Maxim Osipov: „Navalny is een jonge Napoleon, een krachtig politiek figuur die weet wat hij wil. Daarom is Poetin heel bang voor hem.”

Merlijn Doomernik

Interview

De schrijver die genadeloos het Rusland van Poetin laat zien, ‘ik ben dagelijks bang’

Maxim Osipov | Schrijver

In zijn verhalen laat de Russische schrijver genadeloos het Rusland van Poetin zien. „Nergens zie ik tegenkrachten voor de geheime politie, die het land bestuurt.”

Precies één dag is de Russische schrijver en arts Maxim Osipov (Moskou, 1963) in Amsterdam. Hij was toch in de buurt, in Frankfurt am Main om precies te zijn. Daar wonen zijn dochter en schoonzoon, die onlangs een kind hebben gekregen. Om hen bij te staan, hebben Osipov en zijn vrouw Rusland voor een paar weken verlaten. „Ik ben ingeënt met het Spoetnik-vaccin”, zegt hij met een lach. „Het is voor 99 procent effectief, dus ik ben beschermd tegen Covid-19.”

Osipovs verhalenbundel De wereld is niet stuk te krijgen is met vier drukken in nog geen twee maanden tijd in Nederland een succes. Wie het boek leest, krijgt een wanhopig Rusland voorgeschoteld waarin iedereen, van arm tot rijk, vooral bezig is met overleven en niet met leven. Tegelijkertijd zijn de verhalen een liefdesverklaring aan datzelfde onmogelijke land en diezelfde lijdende mensen.

Wat Maxim Osipov schrijft is razend actueel, vooral sinds oppositieleider Aleksej Navalny in een strafkamp zit. De manier waarop hij wordt behandeld, zegt veel over de meedogenloze manier waarop Rusland wordt bestuurd, aldus Osipov.

Navalny is er slecht aan toe. Wat vindt u van hem?

„Ik bewonder hem en steun hem. Navalny is iemand van formaat. Sinds hij vorig jaar die gifaanslag heeft overleefd, is er iets in hem veranderd en is hij gaan geloven in zijn eigen lotsbestemming. Maar anders dan velen denken is hij geen martelaar. Eerder is hij een soort jonge Napoleon, die het ene na het andere risico neemt om zijn doel te kunnen bereiken en er steeds goed vanaf komt. Hij is een krachtige politiek figuur die weet wat hij wil. Daarom is Poetin heel bang voor hem.

„Navalny neemt dan ook een groot risico. Toch zou het me niet verbazen als hij een zekere mate van steun geniet van de wat liberale figuren in het Kremlin.

„Ik wens hem alle goeds. Sommigen blijven erop hameren dat hij jaren geleden een nationalist en racist was. Daarom vertrouwen ze hem niet. Maar in Rusland heb je het nu eenmaal niet voor het uitkiezen. Er zullen in ons land nooit normale presidentsverkiezingen zijn, bijvoorbeeld tussen Navalny en Lev Schlossberg (een liberale politicus en mensenrechtenactivist, red.).

„Ik zie mezelf dan ook als een aanhanger van Navalny. Vanmorgen heb ik daarom een steunbetuiging van het PEN Centrum Moskou ondertekend.”

Zou Navalny een personage in een van uw volgende verhalen kunnen worden?

„Misschien als hij weer op vrije voeten is. Ik vind niet dat ik nu het recht heb om over een bestaand iemand te schrijven, die als onschuldig slachtoffer van het regime in de gevangenis zit. Misschien als hij vrijgelaten is. ”

U bent in de VS opgeleid als cardioloog, maar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie naar Moskou teruggekeerd. Waarom eigenlijk?

„Ik was een patriot. Op de middelbare school keek ik veel naar voetbal. Altijd was ik dan tegen het elftal van de Sovjet-Unie, omdat ze zo slecht speelden. Maar tijdens het EK van 1988 hadden we ineens een goed elftal, ook al verloor het in de finale met 2-0 van Nederland. Vanaf dat moment steunde ik het Sovjet-elftal.

„Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie hadden ze niet eens een behoorlijk tenue. En toen ik ze op de Olympische Spelen van 1992 zag voetballen en de hele wereld tegen ons was, voelde ik ineens zo’n liefde voor dat elftal, dat ik naar Rusland ben teruggekeerd. Ik wilde mijn land helpen.

„Terug in Moskou begon ik een uitgeverij, omdat er in Rusland geen goede studieboeken voor artsen bestonden. We vertaalden die uit het Engels en redigeerden ze. Zelf schreef ik samen met mijn Amerikaanse hoogleraar een handboek over cardiologie. Het uitgeven zag ik niet als onderneming, maar als missie. Ik zou het nu niet meer doen, omdat alles in Rusland om geld verdienen draait en niet om idealen. Het probleem in het huidige Rusland is dat alles een onderneming is geworden: het ziekenhuis, de school, de kerk, et cetera.

