Ambtenaren willen halve week blijven thuiswerken

Overheidspersoneel Rijksambtenaren blijven graag veel thuiswerken. Ze voelen zich productief, blijkt uit een enquête. Zelfs een thuiswerkplicht vinden ze prima.

Veel ambtenaren vinden thuis werken prima en willen dit in de toekomst 15 tot 20 uur per week blijven doen.
Veel ambtenaren vinden thuis werken prima en willen dit in de toekomst 15 tot 20 uur per week blijven doen. Foto Richard Brocken/ANP

Thuiswerken is de ambtenaren van de rijksoverheid goed bevallen. Zo goed zelfs, dat ze na de coronacrisis veel meer vanuit huis willen blijven werken: ongeveer de helft van de week. Dat is een stuk langer dan de vijf uur die ze vóór de uitbraak van het coronavirus gemiddeld vanuit huis werkten. Een grote meerderheid zou het zelfs prima vinden als hun baas hen verplicht om één of twee dagen in de week thuis te blijven.

Dat blijkt uit een groot onderzoek door het Center for People and Buildings (CfPB), een onderzoeksbureau uit Delft, onder ongeveer 40.000 vooral landelijke ambtenaren van onder meer elf ministeries, de Belastingdienst, het UWV, de Nationale Politie en de rechtspraak. Deze overheidsdiensten hebben het onderzoek ook gefinancierd.

De uitkomsten worden naar verwachting pas volgende maand gepubliceerd, maar ze zijn al gedeeld met de betrokken organisaties.

Ambtenaren blijken het vooral fijn te vinden dat ze reistijd besparen nu ze meer thuis werken. Ook zijn ze beter in staat, zo vinden ze zelf, om ‘concentratiewerk’ te verrichten en om de balans tussen werk en privé beter te bewaken.

De meesten hebben er geen moeite mee om zichzelf thuis te motiveren en te activeren om door te werken. Voor zo’n 80 procent van de ondervraagden vormt dat geen enkel probleem.

En dat is een belangrijke uitkomst, volgens onderzoeker Bartele Hoekstra. „Thuis ontbreken de dwingende ogen van anderen en moet je jezelf aan de gang zetten. Ik denk dat bij veel mensen het idee leefde: we zullen eens laten zien dat wij dit kunnen.”

Ambtenaren beoordelen hun eigen thuiswerkende productiviteit én die van hun team met een ruime voldoende: respectievelijk een 7,4 en 7,9 op een schaal van 1 tot 10. „Best hoog”, zegt Hoekstra.

De onderzoeksperiode liep van april tot eind 2020. In die maanden zijn bij de verschillende overheidsinstanties meerdere enquêtes uitgezet en werd nog een aantal aanvullende groepsinterviews gehouden.

Comfortabele werkplek

Meerdere overheidsinstanties zeiden tegen de onderzoekers dat ze graag wilden weten welk type werknemers zich productief voelt, en ook bij wie dat minder het geval is.

Die vraag bleek niet eenvoudig te beantwoorden, zegt Hoekstra: „Er komt bijvoorbeeld niet één leeftijdsgroep naar voren die systematisch lager scoort.”

Wel voelden werknemers zich over het algemeen productiever als zij óók invulden dat ze een comfortabele werkplek hebben waar ze rustig kunnen werken. En: als ze de indruk hebben dat hun leidinggevende hen vertrouwt. „Als je het idee hebt dat je leidinggevende jouw werk ’s avonds met de rode pen naloopt, dan doet dat iets met je”, zegt Hoekstra. „Mensen die meer vertrouwen van hun leidinggevende ervaren, vinden zichzelf productiever. Dan voel je de ruimte om snel keuzes te maken en lekker door te werken.”

Begin dit jaar concludeerde het Centraal Planbureau (CPB) al dat werkend Nederland na de coronacrisis dubbel zoveel vanuit huis verwacht te werken als ervoor: gemiddeld ruim acht uur per week, in plaats van de 3,8 uur dat dit gebeurde voordat de pandemie uitbrak.

Tegelijk zag het planbureau dat werkenden nog steeds het grootste deel van de week naar hun werkplek willen blijven komen. De CPB-enquête richtte zich op alle sectoren, maar noemt ook een getal specifiek voor de overheidssector – van lokaal tot landelijk. Ambtenaren zeiden te verwachten dat zij zo’n 35 procent van de tijd vanuit huis blijven werken. Dat is minder dat in het onderzoek van het CfPB.

In het Delftse rapport zeggen ambtenaren dat zij voor corona al zo’n vijf uur per week thuis werkten. Zodra zij mogen terugkeren naar kantoor, hopen zij ongeveer de helft van hun werkweek vanuit huis te werken: gemiddeld 15 tot 20 uur per week.

Zelfs een gedeeltelijke thuiswerkplicht vindt veel steun: in vrijwel alle organisaties reageert 80 tot 90 procent van de werknemers instemmend op de stelling: ‘Ik vind 1 of 2 dagen thuiswerken niet erg’.

De reden dat ambtenaren in de enquête van het CfPB meer willen blijven thuiswerken dan in de CPB-studie, is vermoedelijk te verklaren door het verschil tussen de ondervraagden. Het Delftse bureau richtte zich specifiek op een groep die voor een het grootste deel kantoorfuncties verricht en gemakkelijk thuis kan werken. Het CPB ondervroeg een bredere doelgroep.

Een kleine groep ambtenaren wil graag terug naar kantoor: vanwege kleine kinderen, te kleine behuizing of een gebrek aan focus. Foto LEX VAN LIESHOUT/ANP

Kleine groep wil snel terug

Hoe positief de ervaringen met het thuiswerken ook zijn, het CfPB waarschuwt dat er ook een kleine groep werknemers is die „absoluut niet” wil blijven thuiswerken. „Zij willen het liefst zo snel mogelijk terug naar kantoor”, staat in het rapport.

Hoewel dit een minderheid is, gaat het toch om zo’n 10 tot 15 procent van de ondervraagden, zegt Hoekstra. „Die groep moet je niet vergeten.”

Lees ook: Als het straks weer mag, werken we maar de helft van de tijd op kantoor

Zij noemen verschillende redenen. Hoekstra: „Er zijn mensen die zeggen: ik heb thuis twee kleine kinderen rondlopen. Anderen zeggen: ik ben klein behuisd en heb geen goede werkplek. Sommigen zeggen: ik heb een externe omgeving nodig om mij te kunnen focussen. Ik kom bij wijze van spreken niet achter de PlayStation vandaan.”

Volgens Hoekstra is het belangrijk dat werkgevers daar goed bij stilstaan voordat zij een gedeeltelijke thuiswerkplicht invoeren. „Voor deze mensen zul je dan misschien een uitzondering moeten maken door te zeggen: prima, kom maar op kantoor.”