De rechtbank die zoekt naar oplossingen

Buurtrechtbank In Amsterdam Zuidoost opent dit najaar een buurtrechtbank, naar Amerikaans voorbeeld. Rechter Maria Leijten wil laagdrempelig problemen gaan oplossen voor bewoners.

Rechters Maria Leijten (links) en Christa Wiertz gingen kijken bij een buurtrechter in New York en maakten zich hard voor een versie daarvan in Amsterdam.
Rechters Maria Leijten (links) en Christa Wiertz gingen kijken bij een buurtrechter in New York en maakten zich hard voor een versie daarvan in Amsterdam.

De ovale tafel waaraan Maria Leijten nu zit, wordt straks, als het goed is, de spil van de zitting. Aan de ene kant van de tafel: de rechter. „In toga, denk ik, want je moet in je rol blijven.” Aan de andere kant: de verdachte of de partijen die in conflict zijn, met of zonder advocaat. En daaromheen de betrokken instanties: gemeente, reclassering, ggz, wooncorporatie of schuldeisers.

In september opent in Amsterdam Zuidoost voor het eerst een buurtrechtbank. Midden in de wijk Venserpolder gaan Maria Leijten en enkele collega-rechters zitting houden over kleine strafzaken en bij schulden, schoolverzuim en huiselijk geweld. Zaken kunnen zo in een vroeg stadium en laagdrempelig worden behandeld. Doel is niet per se een vonnis, maar een oplossing. Het gaat om een proef, die ten minste twee jaar gaat duren.

Leijten hoopt hiermee de leefbaarheid in Venserpolder, een multiculturele wijk met veel armoede en kansenongelijkheid, te vergroten. Ook hoopt ze dat het vertrouwen van de wijkbewoners in de overheid, dat nu behoorlijk laag is, toeneemt.

Leijten vertelt erover op haar tijdelijke werkplek, een klaslokaal in het Bindelmeer College, een middelbare school in de wijk. Vanuit hier is ze al driekwart jaar de wijk aan het verkennen, door gesprekken met bewoners. Ook aanwezig is Christa Wiertz, president van de Amsterdamse rechtbank, die zich hard maakte voor het experiment met de buurtrechtbank.

Inspiratie in New York

Het idee onstond tijdens een bezoek van Leijten aan Brooklyn, New York. Daar, in de buurt Red Hook, houdt buurtrechter Alex Calabrese al zo’n twintig jaar praktijk. Leijten ging kijken tijdens een vakantie en was onder de indruk van wat ze zag. Hier worden verdachten op een strenge maar sociale manier behandeld, vond ze. De rol van de rechter beperkt zich niet tot één zitting, hij blijft betrokken bij de verdachte en diens problematiek. „In Red Hook komt de gedagvaardigde terug bij de rechter om te kijken of hij zich aan de voorwaarden houdt. En als dat niet zo is, volgt er niet meteen een afstraffing. De rechter gaat kijken: kunnen we iets verzinnen waardoor je tóch door kunt?”

Christa Wiertz ging ook kijken in Red Hook, net als de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema. Ze deelden Leijtens enthousiasme. Wiertz: „Toen ik bij een zitting was, vroeg de rechter aan een verdachte: ‘Heb je wel een cadeautje als je straks met Kerst naar je familie gaat?’ Nee, antwoordde de verdachte. Toen zei de rechter: ‘Nou, neem iets mee uit de gang dan, daar staan wat dingen.’ Je kunt dat Amerikaans en sentimenteel noemen, maar zo kan het ook.”

Ambitieus

De Amsterdamse rechtbank is niet de enige die experimenteert met rechtspraak op locatie, maar het initiatief is wel een van de meest ambitieuze tot nu toe. In Den Haag en Rotterdam heb je al een ‘regelrechter’ en een ‘wijkrechter’, die civiele kantonzaken op locatie behandelen. In Eindhoven bestaat al een buurtrechtbank, die – net als straks in Amsterdam – ook strafzaken doet. „Het verschil is dat wij een uitgebreide verkenning vooraf doen”, zegt Wiertz.

De locatie van de Amsterdamse buurtrechtbank is niet willekeurig gekozen. De wijk Venserpolder geldt als één van de kwetsbaarste buurten van de stad. De bewoners zijn overwegend van Surinaamse, Antilliaanse of Ghanese komaf. „Bijna 20 procent van de mensen hier heeft te maken met langdurige armoede”, zegt Leijten. „Bij zo’n hoog percentage kun je er vergif op innemen dat er ook veel andere problematiek speelt.” Om maar iets te noemen: schulden, schoolverzuim, overlast, messenbezit, afpersing, drugsgerelateerd geweld en een zwijgcultuur onder jongeren. „Het is een wijk waar voldoende te doen zal zijn voor de buurtrechter.”

Wat voor zaken worden straks behandeld aan Leijtens ovale tafel? In ieder geval „geen moord- of doodslagzaken”. Het zal gaan om kleine strafzaken: winkeldiefstal, mishandeling, belediging, kleine oplichting of openlijke geweldpleging – mits niet al te zwaar. „Zaken waarvoor je normaal bij de enkelvoudige politierechter komt en waarvoor je niet in voorarrest hoeft.”

