Profiel

Lukt het ‘meneer vaccin’ Thierry Breton de EU van genoeg vaccins te voorzien?

Vaccinpaus EU Voor de EU-Commissaris Interne Markt is het op peil brengen van de Europese vaccinproductie een testcase – hij is voor een actieve industriepolitiek en een autonomer Europa. Loopt hij te veel voor de troepen uit?

EU-commissaris Thierry Breton bij bezoeken aan de Zwitserse farmaceut Lonza (boven, derde van links) en Pfizer in het Belgische Puurs (onder, links) in februari.
EU-commissaris Thierry Breton bij bezoeken aan de Zwitserse farmaceut Lonza (boven, derde van links) en Pfizer in het Belgische Puurs (onder, links) in februari. Foto's Stefan Wermuth en Kenzo Tribouillard / AFP

De Franse CEO was zelf eens een kijkje gaan nemen in de Belgische vaccinfabriek van AstraZeneca. „Ik ben heel tevreden met wat ik hier heb gezien”, constateerde hij begin februari. „Het werk dat hier in het publieke belang wordt verzet is echt verbluffend.”

Wist je niet beter, dan kon je denken dat het de directeur was die de machines in Seneffe stond te inspecteren en tevreden een sticker op een vaccindoos plakte. In tijden van crisis, zou hij een paar dagen later zeggen, „is het belangrijk voor CEO’s om aanwezig te zijn”.

Alleen: de echte Franse AstraZeneca-baas, Pascal Soriot, zit al sinds het begin van de pandemie in Australië. En dus waren de opmerkingen van voormalige Franse über-CEO Thierry Breton nauwelijks verhulde kritiek. Sinds enkele weken is niemand in Europa zo’n zichtbare vaccinchef als Breton, Eurocommissaris voor de Interne Markt. „Ik zou niet durven zeggen dat ik de fabrieken al beter ken”, richtte hij zich onlangs haast direct tot de farmabazen. „Maar ik ben wél ter plekke.”

Ter plekke was de Fransman de afgelopen weken overal: in witte beschermingskledij in een Moderna-fabriek in Zwitserland, strak in het pak bij een afvullocatie in Barcelona, aan tafel met zorgambtenaren in Letland en Hongarije. Sinds eind januari leidt Breton een nieuwe ‘taskforce’ binnen de Europese Commissie die de vaccinproductie in Europa moet opvoeren. Doel is het in kaart brengen van Europese productielocaties, ze aan elkaar te koppelen, hobbels uit de weg te ruimen en zo de capaciteit te verhogen.

Farmabazen

Breton opereert op een voor een Eurocommissaris op zijn zachtst gezegd ongebruikelijke manier. Sinds enkele weken begint zijn dag steevast om 05:00 uur met een telefoontje naar Soriot, later op de dag volgen alle andere farmabazen. Van medewerkers verwacht hij dat ze hem tot in detail op de hoogte houden van het productieproces. Blijkt een tekort aan ‘bioreactor zakken’, dan pakt hij in een vergadering ter plekke een blaadje om de capaciteit en behoefte per maand uit te rekenen en ‘targets’ vast te leggen. In presentaties aan Europarlementariërs en overheden ratelt hij exacte cijfers per fabriek moeiteloos af.

Bretons werk richt zich vooral op de langere termijn: het moet uiteindelijk resulteren in een Europese variant van het Amerikaanse Barda, waar onderzoekers samen met de farmaceutische industrie werken aan vaccins en medicijnen. Maar de Fransman is niet bang verwachtingen op te schroeven. Europa zal „binnen 18 tot 24 maanden volledig autonoom” zijn bij de ontwikkeling en productie van vaccins. Recht in de camera beloofde hij Franse burgers onlangs dat groepsimmuniteit vóór ‘Quatorze Juillet’ mogelijk is.

Lees ook: De ‘strijdlustige’ EU-onderhandelaar die de vaccins aankocht

De man die in de Franse pers inmiddels Monsieur Vaccin wordt genoemd, is zo het gezicht geworden van een opdracht die allereerst vooral een inhaalslag is. „Onaanvaardbaar traag” noemde de Wereldgezondheidsorganisatie de Europese vaccinatiecampagne vorige week. Bretons stoere woorden en mooie fotomomenten kunnen niet verhullen dat het juist die industriële kant van het vaccineren is waar de EU het heeft laten afweten. „Je zou willen dat Breton vorig jaar in die fabrieken had gestaan”, zegt een EU-diplomaat.

