Seksscènes in films: álles moet bespreekbaar zijn

Seks filmen Sommige regisseurs zien op tegen het filmen van seksscènes, anderen vinden het juist ongecompliceerd. „Je moet oppassen dat je de fantasie van de kijker niet doodslaat.”

Hannah Hoekstra en Abdullah el Baoudi in ‘Hemel’.
Hannah Hoekstra en Abdullah el Baoudi in ‘Hemel’. Foto ANP

Voor het draaien van seksscènes in films moeten acteurs vaak nét iets meer op hun gemak worden gesteld. Maar met een gesloten set en de juiste gesprekken kom je een heel eind, beamen drie regisseurs die opvielen met prachtige seksscènes.

„Seks hoort bij de hoogtepunten in het leven, net als geboren worden of doodgaan”, stelt regisseur Norbert ter Hall. „Maar het blijft altijd wat ongemakkelijk: acteurs moeten tijdens vrijscènes net iets meer doen alsof dan normaal.” Daarom is het de taak van de regisseur om dat mogelijke ongemak weg te nemen. Ter Hall, die onder meer A’dam-EVA en De belofte van Pisa maakte, pakt dit soort scènes altijd aan alsof het een dans is. „Je moet acteurs op dat soort momenten vooral niet laten improviseren, dan wordt het gênant. Benoem precies wat je wilt dat iemand doet: nu leg jij die hand op die borst, nu steek je je tong uit. Op die manier kunnen spelers zich ook goed voorbereiden en worden ze niet overvallen door een onverwachte handeling.”

De regisseur probeert wel altijd iets te maken van een seksscène. Het slot van De belofte van Pisa kreeg recent veel lof; hoofdpersonage Samir (Shahine El-Hamus) betrekt zijn beste vriend IJsbrand (Thor Braun) ook bij een trio met twee meisjes. De reacties in de zaal waren soms heel heftig. „En dat terwijl het een heel decente scène is: iedereen houdt onderbroek en bh gewoon aan. Dat kan soms veel spannender zijn dan compleet naakte lijven.”

Ook regisseur Pollo de Pimentel richtte zich met zijn seksueel geladen drama Oesters van Nam Kee op een jong publiek. „Ik zie altijd best op tegen dat soort scènes”, bekent de filmer. „Ieder mens kent schaamte, ook acteurs. Je moet je voor de camera laten gaan op een manier die de meeste mensen niet met veel anderen delen. Zaken als boos worden of lachen of huilen doe je ook in het dagelijks leven in het openbaar, vrijen en ejaculeren niet.” Hij beaamt de aanpak van Ter Hall: spreek de scènes goed door en zorg voor een gesloten set waarop alleen de strikt noodzakelijke crewleden aanwezig zijn. „En pas op dat je de beelden die je draait niet per zender naar de video-assistente verstuurt, zodat ze mogelijk onderschept kunnen worden door derden.”

Aftellen tot klaarkomen

Hoofdrolspelers Katja Schuurman en Egbert-Jan Weeber waren heel gemakkelijk om mee te werken, herinnert De Pimentel zich. „Iedereen kende het scenario en wist waar de film over ging. Bovendien stortten ze zich allebei vol in het verhaal en hadden ook in real life een klik; dat is een geschenk voor een regisseur.” Hoe sensueel de interactie ook is, op het moment van draaien is een seksscène een vrij technische handeling: „Ik zat naast de camera zachtjes af te tellen van 30 naar 0, zodat ze wisten wanneer ze tegelijkertijd moesten doen alsof ze klaarkwamen.”

De regisseur vindt het soms lastig om een originele vorm te bedenken voor een seksscène: „Seks is dermate subjectief en persoonlijk dat je moet oppassen dat je de fantasie van de kijker niet doodslaat door te veel in te vullen. Daarom wordt dat moment in veel films ook overgeslagen: de seks begint, schnitt, en dan roken ze in bed een sigaret.”

Sacha Polak (Hemel, Dirty God) ziet juist zelden op tegen het regisseren van seksscènes. „Je hebt twee acteurs in één kamer: dat is een stuk minder gecompliceerd dan grote scènes met groepen of opnames in een drukke straat”, legt ze uit. Zij beaamt dat de houding van acteurs bij dit soort scènes cruciaal is. „Hannah Hoekstra was heel ontspannen over de seks in Hemel. De scènes stonden in dienst van het verhaal, want juist daarmee toonden we de ontwikkeling die haar personage doormaakt. Ze was daar heel nuchter over en wist waar ze aan begon.”

Recent maakte de regisseur het anders mee op de set van een Amazon-serie waar ze nu aan werkt. „Een actrice stortte zich huilend in mijn armen omdat ze body dysmorphic disorder bleek te hebben.” (Een stoornis in de lichaamsbeleving, red.)

Vertrouwen is het kernwoord, bevestigt Polak. „Alles moet bespreekbaar zijn. Dus als een acteur zich bij een bepaald lichaamsdeel minder comfortabel voelt, bijvoorbeeld zijn of haar kont, dan kunnen we afspreken die minder in beeld te brengen.” Sowieso heeft het maken van afspraken daarover een vlucht genomen sinds #metoo, merkt ook collega Ter Hall. „Zeker buitenlandse agenten zijn daar erg strikt in. Vroeger zag je in de bioscoop in een flits een bil, borst of piemel voorbij komen. Nu worden die frames opgezocht, uitgelicht en op allerlei dubieuze websites geplaatst.”

Polak heeft inmiddels ook ervaring met ‘intimiteitscoördinatoren’, die tijdens dit soort scènes in de gaten houden dat alles volgens de regels verloopt. „Natuurlijk moet een acteur daarom kunnen vragen als het nodig is. Maar tegelijkertijd doe je als regisseur iets fout als het zo ver moet komen. Het is een van jouw kerntaken om ervoor te zorgen dat acteurs zich volledig op hun gemak voelen, juist op dat soort momenten.”