De dolken flitsten in de Tweede Kamer

Woord ‘Doodsteek’ suggereert een nieuwe tijd. Maar zekerheid is er niet, waarschuwt

Een politicus die meent naar eer en geweten te handelen, maar die juist een gevaarlijke chaos creëert – dat was Marcus Junius Brutus in het oude Rome. Zijn geest herrees in Gert-Jan Segers van de ChristenUnie die een einde probeerde te maken aan een zittende heerser samen met anderen, D66-leider Sigrid Kaag voorop die de woorden sprak: „Hier scheiden onze wegen.”

Dat was de doodsteek voor Gaius Marcus Rutte. Want ‘doodsteek’ suggereert finaliteit: een genadeklap, een beslissende slag, waarna een nieuwe tijd aanbreekt. Dat was tenminste de bedoeling in deze politieke intrige.

Maar de doodsteek kan veel ellende veroorzaken. Dit zien we in de geschiedenis van Imperator Gaius Julius Caesar. Hij kreeg de dolk vanwege zijn dictatoriale trekken, vanwege zijn ‘ambitie’. Maar wat volgde op de moord? Burgeroorlog. En veertig jaar heerschappij door Caesars adoptiezoon, Octavius oftewel princeps Augustus, autocraat pur sang.

De doodsteek. Voor een politicus is het kiezen voor deze optie verleidelijk. In een klap kun je je geweten sussen én het land verder helpen. Dat moet de CU-leider hebben gedacht op de ‘zaterdag van Segers’. Zijn partij kan onmogelijk regeren met de VVD van premier Rutte, oreerde Segers, niet na het gekonkel over Kamerlid Pieter Omtzigt en ‘functie elders’.

Eerder flitsten de dolken in de Tweede Kamer. Het was nét die dag van de volle maan in maart 44 v.Chr. in de Curia Pompeia. Leden wisten niet hoe snel ze die toga moesten optillen en zich op hun sandalen naar het spreekgestoelte haasten om schande te spreken over de doctrine van de heerser.

Scène uit het toneelstuk Romeinse tragedies van Internationaal Theater Amsterdam. Foto Jan Versweyveld

Daar heb je gentle Brutus, in de woorden van Shakespeare. In een eerdere scène wil hij nog dat de samenzweerders zichzelf niet zien als moordenaars maar als ‘slachtofferaars’ die Caesar gaan aansnijden als een ‘dis voor de goden’. Ze zullen geen killers zijn, eerder ‘zuiveraars’. En toch: op het moment suprème trekt Brutus wit weg. Al dit bloed! Kokhalzend dient hij de doodsteek toe.

Bij ons overleeft de Imperator, vooralsnog. Maar de dolk is in Den Haag nooit uit het spel. Zie Sigrid Kaag: die staat het meest voor nieuw leiderschap. Daarom greep ze, zij het weifelend, naar de dolk om verandering te forceren. Dat deed ze met woorden, met haar steun voor de motie van afkeuring tegen Rutte.

De doodsteek brengt niet altijd verlossing, zoals blijkt nu Rutte verbeten terugvecht. Bovendien, voor je het weet zijn de bordjes verhangen. Dat ontdekt Brutus die een kameraad vraagt om de genadeslag via de dolk – en sterft. Naast zijn lijk spreekt Marcus Antonius: And say to all the world, ‘This was a man!’ Brutus was, ja, een ‘eervolle man’, maar hij was totaal ongeschikt voor de politiek, een amateur.

Onze dolkstekers kampen met hetzelfde probleem als dat van Brutus en de rest: de leider heeft een status en staat van dienst waar je niet omheen kunt. Want ís die ‘oude politiek’ wel zo onwenselijk? Over Caesar schrijft Plutarchus: „… zij verkozen hem tot Dictator (…) en nadat hij zijn burgeroorlogen had beëindigd gedroeg hij zich zo eervol, dat er geen fout bij hem te bespeuren viel.”