Opinie

Terreur Mozambique is gevaar voor heel zuidelijk Afrika

Cabo Delgado

Commentaar

Jihadistisch geweld in Sub-Sahara Afrika is niet nieuw. Islamistische groepen zaaien dood en verderf rond de Sahel, in het noorden van Nigeria en in Oost-Afrika. Maar zuidelijk Afrika, het meest stabiele en economisch meest ontwikkelde deel van het continent, bleef tot dusver gespaard. Dat groepen die trouw zweren aan Islamitische Staat nu actief zijn in Mozambique is alleen al daarom verontrustend. De situatie die eind maart tot uitbarsting kwam met de inname van kuststad Palma verdient internationale politieke en strategische aandacht teneinde verder bloedvergieten te voorkomen.

Onthoofdingen, ontvoeringen en platgebrande dorpen: ooggetuigen die aan het woord kwamen in een rapport van Amnesty International en zaterdag in NRC beschrijven een schokkende situatie. Maar de precieze inzet van het conflict blijft diffuus.

De provincie waarin het geweld plaatsheeft, het uiterst noordelijke Cabo Delgado, heeft zwaar geleden tijdens de Mozambikaanse onafhankelijkheidsstrijd in de jaren zeventig en in de navolgende burgeroorlog. De armoede is er nog altijd groter dan in het zuiden. Al langer bestaat onder de in meerderheid islamitische bevolking een gevoel van achterstelling. Dat werd nog groter toen in 2010 voor de kust een gasbel werd gevonden die westerse bedrijven naar de regio trok voor de grootste private investeringen ooit in Afrika gedaan. De uit een radicale sekte voortgekomen groep Ansar al-Sunnah zegt zich tegen die achterstelling te verzetten en weigert het gezag van het verre Maputo – op zo’n 2.500 kilometer afstand – te accepteren.

De huidige geweldsgolf begon in 2017 en kan moeilijk losgezien worden van de gasvondst. Dat een jaar later ‘de jongeren’, zoals ze lokaal genoemd worden, zich in een filmpje solidair verklaarden met de doelen van IS, laat vooral zien wat een sterk merk dat in sommige delen van de wereld nog altijd is. Al heeft IS de aanval op Palma opgeëist, volgens onderzoekers zijn er geen directe banden tussen de Mozambikaanse groep en de strijders in het Midden-Oosten. Inspiratie lijkt eerder te komen uit Oost-Afrika, maar ook met radicale groepen daar zijn geen duidelijke links bekend. De zwarte IS-vlaggen helpen in de eerste plaats bij de rücksichtslose rekrutering. De opstandelingen zouden hun geld verdienen met smokkel van hardhout, ivoor en drugs en daarom in de regio geen pottenkijkers kunnen gebruiken.

Lees ook deze reportage: De verborgen oorlog in Mozambique

De Mozambikaanse regering weet zich met de situatie weinig raad en kan vanwege de miljardeninvesteringen evengoed geen pottenkijkers gebruiken; journalisten houdt ze althans op afstand. President Filipe Nyusi, zelf afkomstig uit Cabo Delgado, kondigde in november samenwerking met Tanzania aan om te voorkomen dat strijders de grens zouden oversteken. In januari benoemde hij een nieuwe legerleider om orde op zaken te stellen, maar die overleed een maand later al aan Covid. Om het tekortschietende regeringsleger bij te staan, zette hij huurlingengroepen uit Rusland en Zuid-Afrika in.

Maar hulp van buiten de wet opererende private soldaten kan nooit tot een duurzame oplossing leiden. Burgers vrezen niet alleen geweld van jihadisten en het regeringsleger, maar lopen ook gevaar slachtoffer te worden van de contraterreur van de huurlingen. Oud-kolonisator Portugal, Frankrijk en de VS bieden hulp bij het trainen van de troepen. Dat kan nuttig zijn, maar westerse post-koloniale bemoeienis ligt gevoelig en kan, zoals in de Sahel, rebellen ook breder draagvlak geven. Het ligt meer voor de hand dat buurlanden, regiomacht Zuid-Afrika voorop, hun invloed aanwenden. Ook van bedrijven die bij de gasexploratie actief zijn, inclusief de Nederlandse, mag een kritischer houding verwacht worden. Transparantie van de Mozambikaanse regering is daarbij essentieel.