„Ik heb die uitgeverij tien jaar geleid. Maar na de zelfmoord van mijn hoofdredacteur in 2005, voelde ik me alleen staan. En toen in datzelfde jaar ook mijn wijze vriend en leermeester Ilja Smajn stierf, een Jood die priester was geworden, besloot ik te gaan schrijven.”

Waarom toen pas?

„Ik wilde het al sinds mijn jeugd, maar was er te lui voor. Bovendien was het beroep van dokter respectabeler. Nog altijd zou ik daarom niet willen dat mijn eigen kinderen schrijver worden. Maar op mijn 43ste besloot ik dat het tijd was om de pen op te pakken.

„Ik had altijd een dagboek bijgehouden. Na de dood van vader Smajn stuurde ik de fragmenten over hem naar het literaire tijdschrift Znamja . Daar wilden ze het meteen hebben. Toen de redactie vervolgens vroeg of ik iets over mijzelf kon schrijven, leidde dat tot mijn eerste verhaal, In mijn geboorteland. Sindsdien heb ik zes verhalenbundels gepubliceerd.”

De verteller in dat debuutverhaal laat weinig heel van de situatie in Rusland. Iedereen is er corrupt, niets functioneert, niemand heeft ook maar iets voor een ander over. Hebt u nog hoop als het om de toekomst van uw land gaat?

„Op dit moment ben ik heel pessimistisch. Nergens zie ik tegenkrachten voor de geheime politie, die het land bestuurt, en de maffiabendes. Naar intelligente stemmen wordt niet geluisterd – die discussiëren hoogstens op Facebook met elkaar. Dat is de realiteit van nu. Ons land kent geen instituties die de macht kunnen bekritiseren.”

U schrijft in ‘In mijn geboorteland’ dat de mensen in Rusland eigenlijk niet leven, maar overleven, net als in ‘De wereld is niet stuk te krijgen’.

„Ik ervaar het zo. Halve kennis over iemands leven is voor een schrijver overigens beter dan hele kennis. Het stimuleert mijn fantasie. Toen ik in 2005 in het ziekenhuis van Taroesa ging werken, verraste me alles wat ik daar aantrof. Nu niet meer. Ik heb geen gevoel meer om nog door iets verrast te worden. Ik ben afgestompt door alle ellende.”

De situatie in dat ziekenhuis, die u in dat verhaal beschrijft, is zorgwekkend. Is er sindsdien wat veranderd?

„In Taroesa is de situatie verbeterd. Maar veel andere ziekenhuizen zijn gesloten, omdat er niet genoeg artsen zijn. Ook is het moeilijk om in Rusland een goede arts te kúnnen zijn. Het hele maatschappelijke systeem is bij ons ontworpen om anti-humaan te zijn. Je moet als arts van goeden huize komen om aan de kant van de patiënt te durven staan en niet aan die van de eigenaar van het ziekenhuis of de staat. Als je ongehoorzaam bent, kun je je baan verliezen.”

Waarom is de Russische staat zo hard voor zijn burgers?

„Het is een kwestie van totale repressie. Al in de Sovjet-Unie stond het hele leven, vanaf de crèche, school, militaire dienst tot aan de gevangenis in het teken van vernedering. En nog altijd doet de staat alles om de burgers klein te houden.

„Ik ben ooit geopereerd, maar liet dat door bevriende artsen in Duitsland doen. Anders dan in Rusland ben ik in zo’n westers ziekenhuis nooit vernederd. Ik hoefde er nooit naakt voor mijn artsen te staan, ik werd er nooit op bed vastgebonden, mijn mobiel is er geen moment afgenomen. In Rusland zul je zoiets zelden meemaken. Daar overheerst een traditie van gebrek aan respect voor de medemens.”

In uw verhaal ‘De Renaissanceman’ beschrijft u genadeloos een rijke zakenman, die op niet zo’n heel nette manier aan zijn fortuin is gekomen. Is zo iemand representatief voor de nieuwe elite in Rusland?

„Hij denkt dat het leven bestaat uit werken en uitrusten, maar vergeet de liefde. Zulke mensen beschouwen zichzelf inderdaad als de nieuwe elite. Maar in geen land ter wereld is die elite zulk gespuis als bij ons. Ik heb net Sebastian Haffners Kanttekeningen bij Hitler gelezen. Daar komen de nieuwe rijken op tijdens de hyperinflatie van de jaren twintig. Jonge mensen werden ineens schatrijk en dachten alleen nog maar aan zichzelf en niet meer aan de generatie van hun ouders. Het is bijna hetzelfde als bij ons.”

