‘De lobby in Den Haag moet veel eerlijker’

Lobbycultuur UvA-onderzoeker Marcel Hanegraaff ziet dat ceo’s van grote bedrijven veel meer gedaan krijgen dan kleine bedrijven, vakbonden, ngo’s en koepelorganisaties.

Premier Mark Rutte krijgt in februari 2019 een rugzak aangeboden van Gillian Tans, ceo van Booking.com. Grote bedrijven weten makkelijk de weg te vinden naar ministers.
Premier Mark Rutte krijgt in februari 2019 een rugzak aangeboden van Gillian Tans, ceo van Booking.com. Grote bedrijven weten makkelijk de weg te vinden naar ministers. Foto Koen van Weel/ANP

De bazen van grote Nederlandse bedrijven hangen regelmatig bij ministers aan de telefoon en bedrijfslobbyisten zijn kind aan huis bij ministeries. Dat beeld komt naar voren uit een onderzoek dat Open State Foundation deze week presenteert naar de lobby in Nederland. Maar er zijn nu eenmaal veel bedrijven en ze zorgen voor werkgelegenheid. Is het niet logisch dat bewindslieden graag hun mening horen?

Volgens onderzoeker Marcel Hanegraaff van de Universiteit van Amsterdam, deskundige op het gebied van belangenbehartiging, is er wel degelijk iets goed mis. De verhoudingen zijn volgens hem zoekgeraakt. Dat zou grote gevolgen hebben voor het overheidsbeleid. Het internationale bedrijfsleven wordt volgens hem bevoordeeld en het beleid richt zich steeds meer op de korte termijn.

Lees ook:De CEO kan altijd de ministe bellen

Hoe weet u dat bedrijfslobbyisten nu meer toegang hebben dan eerst?

„Het aantal lobbyisten van individuele bedrijven is de voorbije decennia enorm gegroeid. Voorheen waren het vooral koepelorganisaties als werkgeversorganisatie VNO/NCW die de belangenbehartiging verzorgden. Dat zie je ook terug bij de hoorzittingen in de Tweede Kamer. Waar de diversiteit van belangengroepen in de jaren 90 tijdens parlementaire hoorzittingen heel groot was, zijn bedrijven nu veruit de belangrijkste deelnemers. Het percentage deelnemende bedrijven is daarbij gegroeid van ongeveer 20 procent toen naar meer dan 40 procent nu.”

Is dat een probleem?

„In mijn beleving is dat heel erg problematisch. Dat gaat ten koste van koepelorganisaties, ngo’s, vakbonden en experts. Als de bedrijvensector veel meer lobbyt dan andere sectoren betekent dat ook dat ze hun onderwerpen beter op de agenda kunnen krijgen. Het lobbyen door individuele bedrijven is bovendien in het voordeel van de grote ondernemingen en gaat ten koste van het midden- en kleinbedrijf (mkb). Dat heeft consequenties voor het beleid. Dat is nu meer gericht op de korte termijn. Koepelorganisaties hebben meer oog voor het maatschappelijk belang en de langere termijn.”

Marcel Hanegraaff Foto privécollectie

Heeft u daar voorbeelden van?

„Het beste voorbeeld is het idee tijdens de vorige formatie om de dividendbelasting te schrappen. Dat was een plan waar het mkb niets aan had en waar Nederland op de middenlange termijn ook niets aan zou hebben. Je ziet het ook bij klimaatbeleid. Dat is erg gericht op het opslaan van CO2, of het populariseren van kernenergie, in plaats van alleen te focussen op het terugdringen van de uitstoot.”

Hangt de toegang van bedrijven niet ook af van wat voor kabinet er zit?

„Dat we al lang vrij rechtse kabinetten hebben gehad speelt zeker mee. Maar dat is niet de belangrijkste oorzaak. Ook bij linkse partijen zien we de invloed van bedrijven groeien. Sommige techbedrijven zijn economisch gezien nu groter dan Nederland. Facebook en Vodafone behoren dan ook tot de ondernemingen die exceptioneel veel toegang tot bewindslieden hebben. Bedrijven met zo veel macht doen op ieder kabinet hun invloed gelden.”

Zijn de komende formatiemaanden van extra belang voor de lobbyisten?

„Dat geldt voor iedere lobbyist. Zeker met de gedetailleerde regeerakkoorden van nu is de formatie hét moment waarop het moet gebeuren. Straks begint het brieven schrijven aan de informateurs en formateurs. Daarnaast zullen ze veel contacten onderhouden met beleidsmedewerkers bij partijen en hoge ambtenaren op ministeries. Ceo’s kunnen direct met de partijtop bellen.”

Wat moet er allemaal anders volgens u?

„Meer transparantie over de precieze toegang van lobbyisten is belangrijk. Maar nog belangrijker is het voldoende financieren van andere organisaties, zoals ngo’s en belangenbehartigers van niet-commerciële sectoren. Zodat ook de huurdersvereniging, onderwijsinstellingen of gemarginaliseerde groepen worden gehoord. Dat is de enige manier om het eerlijker te maken. Het ligt natuurlijk ook aan de mensen zelf. Een vakbond met weinig leden wordt nu eenmaal minder gehoord.”