De analyse wordt in Brussel breed gedeeld: Europa benaderde dit teveel als een ‘normale’ aankoop op de vrije markt, in plaats van zich intensief met industriële productie te bemoeien. De EU, analyseerde de Amerikaanse vaccinchef Moncef Slaoui onlangs in The New York Times, winkelde voor vaccins als een consument. „Ze gingen ervan uit dat het voldoende zou zijn om simpelweg een contract te sluiten om doses te krijgen”, aldus Slaoui, terwijl de Amerikaanse overheid „nauw zaken ging doen met de fabrikanten”.

Vaccincrisis

Zo is de vaccincrisis voor Europa óók een identiteitscrisis, met fundamentele vragen over de open economie, de rol van de staat in de industrie en de noodzaak ‘autonomer’ te worden. De discussie daarover loopt in de EU al langer, maar krijgt door het vaccinindustriebeleid dat nu uit de grond wordt gestampt extra urgentie. Het kan snel gaan: waar Europa in januari nog 30 miljoen vaccins per maand produceerde, is dat inmiddels al het drievoudige en zal het naar verwachting eind dit jaar 150 miljoen zijn. De persoonlijke bemoeienis van Breton helpt, zeggen EU-ambtenaren: lijntjes zijn korter, contacten warmer, waardoor Brussel zich direct in de keten kan mengen om plooien glad te strijken.

Lees ook: Heeft de EU zich door de farmaceuten laten bespelen?

Ook dat maakt de rol van Breton relevant, én pikant. Al voor het uitbreken van de pandemie was hij immers een uitgesproken pleitbezorger van een krachtiger, autonomer Europa, met ‘kampioenen’ die de concurrentie met de rest van de wereld aankunnen. En voor een actieve overheidsrol om dat te bewerkstelligen. Meer dan alleen een inhaalslag is het streven naar vaccinautonomie voor Breton nu, merkt een EU-ambtenaar op, dus ook een „geweldige testcase”.

Bij kleine, handelsgedreven landen als Nederland die de open Europese economie verdedigen, levert dat al vanaf het begin van zijn aantreden argwaan op. Den Haag erkent weliswaar dat bij de productie van vaccins overheidsingrijpen nu wellicht bittere noodzaak is, en zelfs voor Nederland zijn meer Europese autonomie en industriepolitiek geen vies woord meer – getuige ook een onlangs samen met Spanje gepresenteerd discussiestuk. Maar met zorg ziet men ook een invloedrijke Eurocommissaris die de rol van de staat in de economie veel sterker wil vergroten en Europese autonomie coûte que coûte najaagt.

Die angst wortelt in het feit dat het mandaat van Breton al vóór de vaccincrisis ver reikte. In ruil voor een Duitse voorzitter van de Europese Commissie bedong de Franse president Emmanuel Macron voor ‘zijn’ commissaris in 2019 een superportefeuille: naast interne markt onder meer ook kunstmatige intelligentie, data, 5G, defensie en ruimtevaart.

Breton, die de afgelopen decennia onder meer aan het hoofd stond van de Franse (staats)bedrijven Bull, Thomson en France Télécom, opereert volgens sommigen meer als CEO dan als Eurocommissaris. Hij wil voortdurend cijfers zien, tabellen en resultaten kunnen controleren. „Hij denkt steeds in scenario’s: wat als het zo loopt? En welke informatie hebben we nodig om die optie door te denken? Dat is heel nuttig in dit soort onzekere tijden, daarin zie je echt een zakenman”, zegt de Duitse Europarlementariër Christian Ehler (CDU).

Zelf somt Breton zijn lange staat van dienst graag op: het helpt hem naar eigen zeggen in het gesprek met de grote bazen van techbedrijven en farmaceuten.

Bij kleine handelsgedreven landen als Nederland bestaat vanaf het begin argwaan tegen industriepoliticus Breton

Tegelijk benadrukken mensen die met hem werken ook zijn scherpe politieke kant. Ehler: „Hij is echt een opmerkelijk schepsel: het is zeldzaam dat iemand zo goed kan switchen tussen twee werelden.” „Hij vertelde mij dat hij verbijsterd was dat de farma-CEO’s zo onzichtbaar zijn”, zegt Jean-Dominique Giuliani, hoofd van de Robert Schuman Stichting en al decennialang een goede vriend. „Hij begrijpt dat je niet alleen moet weten wat er moet gebeuren, maar er ook voor moet kunnen zorgen dat mensen het echt voor je doen. Hij heeft zoals wij Fransen zeggen savoir faire.”