Ik heb geen gevoel meer om verrast te worden. Ik ben afgestompt door alle ellende

Hoe bent u in Taroesa beland, het provinciestadje waar uw verhalen zich afspelen en waar u woont?

„Mijn overgrootvader was in de jaren dertig slachtoffer van de Stalin-repressie. Na zijn straftijd in de goelag en de Tweede Wereldoorlog mocht hij niet meer in Moskou wonen. Zo kwam hij terecht in Taroesa, dat buiten de 101 kilometerzone rond de hoofdstad lag waar ex-veroordeelden niet mochten komen. Taroesa had toen geen elektriciteit en stromend water. Je deed er twaalf uur over om er vanuit Moskou te komen. Mijn moeder kwam er vanaf haar tiende op bezoek.

„Mijn overgrootvader had er een mooi huis, waar veel dissidente schrijvers en dichters zoals Anatoli Martsjenko en Aleksandr Ginzburg op bezoek kwamen. Mijn overgrootvader overleed in 1967. Daarna gebruikten mijn ouders het huis als datsja. In mijn kindertijd kwam ik er vaak. Op mijn zevende kreeg ik in Taroesa mijn eerste glas wijn van de stiefzoon van Solzjenitsyn (de dissidente schrijver over de strafkampen van Stalin, die in 1974 de Sovjet-Unie werd uitgezet nadat hij de Nobelprijs had gekregen, red.). Op mijn tiende hebben de autoriteiten het afgebroken, omdat ze op die plek iets anders wilden bouwen. Dat deed me toen weinig, maar voor mijn moeder was het traumatisch. . Van de opbrengst van mijn boek over cardiologie liet ik er een huis bouwen. Zo keerde ik terug naar het stadje van mijn jeugd en kon ik het hectische leven van Moskou achter me laten.”

In Rusland gaan steeds vaker stemmen op om kritische schrijvers het land uit te zetten, zoals in 1974 met Solzjenitsyn gebeurde.

„De snelheid waarmee de repressie toeneemt is enorm. Elke dag worden er nieuwe repressieve wetten aangenomen. Tegenwoordig moet je al toestemming van de autoriteiten hebben als je les over de Verlichting wilt geven. Zelfs als ik morgen een verhaal in een schoolklas zou willen voorlezen, heb ik een licentie nodig. Voordat je het weet, word je als een buitenlandse agent gebrandmerkt. Dat is toch behoorlijk beangstigend.”

Is er sprake van een terugkeer naar de tijden van de Sovjet-Unie?

„Ik hoop het niet, want ik zou niet terug willen. De Sovjet-periode was een vreselijke tijd. Ik zat op een middelbare school voor kinderen die goed waren in wis- en natuurkunde. Veel van de leerlingen waren Joden. Als je daarna naar de befaamde wis- en natuurkundefaculteit van de Lomonosov Universiteit wilde, moest je toelatingsexamen doen. Een Jood of een half-Jood, hoe slim ook, kon het desondanks vergeten, maar probeerde het wel. Tegenwoordig zou geen Joodse scholier zich aan zo’n vernedering onderwerpen.”

U wordt vergeleken met Tsjechov, die als arts ook korte verhalen schreef.

„Onzin. Mensen willen altijd categoriseren. Maar ik schrijf heel anders, ook al lees ik hem graag.”

Lees ook:De recensie van De wereld is niet stuk te krijgen

Maar u schrijft wel korte verhalen.

„Ik houd van het genre. Het lezen van een kort verhaal kost je 40 à 50 minuten. Met een langer verhaal ben je drie uur bezig. Een kort verhaal is als een sonate. Als je daarnaar luistert, luister je niet naar muziek, maar naar structuren.

„Het vereist meer werk van de lezer. Door een klein detail, met een paar woorden, kan een personage ineens veranderen. Het is als in poëzie. Als je een kort verhaal voor het eerst hebt gelezen, kun je besluiten het nog eens te lezen, om er dan iets anders in te ontdekken.

„Ook kun je meerdere kanten van een bepaalde kwestie laten zien. Ook omdat je in de huidige wereld nuance nodig hebt, die in openbare discussies, bijvoorbeeld op Facebook, is verdwenen.”

Bent u bang in Rusland, gezien de huidige ontwikkelingen?

„Ja, ik ben iedere dag bang. Daarom drink ik ’s avonds een glas wijn om dat gevoel van me af te laten glijden.”

Maxim Osipov: De wereld is niet stuk te krijgen. Vert. Yolanda Bloemen en Seijo Epema. Van Oorschot, 382 blz. € 25,-