Lees ook over Gondilio Lowland, die in 2018 in Venserpolder op straat werd doodgeschoten: Zuidoost was trots op Bolle, de rapper ‘die niets had met geweld’

Schoolverzuim en schulden

Het verschil met de ‘gewone’ rechter: bij de buurtrechter wordt niet slechts één zaak besproken, maar wordt zo veel mogelijk de hele problematiek van de persoon erbij betrokken. Leijten: „Stel, je komt binnen voor een klein strafbaar feit en je blijkt ook een dagvaarding te hebben voor het betalen van een huurschuld – dan halen we dat er ook bij. We gaan niet zeggen: die huurschuld doen we over een maand bij een collega die er meer vanaf weet.”

De buurtrechter gaat zich dus, behalve met strafzaken, ook met andere rechtsgebieden bezighouden. Schoolverzuim bijvoorbeeld, en schulden. Bij dat laatste – denk aan huurachterstanden, onbetaalde zorgpremies en achterstallige betalingen bij water- en rioleringsbedrijf Waternet – zal de buurtrechter te werk gaan zoals de Amsterdamse kantonrechter nu al doet bij zorgpremieschulden. De schuldeiser dient een ‘verzoek’ in en geen dagvaarding. Daarmee vermijd je extra kosten voor de schuldenaar, zegt Leijten. „Die bijkomende kosten zijn vaak al hoger dan de uitstaande vordering. Bij een schuld van 500 euro betaal je algauw 600 euro aan dagvaardingskosten en griffiegeld. Als het niet via een dagvaarding gaat, is dat slechts 83 euro.”

De buurtrechter wil deze methode gaan uitbouwen. „We gaan ook kijken: zijn er nog meer schulden? Kunnen we een regeling afspreken die écht nagekomen kan worden? Dan is het handig als er tijdens de zitting schuldhulpverleners in de zaal zitten. De schuldeisers hebben hier op termijn ook baat bij, want anders krijgen ze helemaal niets terug van het openstaande bedrag.”

En dan is er nog huiselijk geweld. Een lastig verschijnsel om strafrechtelijk aan te pakken, omdat er zelden aangifte wordt gedaan. Zeker niet in Venserpolder, waar een aangifte in de ogen van veel bewoners alleen maar „bemoeienis en andere ellende met zich meebrengt”, aldus Leijten. „Dan gaat de wijkagent een beetje bemiddelen, terwijl hij daar eigenlijk geen tijd voor heeft.”

Het maakt mij niet uit of mensen dit initiatief soft noemen. Als het maar effectief is

Christa Wiertz rechtbankpresident

Daarom wil ze experimenteren met een aanpak die nu al een groot succes is in de Surinaamse hoofdstad Paramaribo: huiselijk geweld verplaatsen van het strafrecht naar het civiel recht. „Stellen gaan daar samen naar de kantonrechter om een regeling te treffen”, zegt Leijten. „Een vrouw kan bijvoorbeeld zeggen: ‘Als mijn man uit drinken gaat met zijn vrienden, wil ik niet dat hij die nacht thuis slaapt.’ Dat leg je dan vast.”

Leijten is benieuwd of de Surinaamse praktijk ook in Nederland zal aanslaan. „De wijkagent weet in elk geval zeker dat het een succes gaat worden.”

Meedenken, problemen oplossen en samenwerken met hulpverleners – is dat geen ‘softe’ rechtspraak, waarbij de dader vooral als slachtoffer gezien wordt en zijn ‘echte’ straf ontloopt? „Ik verzet mij tegen dat label soft”, zegt Leijten. „Niets is softer dan drie weken op je bed liggen in de bajes. Neem verplicht afkicken – dat is heftig. Mensen zullen aan de bak moeten om iets te leren, en dat kan wel degelijk als straf ervaren worden.”

Rechtbankpresident Wiertz: „Het maakt mij niet uit of mensen dit initiatief als soft bestempelen, als het maar effectief is. En de rechter heeft altijd het laatste woord, niet de hulpverleners.”

Vertrouwen in de buurt

Het succes van de buurtrechtbank, zeggen Leijten en Wiertz, valt of staat bij het vertrouwen van de buurt. Kleur speelt een rol bij het vertrouwen in overheidsorganisaties, ontdekten ze tijdens de voorverkenning. Sommige bewoners met een migratieachtergrond hebben bijvoorbeeld nare herinneringen aan preventief gefouilleerd worden, in de rij voor de geldautomaat.

In het afgelopen jaar heeft Leijten veel tijd gestoken in contacten met sleutelfiguren in Venserpolder. Want, wil ze graag benadrukken, het is ook een wijk waar veel „mooie initiatieven” bestaan „om de buurt uit het slop te trekken”. Zoals vrouwen die andere jonge vrouwen coachen. Ze wil graag met hen samenwerken om buurtbewoners te bereiken.

Hoe voorkomen Leijten en Wiertz dat hun initiatief, net als eerdere projecten om de rechtspraak laagdrempeliger te maken, voortijdig sneuvelt? Eind jaren negentig opende justitie in verschillende grote steden kantoortjes onder de noemer Justitie in de buurt, waar Openbaar Ministerie, politie en hulpverleners samenkwamen. Dat project stopte na een paar jaar door bezuinigingen van toenmalig minister van Justitie Piet Hein Donner (CDA). De kritiek was dat de doelen te vaag waren: was dit nou rechtspraak of gewoon hulpverlening?

Ja, zegt Maria Leijten, ook voor de Amsterdamse buurtrechter is het een „groot risico” om „afgerekend te worden op vaagheid”. Maar: „Als je écht innovatief wil zijn, moet je ook een bepaalde mate van onzekerheid accepteren. Je weet nooit van tevoren wat de uitkomst zal zijn. En een van de uitkomsten zou inderdaad kunnen zijn dat het niet werkt. Al denk ik van niet.”