De NLsportraad pleit voor een sportwet: ‘Iedere Nederlander heeft recht op beweging’

Sport en beweging De Nederlandse Sportraad wil dat de overheid tot 2030 jaarlijks honderden miljoenen investeert in de sport in Nederland. Het recht op sport moet worden vastgelegd.

De conditie en het uithoudingsvermogen van de gemiddelde Nederlander schreeuwen om verbetering. Nu ‘beweegt’ zo’n 50 procent van de Nederlanders. En bij jongeren wordt dat steeds minder.
De conditie en het uithoudingsvermogen van de gemiddelde Nederlander schreeuwen om verbetering. Nu ‘beweegt’ zo’n 50 procent van de Nederlanders. En bij jongeren wordt dat steeds minder. Foto’s ANP

Nooit bewogen Nederlanders minder dan de afgelopen twaalf maanden. Precies in een periode waarin sport en beweging juist wapens vormden tegen het rondwarende coronavirus. Wat dat betreft heeft de Nederlandse Sportraad het tij mee bij de boodschap die het adviesorgaan een nieuw kabinet wil meegeven: investeer de komende jaren fors in sport, verplicht de overheid sport toegankelijk te maken voor elke Nederlander en leg dat vast in een sportwet.

De bedragen liegen er niet om, in het advies dat de raad dinsdagavond openbaar maakte. De timing is geen toeval: het is bedoeld als leidraad voor de komende kabinetsformatie. Maar wie de fitness van de Nederlandse bevolking serieus neemt ontkomt niet aan forse investeringen, stelt de raad. Die wil dat 75 procent van de Nederlanders in 2030 aan sport doet, of in elk geval beweegt. Fietst, wandelt, jogt. Aan een klimrek hangt in de speeltuin. Of een paar baantjes zwemt. Op dit moment ‘beweegt’ zo’n 50 procent van de Nederlanders. En bij jongeren wordt dat steeds minder.

De conditie en het uithoudingsvermogen van de gemiddelde Nederlander schreeuwen om verbetering. „De coronapandemie heeft laten zien hoe essentieel voldoende bewegen is”, zegt Bernard Wientjes, lid van de NLsportraad, zoals het orgaan zichzelf noemt. „Hoe krijgen we de Nederlandse bevolking aan het bewegen, daar gaat dit over.” Dus wie denkt dat het advies veel geld kost, wil hij maar zeggen, bedenk dit: „Het brengt ook veel op. Want met dit gaan vier miljoen extra mensen bewegen en gezonder worden.”

Structureel bewegen

De belangrijkste pijler onder structureel bewegen is volgens de raad – behalve betere sportvoorzieningen – een Sportwet. Wientjes: „Sport en bewegen horen bij de belangrijkste collectieve doelstellingen in Nederland, maar het is nergens vastgelegd. In die wet moet staan dat elke Nederlander recht heeft op sport en bewegen, en dat alle overheden daarvoor de ruimte en de financiering moeten bieden.”

Of, zoals oud-voetbalbestuurder Michael van Praag, nu voorzitter van de NLsportraad, het uitdrukt: „We willen af van de willekeur, van de vrijblijvendheid. Er moet een stelsel komen waarbij sport voor iedereen in Nederland toegankelijk is. We hebben 600.000 mensen die onder de armoedegrens leven. Die kunnen niet eens sporten. Als je dat niet regelt vanuit de overheid, is het te vrijblijvend.”

Van Praag pijnigt zich dagelijks de hersenen om manieren te vinden waarop hij de politiek kan uitleggen hoe belangrijk sporten en bewegen zijn. Ook Wientjes is verbaasd als hij merkt „hoe laag sport staat in de pikorde van de politiek”. Van Praag: „In de Tweede Kamer is één keer per jaar een debat over sport. In gemeenten ben je afhankelijk van het enthousiasme van de betrokken wethouder of een gemeente veel of weinig doet aan sport. Er zijn zo ontzettend veel verschillen in die gemeenten. In de meeste provincies wordt helemaal nooit over sport gesproken. Die gaan over infrastructuur. En wandelen is óók sport.”

Foto Jean-Pierre Jans

Genoeg redenen om in Nederland eindelijk een formeel sportstelsel op te richten, vindt de NLsportraad. Van Praag: „De overheid moet kaders stellen waar iedereen zich aan heeft te houden. De helft van de kinderen in Nederland voldoet niet eens aan de norm van een uur bewegen per dag. Er zal wel wat moeten veranderen.”

En niet alleen voor het deel van de bevolking dat al sport. Want de sportbranche in Nederland is vooral ingericht op het sportieve deel. De raad ziet dat de ‘bewegingsarmoede’ het grootst is bij kwetsbare groepen als ouderen, mensen met een beperking of een chronische ziekte, of mensen met een laag inkomen.

Geen overgewicht

Door de coronapandemie heeft de NLsportraad wel een opening gevonden in de politiek, al is dat een wrange constatering na het leed dat duizenden patiënten het afgelopen jaar hebben geleden. Maar de cijfers liegen niet. Wientjes: „Mensen die in een goede conditie zijn en geen overgewicht hebben, zijn veel beter door de coronacrisis heen gekomen.” Daar komt nog bij, zoals experts in de raad waarschuwen: „Corona is een nare, buitengewoon schadelijke pandemie, maar obesitas is een veel groter probleem in de toekomst.”

Het is Wientjes de laatste tijd opgevallen dat Kamerleden zich langzaam meer zijn gaan interesseren in sport, vooral vanuit het perspectief van de volksgezondheid. Bij sommige fracties in de Tweede Kamer combineren woordvoerders de portefeuille volksgezondheid al met sport. „Door de narigheid verandert dat. Het mijden van obesitas, dat is de rode draad.”

In dat licht vindt Wientjes de kosten achter het advies van de NLsportraad „niet schrikbarend”. Hij wil dat de politiek de investeringen beoordeelt met de preventie van ziekten in het achterhoofd. „Dan is het bijna niets, bij de bijna 100 miljard die we uitgeven aan de gezondheidszorg.”

De raad wil voorkomen dat binnen de rijksoverheid alleen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opdraait voor de kosten van een sportende maatschappij. Van Praag stelt dat alle departementen belang hebben bij meer beweging. „Bij Defensie wordt de helft van de sollicitanten afgekeurd wegens gebrek aan motorische vaardigheden. Moet je nagaan. Ondertussen hebben we zo’n commercial op televisie: kom werken bij Defensie. De helft van de mensen kan dat niet eens. Dus we moeten allemaal portie nemen.”