkt nog altijd een belangrijk strijdterrein, en dat belang neemt alleen maar toe met de wereldhandel. Tijdens Greenerts leiding vergrootte de Amerikaanse marine haar capaciteit om zeemijnen onschadelijk te maken. Tegenwoordig worden daar onbemande vaartuigen voor gebruikt, die zelfstandig de zee en zeebodem afstruinen. „Een mijnenveegactie die vroeger weken duurde, is nu in een paar dagen klaar”, zegt Greenert. Het blijft lastig om de apparatuur nauwkeurig genoeg te krijgen – de eerste versies sloegen ook aan op koelkasten of auto-onderdelen.

Chorev is kritisch over de clandestiene acties van Israël. De commerciële zeevaart is kwetsbaar voor tegenaanvallen, benadrukt hij. „Nu al komt een derde van Israëls import via de Rode Zee uit het Verre Oosten, en met de nieuwe akkoorden met Arabische staten wordt dat nog meer. De Israëlische marine is niet voldoende in staat om vrachtschepen te beschermen.” Chorev hoopt dat de recente overstap van Israël naar CentCom, het centrale Amerikaanse commando in het Midden-Oosten, zal helpen bij het verkrijgen van Amerikaanse steun. Nu Israël kennelijk besloot tot de aanval op de Saviz precies op het moment dat de regering-Biden toenadering tot Iran zoekt, zullen de VS Israël echter niet snel ter wille zijn.