Recensie

Recensie Auto

De Dacia Spring kan de Eend van het stroomtijdperk blijken

Autotest De koper van de Dacia Spring zal wat concessies moeten doen, schrijft , maar het is een tof ding.
Foto Merlijn Doomernik

De Dacia Spring zag ik niet aankomen. Ik bedoel: ik zag zijn pointe niet. Dat hij voor nog geen achttien mille als eerste stekkerauto ruim onder de twintigduizend euro duikt is een wapenfeit, maar daar maak je nog geen revolutie mee. Voor het koopje van het jaar betaal je wel een prijs. Op papier is het schraalhans keukenmeester met een batterijtje van 27,4 kWh en een vermogen van 44 pk, iets meer dan de helft van wat een VW e-Up levert. De minste personenauto heeft er zestig. Meer dan een stadsauto is het niet, en dat was de 2.500 euro duurdere elektrische Renault Twingo ook al. Wie durft met 44 pk de A10 op tussen de supersonisch in- en uitvoegende BMW’s en Tesla’s?

Anderzijds zie ik hem met zijn zachte inborst wel een tere snaar raken bij de maatschappelijk bewuste burgerij. Wie woke genoeg is om zichzelf voor het milieu zo kwetsbaar op te stellen, kan met de Spring in elk geval die stomme ratrace cancellen. Hij kan zomaar de Eend van het stroomtijdperk worden.

Vergis je niet in hem. Dit is de eerste EV met een gewicht van onder de duizend kilo, 100 kilo minder dan de Twingo Electric, tot nu de lichtste stekkerauto op de markt. Met een actieradius van 230 kilometer volgens de WLTP-norm verslaat hij de Renault. Na de eerste kilometers valt het kwartje. Die 44 pk lijken er zeventig, zo vlot trekt het machientje op. Op de Ring is het met een trekkracht van 125 Nm en een topsnelheid van 125 prima uit te houden. De Spring is vriendelijk, stil, en wendbaar.

Hij is de zachte knuppel in het hoenderhok van de elektrobranche, het klokkenluidertje dat durft te vragen waar wij in stekkerland nou helemaal mee bezig zijn. Waarom voor gepeperde bedragen honderden pk’s en loodzware powerbanks onder de vloer als het in alle bescheidenheid ook zo kan? De Spring neemt in één klap alle grote thema’s van elektrisch rijden op de schop. Hij toont indringend welke prijs- en efficiencyvoordelen schuilen in een intelligente balans van laag gewicht, compact formaat en een nietige aandrijflijn. Zijn breuk met het heersende spierballenklimaat is weldadig en voor wie het aangaat pijnlijk leerzaam.

De koper zal enige concessies moeten slikken. Een driefasenlader heeft de Spring niet en een snellader – wat heet, tot 30 kWh – kost 495 euro extra. Maar zo’n kleine accu laad je tenminste in één nacht vol en ik heb de indruk dat hij zijn toegezegde actieradius kan halen. Tijdens een kennismakingsrit van 70 kilometer zag ik het bereik op de boordcomputer keurig van 200 naar 130 kilometer dalen. Met een eco-knop kunnen verbeten spaarders de reserves nog iets oprekken.

Naald en garen

De Spring is minder spartaans dan je voor het geld zou verwachten. Zes airbags, airco, ABS, lichtsensor, vier elektrische ramen en een noodremassistent zitten er altijd op. In de Spring Business beschermt uit gerecycled materiaal vervaardigde TEP-bekleding, een soort kunstleer, de stoelen tegen een zwaar leven als deelauto, waarop hij ook technisch is voorbereid met geolokalisatie en ontgrendelingsmogelijkheid via de smartphone. Het multimediasysteem doet in weinig onder voor dat van bestaande Dacia’s of de Twingo Electric. Met naald en garen drukte Dacia de meerkosten. De ongedeelde rugleuning van de achterbank ontgrendel je met twee lusjes op de hoeken. Die ploft dan neer alsof hij ergens over struikelt en schampt onderweg een tikje onbedoeld de armleuningen in de achterportieren. Dat zijn de ware genietmomenten in zo’n dreumes. Het moet een beetje houtje-touwtje zijn, anders is het geen Dacia.

Als het dat überhaupt is. Dacia-moeder Renault ontwikkelde het autootje, met benzinemotor, voor de Indiase en Zuid-Amerikaanse markt, waar het in 2015 werd gelanceerd als Renault Kwid. De elektrische variant rijdt sinds 2019 in China onder de naam Renault City K-ZE. De kinderziekten zouden er alvast uit moeten zijn; het concern kent hem door en door.

Zijn andere grote verdienste is zijn geringe breedte. Met 1 meter 58 schiet je overal tussendoor op de vier ielige veertien-inch-wieltjes die Dacia expres niet groter levert. Ze staan enigszins verloren in de grote wielkasten, maar dragen stevig bij aan zijn knuffelfactor. De kofferruimte valt mee en ook achterin passen twee volwassenen, zij het niet van harte.

In het najaar staat de Spring in de showrooms. Ik zal hem niet ontraden. Tof ding.