Als oud-topman dwingt Breton respect af, merkt Frank Heemskerk, oud-PvdA-staatssecretaris en sinds twee jaar secretaris-generaal van de European Round Table of Industrialists, het invloedrijke lobbykanaal van de CEO’s van grote Europese bedrijven. „Hij praat tijdens zo’n bijeenkomst vaak meer dan onze CEO’s en durft ze te provoceren. Tell me something I don’t know, zegt hij dan.”

Het is een stijl die in Commissie-kringen wennen was. Mensen die met hem samenwerken prijzen zijn werklust, visie en daadkracht, maar omschrijven hem ook als intens, veeleisend en intimiderend. Sommige ambtenaren beschouwen een bijeenkomst met Breton als een soort examen, waar ze razendsnel antwoord moeten kunnen geven op ingewikkelde vragen. Anders dan voorgangers kent oud-techbaas Breton ook de inhoud van zijn digitale portefeuille op detailniveau. Leg mij eens uit wat ‘rare earth metal’ is, vraagt hij dan. Telefoons zijn bij aanvang al ingeleverd, dus studeer je maar beter vooraf op de antwoorden – ook omdat Breton ze in perfect Frans verwacht. Niet l’économie digitale’ of ‘le blockchain’. Maar: l’économie numérique en la chaîne de blocs’. Fouten worden openlijk en genadeloos gecorrigeerd.

Stroperigheid

Naaste medewerkers zijn onder de indruk van de manier waarop hij ze uitdaagt om dingen voor elkaar te krijgen. Binnen 24 uur alle Europese productielocaties van mondkapjes in kaart te brengen: waarom niet? Breton moest op zijn beurt wennen aan de stroperigheid van het Europese wetgevingsproces. Bij zijn aantreden moesten ambtenaren uitleggen dat de toonaangevende nieuwe ‘Digital Services Act’ die online platforms moet beteugelen waarschijnlijk op zijn vroegst in 2025 zal ingaan. „Maar dan ben ik zelf al weg!”, reageerde hij verbolgen.

Lees ook: ‘Strategische autonomie’ is nu het buzzword in Brussel

Breton drinkt nauwelijks, staat extreem vroeg op, doet ochtendgymnastiek en lost ter ontspanning af en toe een wiskundeprobleem op. Slaagt zijn vaccinmissie, dan groeit zijn aanzien verder. Maar dat betekent niet dat discussies over industriepolitiek, staatsinterventie en Europese autonomie daarmee beslecht zijn. Het is geen geheim dat er spanning zit tussen hoe Breton en zijn Deense collega Margrethe Vestager naar mededinging kijken. Ook over een nieuwe ‘industriestrategie’ die de Commissie dit voorjaar zou presenteren woedt intern nog altijd felle discussie, waarbij Breton duidelijk aan de interventionistische, protectionistische kant staat.

Volgens Ehler is het echter kortzichtig Breton alleen als ‘klassiek’ Franse Eurocommissaris te zien. „Hij snapt heel goed dat volledige autonomie een illusie is. Maar hij denkt nu wel veel na over wat hij de ‘pharmaceutisalisation’ van veiligheid noemt. Als we ons moeten voorbereiden op mutaties, dan is het thema niet meer economisch. Dan kunnen we niet zomaar vertrouwen op het multilaterale systeem.”

„Hij schudt de boel op”, zegt een EU-diplomaat. „Maar hij moet uitkijken dat hij niet te ver voor de troepen uitloopt.” Heemskerk vertelt hoe Breton zelf ooit zijn methode benadrukte om mensen op één te lijn krijgen. „‘Ik heb daar nooit problemen mee’, zei hij. ‘Ik ga er gewoon vandoor met de bal en ren harder dan iedereen. Als ze me proberen bij te houden, lopen ze allemaal in mijn richting’.”

EU-commissaris Thierry Breton (links) tijdens een bezoek aan een fabriek van de farmaceut Pfizer in het Belgische Puurs in februari. Foto Kenzo Tribouillard / AFP