NDC zoekt koper voor veertig lokale bladen

Regiojournalistiek Veertig week- en nieuwsbladen van NDC mediagroep staan te koop. Ze zijn noodlijdend, maar vervullen een belangrijke lokale en regionale functie.

Enekel van de krantentiels van NRDC mediagroep.
Enekel van de krantentiels van NRDC mediagroep. Foto Corné Sparidaens
Lees ook: Van Friese krant tot Gronings stadsblog - nu allemaal van het Belgische Mediahuis

De grote uitverkoop in het Noorden is begonnen. Alle veertig week- en nieuwsbladen in de drie noordelijke provincies, Flevoland en de kop van Overijssel – met een bereik van 2,2 miljoen mensen – staan in de etalage. Dat blijkt uit berichtgeving van RTV Noord dinsdag op basis van interne stukken. Titels zoals De Eemsbode, De Kollumer Courant en De Kanaalstreek zouden te weinig winst maken door tegenvallende advertentie-opbrengsten.

Vorig jaar nam de Belgische uitgeverij Mediahuis, uitgever van onder meer NRC en De Telegraaf, het noodlijdende NDC mediagroep over. Daarmee werd Mediahuis de nieuwe eigenaar van de drie regionale kranten, waaronder Het Dagblad van het Noorden, en zestig andere merken. Ondanks grote reorganisaties in 2013 en 2015 leed NDC zowel in 2017 als in 2018 rond de 5 miljoen euro verlies. In 2019 steeg dat zelfs tot bijna 11 miljoen euro.

Onder de veertig titels zitten gratis huis-aan-huisbladen maar ook nieuwsbladen zoals de Meppeler Courant met zo’n tienduizend abonnees. NDC-topman Koos Boot zegt tegen RTV Noord dat de voorkeur uitgaat naar een koper die alle bladen in zijn geheel overneemt, maar hij sluit niet uit dat sommige titels binnen NDC behouden blijven.

Lokale slagers en bakkers

Bij de titels werken tientallen mensen, zegt Paul Teixeira, secretaris van de journalistenvakbond NVJ. „Niet alleen journalisten, maar ook advertentieverkopers, marketeers, grafisch vormgevers, distributeurs en de nodige freelancers.” In principe is afgesproken dat zij bij een verkoop meegaan naar de nieuwe eigenaar. NDC Media en Mediahuis waren woensdag niet bereikbaar voor commentaar.

Voor Huub Wijfjes, mediahistoricus van de Rijksuniversiteit Groningen, komt het nieuws als een verrassing. „De huis-aan-huisbladen worden veel en intensief gelezen, omdat ze gratis zijn”, zegt Wijfjes. „Ze zijn rendabel te maken, alleen is het geen vetpot. Mediahuis wil er waarschijnlijk van af om zo geld terug te krijgen van de overname van NDC.”

De oorsprong van de huis-aan-huisbladen gaat terug tot het begin van de twintigste eeuw, vertelt Wijfjes. „Voor de Tweede Wereldoorlog waren er nauwelijks grote winkelketens. Lokale slagers en bakkers zochten een plek om te adverteren en in dat gat stapten de huis-aan-huisbladen.” En zo werkt het nog steeds. „Voor de lokale winkels en middenstanden zijn die bladen heel wezenlijk”, zegt Wijfjes. „De adverteerders, vooral mkb’ers, willen een zo lokaal mogelijk publiek bereiken en dat krijgen ze niet bij een regionale of landelijke krant.”

„Als ik de Hoofdstraat drie keer op en neer loop, heb ik tien tips binnen.”

Ton Henzen voormalig hoofdredacteur Meppeler Courant

Daarnaast vervullen de nieuwsbladen, die twee tot drie keer per week verschijnen voor hun abonnees, en de gratis huis-aan-huisbladen een belangrijke lokale en regionale functie. „Het is de plek voor de verslaggeving van regionale amateursport”, zegt Wijfjes. „En die bladen zijn de controleur van de lokale politiek.”

Daar weet Ton Henzen, voormalig hoofdredacteur van de Meppeler Courant (1999-2017), alles van. De Meppeler Courant, ook bekend als ’T Olde Wief, bestaat al bijna 180 jaar. „Nog steeds schrijven we drie keer per week achtergronden, commentaren, verslaan we alle raadsvergaderingen en schrijven we recensies.” Op de redactie werken acht mensen, naast een groep freelancers.

Henzen, die in 1975 begon bij de krant als verslaggever, vreest voor het voorbestaan van de krant. Hoewel de krant nog zo’n tienduizend abonnees heeft in een regio van zo’n 70.000 inwoners, daalt dat aantal jaarlijks, net als de advertentie-inkomsten. „We hebben trouwe lezers, maar vooral ouderen. Een actie om jongere gezinnen een abonnement te laten nemen leverde slechts enkele tientallen abonnementen op.”

Maar de binding met de krant is groot. „Als ik de Hoofdstraat van Meppel drie keer op en neer loop, heb ik tien tips binnen”, zegt Henzen. „Iedereen kent je.”

Zwarte dag voor de journalistiek

Het zou volgens Henzen een zwarte dag zijn voor de journalistiek én de democratie als de regionale bladen geen koper vinden en een stille dood sterven. „Dan gaan gemeenten zelf keurige en ordentelijke verslagen maken van hun vergaderingen, waarbij de kool en de geit worden gespaard. Dan krijg je een doods en ondemocratisch proces.”

Hoogleraar Wijfjes is benieuwd hoe de overheid reageert op het dreigende vertrek van de lokale bladen. „De demissionaire regering spreekt zich uit voor een sterke lokale en streekgebonden journalistiek”, zegt Wijfjes. „Als deze kranten verdwijnen, moeten we ons ernstig zorgen maken over de informatievoorziening op lokaal niveau. Deze kranten zijn voor mensen zonder een abonnement vaak de enige onafhankelijke informatiebron, als gemeenten die taak overnemen krijg je informatiekrantjes zonder enige kritische noot.”

Een oplossing zou volgens Henzen zijn om bijvoorbeeld de distributie van de kranten te subsidiëren. „Dat zou de Meppeler Courant een derde van de kosten schelen. Zo kan de lokale krant in de benen blijven.” Ook die in Meppel. Want, zegt Henzen verwijzend naar de geuzennaam van de krant: „Beter een Old Wief, dan een dood wief.”