Druk op Macron neemt toe voor excuses over Rwanda

Franse rol in Rwanda Frankrijk draagt een ‘zware verantwoordelijkheid’ in de aanloop naar de genocide, concludeert een onderzoekscommissie die inzage kreeg in de archieven van oud-president Mitterrand.

De door het Franse leger uitgevoerde Opération Turquoise in Rwanda in 1994 viel officieel onder mandaat van de VN.
De door het Franse leger uitgevoerde Opération Turquoise in Rwanda in 1994 viel officieel onder mandaat van de VN. Foto Charles Caratini / Getty

Ze hadden in principe tot 2055 geheim moeten blijven: de archieven van de Franse oud-president François Mitterrand over de rol van Frankrijk in Rwanda in 1994. Twee jaar geleden besloot president Emmanuel Macron om de archieven open te stellen, in eerste instantie voor een commissie van experts, en vanaf deze woensdag ook voor het grote publiek.

De commissie, voorgezeten door historicus Vincent Duclert, heeft vorige week haar rapport overhandigd aan Macron na het analyseren van achtduizend pagina’s voorheen geheime documenten. Het rapport-Duclert stelt dat Frankrijk een „zware en verpletterende verantwoordelijkheid” draagt in Rwanda. Maar de commissie gaat niet zover Frankrijk ook te beschuldigen van medeplichtigheid aan de genocide. Wel is Parijs „blind gebleven” voor de voorbereiding van de volkerenmoord door een Hutu-regime dat het tot de laatste snik is blijven steunen.

De genocide in Rwanda begon op 7 april 1994, nadat de nacht ervoor het vliegtuig met Hutu-president Juvénal Habyarimana aan boord werd neergeschoten boven de hoofdstad Kigali. Dat was het startschot voor slachtpartijen die het leven zouden kosten aan bijna een miljoen Rwandezen, voornamelijk leden van de Tutsi-minderheid en gematigde Hutu’s, die gezien werden als verraders.

Opération Turquoise

De rol van Frankrijk stond van meet af aan ter discussie: de door het Franse leger uitgevoerde Opération Turquoise, formeel een humanitaire interventie onder mandaat van de Verenigde Naties, werd op het moment zelf al gezien als Franse steun aan het bevriende Hutu-regime. De operatie remde de opmars van het Tutsi-rebellenleger RPF, en zorgde ervoor dat aanvoerders van de genocide konden ontsnappen naar buurland Zaïre, nu de Democratische Republiek Congo.

In die zin vertelt het rapport-Duclert niets nieuws. Het werpt wél extra licht op de rol van Mitterrand zelf. Het Franse Rwandabeleid, aldus het rapport, werd overschaduwd door de „sterke, persoonlijke en directe relatie” tussen Mitterrand en Habyarimana. Die relatie zorgde ervoor dat Frankrijk de Rwanda-crisis uitsluitend door een etnische bril bekeek.

Frankrijk wilde Rwanda binnen zijn invloedssfeer houden

François Graner onderzoeker

Het RPF — de Tutsi-rebellen in ballingschap in buurland Oeganda — werd gezien als een buitenlandse agressor: de regering in Kigali daarentegen vertegenwoordigde de Hutu-meerderheid. Dat laatste strookte met Mitterrands historische rede bij een Afrikaans-Franse top in het Bretonse La Baule in 1990, na het ineenstorten van de Sovjet-Unie en het einde van de Koude Oorlog: democratisering zou de nieuwe leidraad worden voor het Franse Afrikabeleid.

Maar het rapport wijst ook op een ander element: de francofonie. Het lijkt vandaag de dag onwaarschijnlijk maar als Frankrijk in Rwanda voor het Hutu-regime heeft gekozen was dat ook omdat in Kigali Frans werd gesproken. De Tutsi-rebellen van het RPF daarentegen waren door hun jarenlange ballingschap in Oeganda Engelstalig geworden.

Militairen van de VN-missie in Rwanda, getooid met blauwe baretten. Foto Charles Caratini / Getty

Angelsaksische invloedssfeer

Die these wordt ondersteund door generaal Jean Varret, die van 1990 tot 1993, de jaren voor de genocide, aan het hoofd stond van Franse militaire samenwerking met Rwanda – totdat hij opzij werd geschoven omdat hij het oneens was met de heersende opvattingen in het Elysée. Mitterrand, zegt Varret in een recent interview met Le Monde, werd omringd door raadgevers die de president steunden in zijn overtuiging dat landen zoals Rwanda „tot elke prijs Franstalig moesten blijven en niet in de Angelsaksische invloedssfeer mochten belanden”, dit om de Franse invloed op het wereldtoneel te versterken.

Lees ook Hoofdverdachte Rwandese genocide leefde onopvallend in Parijse buitenwijk

Met het vrijgeven van de archieven is nog niet het laatste woord gezegd over de Franse rol in Rwanda. De stelling dat Frankrijk, verblind door goede bedoelingen, niet in de gaten had dat het een moorddadig regime steunde, klinkt velen ongeloofwaardig in de oren. Onderzoeker François Graner, die al vijf jaar strijdt voor meer openbaarheid, en die in 2020 via de Raad van State het recht afdwong om de archieven van Mitterrand te mogen inzien, is sceptisch.

„Het rapport onderstreept terecht dat Frankrijk niet de intentie heeft gehad om genocide te plegen; het was de Fransen te doen om Rwanda binnen de eigen invloedssfeer te houden”, zegt Graner in de krant Libération. „Maar er is wel degelijk actieve steun geweest voor de Hutu-extremisten. Goed geïnformeerde steun, die impact heeft gehad voor, tijdens en na de genocide. De manier waarop het rapport is geschreven wekt soms de indruk dat het de bedoeling is om nieuwe rechtszaken te voorkomen.”

Overlevenden

De slachtoffers, zegt Etienne Nsanzimana, voorzitter van Ibuka, de vereniging voor overlevenden van de genocide in Frankrijk, hadden het rapport-Duclert niet nodig. „Wij waren erbij, wij hebben gezien wat er is gebeurd.”

„Maar wij stellen vragen bij het argument dat Frankrijk blind was voor de voorbereidingen van de genocide”, zegt Nsanzimana aan de telefoon. „Het is voer voor juristen om te bepalen of er in de archieven elementen zitten voor juridische vervolging. Maar in afwachting daarvan zou Frankrijk excuses kunnen aanbieden aan de slachtoffers. Dat is wel het minste.”

President Macron heeft eerder aangekondigd dat hij nog dit voorjaar een bezoek wil brengen aan Rwanda. Hij heeft daarvoor een staande uitnodiging van Kigali sinds 2019, toen de 25ste verjaardag van de genocide werd gemarkeerd. Macron ging toen niet, omwille van de kwestie van de excuses. Zijn voorganger Nicolas Sarkozy heeft tijdens een bezoek in 2010 wel toegegeven dat Frankrijk in Rwanda een ‘inschattingsfout’ heeft gemaakt, maar zonder formeel excuses aan te bieden. Door het rapport-Duclert is de druk op Macron om dat alsnog te doen, groter dan ooit.