AS Roma is een club van naam met weinig prijzen

AS Roma Ajax speelt donderdag in de kwartfinale van de Europa League tegen AS Roma, de club van de Romeinse arbeidersklasse. Beroemd dankzij Francesco Totti, maar niet zo succesvol als de fans verwachten.

De Nederlander Rick Karsdorp is de huidige rechtsback van AS Roma.
De Nederlander Rick Karsdorp is de huidige rechtsback van AS Roma. Foto Alfredo Falcone/LaPresse

In zijn wekelijkse podcast over Italiaans voetbal heeft Willem Haak, een Leidse liefhebber van het calcio, het al vaak over het ‘FC Hollywood van de Serie A’ gehad. Terwijl hij en zijn twee sidekicks de luisteraars meevoeren naar Il Bel Paese, het mooie land zoals de Italianen dat zelf zeggen, is er altijd een reden om het wel en wee te bespreken van AS Roma, donderdag tegenstander van Ajax in de kwartfinale van de Europa League.

„In Rome heb je radiostations waar de hele dag door over AS Roma wordt gesproken”, zegt Haak. „Meestal door inbellende fans die hun boosheid willen uiten. Zij verwachten prijzen, elk jaar weer, maar in de kern is Roma helemaal niet zo’n topclub als de hoge verwachtingen en de aandacht voor de club doet vermoeden. Al twintig jaar is er geen titel gewonnen. Eigenlijk gaat er vooral veel mis.”

AS Roma is de club van de Giallorossi, het geel-rood gezinde deel van Rome, in 1927 ontstaan uit een fusie tussen drie verschillende clubs. Als tegengewicht voor de dominantie van noordelijke clubs, hadden functionarissen van de fascistische partij van Mussolini op één Romeins front aangedrongen. Drie gaven gehoor aan deze wens, één niet: SS Lazio, waar een invloedrijk lid uit het leger dwars lag en al dan niet bewust de kiem legde voor de rivaliteit met de fusieclub AS Roma.

Twee voetbalclubs, vechtend om de eer van Rome als Romulus en Remus, de mythische tweeling die de stad zou hebben gesticht. Samen sieren zij het embleem van AS Roma, hangend aan de moederwolf die hen volgens de legende zou hebben gezoogd aan de oevers van de Tiber.

‘Il Capitano’

Het in de stadskleuren gehulde AS Roma heeft altijd een grotere stempel gedrukt op Rome dan rivaal Lazio, waarvan de achterban vooral uit de hogere klasse en de provincie zou komen. „AS Roma is de club van de Romeinse taxichauffeurs en krantenverkopers”, zegt Emile Schelvis, die bij Ziggo Sport het Italiaans voetbal verslaat. „De liefde voor de club wordt massaal beleden in de stad.”

Schelvis zag het op 17 juni 2001, de dag dat Roma zijn derde en laatste landstitel won. „Als Rotterdammer ben ik met Feyenoord wel wat gewend, maar die dag waren er drie miljoen mensen op de been in Rome. Ongelooflijk wat het losmaakte.”

Te midden van die feestvreugde bevond zich ook de man die in één adem wordt genoemd met AS Roma: Francesco Totti, met zijn afgezakte kousen en felblauwe ogen. Zijn moeder reageerde verbolgen toen er op een dag scouts van Lazio voor de deur van hun woning in de arbeiderswijk San Giovanni hadden gestaan; er was maar één club waar haar zoon naartoe zou gaan.

De rest is geschiedenis. Il Capitano voetbalde vanaf zijn zestiende tot zijn veertigste voor AS Roma en werd het zinnebeeld van club en stad. Totti bewees dat voetballers soms groter dan hun club kunnen zijn, wat zijn trainers ook hebben ervaren – soms tegen wil en dank. Zo trok de Duitser Rudi Völler zich in 2004 binnen een maand terug met de boodschap dat de spelers niet naar hém luisterden. Naar wie dan wel, laat zich raden.

Francesco Totti voetbalde zijn hele carrière voor AS Roma. Hij nam in 2017 afscheid als speler. Foto Paolo Bruno/Getty Images

Luciano Spalletti, trainer van Roma in het seizoen 2016-2017, het laatste van Totti, maakte geen vrienden toen hij de nummer tien regelmatig op de bank zette. Zelfs bij een zege begonnen fans nog te fluiten als hij Totti niet inbracht. „Het is makkelijker het Colosseum uit Rome te krijgen dan Totti”, zei Spalletti eens.

Italië-kenner Willem Haak: „Eerlijk is eerlijk: in zijn laatste jaren maakte Totti wel erg weinig meters.”

Verlokkingen van Rome

Emile Schelvis mist Totti nog elke wedstrijd. „Hij wás AS Roma. Als ik nu verslag doe van Roma, denk ik vaak: mooi shirt, mooie club, leuk dat Rick Karsdorp er rechtsback is, maar er mist iets. Iets dat mij als liefhebber kan raken, zoals Totti dat kon met een stift of steekpass. Je moet de beelden van zijn afscheid zien. Vijftigduizend mensen in tranen. Mannen, vrouwen, kinderen.”

Toch bleef het ook mét Totti bij die landstitel van 2001, al werd in 2007 en 2008 nog wel de Italiaanse beker gewonnen. In de Serie A eindigde de club vaak in de topdrie, maar nooit meer bovenaan.

Een verklaring voor de karige erelijst staat in het boek Dure spitsen scoren niet, van journalist Simon Kuper en hoogleraar economie Stefan Szymanski. Zij schrijven hoe vooral clubs uit provincie- en arbeiderssteden het voetbal regeren, opgestuwd door mensen voor wie voetbal de belangrijkste uitlaatklep is. Hoofdsteden als Berlijn, Londen, Moskou en Rome hebben zoveel meer te bieden, waardoor een voetbalclub nooit het belangrijkste instituut wordt. Niet voor het volk, noch voor sponsors of andere geldschieters.

„Ik heb het er met Wim Kieft over gehad”, vertelt Schelvis. „Hij zei dat je het als voetballer maar moet kunnen weerstaan, al die verlokkingen van Rome. De zee is vlakbij en als je een beetje de weg weet kun je intens genieten van zo’n stad. Misschien dat spelers daardoor net wat minder gebrand op prestaties zijn.”

Aan de top bij Roma is het ook onrustig geweest. In 2011 werd de club gekocht door James Pallotta, een Amerikaan met een Italiaanse moeder, die zich in 2018 nog in een Romeinse fontein onderdompelde na de onverwachte 3-0 zege op FC Barcelona in de Champions League. Ludiek, maar Pallotta gold ook als ongewenste indringer. Hij veranderde het clublogo, noemde de harde kern „idiots” (ongekend in Italië) en betrok Totti nergens bij nadat die van speler tot technisch directeur was gepromoveerd.

In 2020 nam een andere Amerikaan, Dan Friedkin, de clubaandelen over. „We zijn blij om onderdeel van de Roma-familie te worden”, zei Friedkin in zijn eerste interview. Rome was een van zijn favoriete steden op de wereld, voegde hij daaraan toe. Schelvis: „Die man wil voor elke dollar drie dollar terug. Een keiharde zakenman.”