Scythen hadden meer dan één genetische oorsprong

Archeologie De Scythen leefden tot de vierde eeuw na Christus op de steppen van wat nu Kazachstan is. Onderzoekers hebben hun dna ontrafeld.

Het geraamte van een jonge man (bovenste foto) in de necropolis van Eleke Sazy, in het oosten van Kazachstan, niet ver van de grens met China en Mongolië. Eleke Sazy is een stelsel van grafheuvels (onderste foto). Enkele van de onderzochte graven bevinden zich hier.
Het geraamte van een jonge man (bovenste foto) in de necropolis van Eleke Sazy, in het oosten van Kazachstan, niet ver van de grens met China en Mongolië. Eleke Sazy is een stelsel van grafheuvels (onderste foto). Enkele van de onderzochte graven bevinden zich hier. Foto’s Zainolla Samashev

Als het ging om hun slaven, hielden de Scythen er bijzonder wrede gewoontes op na. In het eerste millennium voor onze jaartelling teisterden deze woeste ruiters van de Euraziatische steppe met grote regelmaat hun buren, of het nu Assyriërs, Meden, Perzen of Grieken waren. De mensen die ze buitmaakten, staken ze de ogen uit. Dat deden ze omdat het de enige taak van deze slaven was om in vaten melk te roeren en de room van de rest te scheiden. Daarvoor hadden ze hun zicht niet nodig, en blind waren ze makkelijker onder de duim te houden.

Zo gaat het verhaal dat de Griekse historicus Herodotus in de vijfde eeuw voor Christus noteerde. De Scythen zelf hebben geen geschreven bronnen nagelaten, maar resten van hun cultuur zijn wel opgedoken op archeologische vindplaatsen. Waar ze vandaan kwamen en hoe ze zich over de steppe hebben verspreid, was echter niet goed duidelijk.

Opmars van twee groepen

Een internationaal team onderzoekers onder leiding van het Max Planck Institut uit Leipzig heeft nu het genoom in kaart gebracht van 111 mensen die tussen de achtste eeuw voor en de vierde eeuw na Christus leefden in Scythisch gebied, dat samenvalt met het huidige Kazachstan. Daaruit blijkt dat de Scythen niet één genetische oorsprong hadden, maar dat hun beschaving ontstond door de opmars van twee bevolkingsgroepen die tegelijkertijd opkwamen. De onderzoekers publiceerden hun bevindingen eind maart in Science Advances.

De Scythen kwamen aan de macht rondom de overgang van de Bronstijd naar de IJzertijd. Op dat moment leefden er op de Kazachse steppe veehoeders die een lange geschiedenis in dit gebied hadden. Menselijke resten die uit de Bronstijd zijn overgeleverd, laten een stabiel genoom zien; er was dus weinig invloed van buiten. Vanaf de achtste eeuw voor Christus verandert er echter veel aan de genetische signatuur van de inwoners van dit gebied. Er komen mensen van buiten bij, die een meer mobiele levensstijl met zich meebrengen.

Een deel van die nieuwkomers was afkomstig uit het Altaj-gebergte, dat op de grens ligt van Rusland, China en Mongolië. Deze mensen trokken naar het westen en zuiden en vermengden zich met de toenmalige inwoners van Kazachstan. Deze genetische trek komt mooi overeen met archeologische grafvondsten, die ook laten zien dat de Scythische cultuur zich vanuit het Altaj-gebergte verspreidde.

Eleke Sazy is een stelsel van grafheuvels. Enkele van de onderzochte graven bevinden zich hier. Foto Zainolla Samashev

Eén belangrijke Scythische stam heeft een ander genetisch profiel dan de rest. Het gaat om de Sarmaten, die in de derde eeuw v.Chr. tot aan de Donau optrokken en het daar de Romeinen lastig maakten. Hun genetische wortels gaan terug op Bronstijdbewoners van de zuidelijke Oeral. De Sarmaten trokken van daaruit naar het zuidoosten, de steppe van Kazachstan op. De onderzoekers geven aan dat er meer onderzoek nodig is om beide groepen beter in beeld te krijgen.

De Scythen bleven heer en meester op de steppe, tot in de eerste eeuwen van onze jaartelling nieuwkomers vanuit Mongolië en Perzië hun stempel gingen drukken. De onderzoekers brachten ook het genoom in kaart van 96 huidige inwoners van Kazachstan. Daaruit blijkt dat sinds de stichting aan het eind van de vijftiende eeuw van het Kazachse khanaat – een opvolgerstaat van de Mongoolse Gouden Horde – de genetische signatuur van de inwoners van deze streek vrijwel onveranderd is gebleven.