Recensie

Recensie Theater

Emotieloze monoloog levert tam schouwspel op bij Cie De Koe

Theater Het Vlaamse theatergezelschap Cie De Koe speelde voor een online publiek live de voorstelling ‘The Courage to be Disliked’. Een rijke vrouw overpeinst haar privileges, maar wat ze zegt, glijdt af van haar ongenaakbare gezicht.

Natali Broods en Peter Van den Eede in de voorstelling ‘The Courage to be Disliked’ van Cie De Koe.
Natali Broods en Peter Van den Eede in de voorstelling ‘The Courage to be Disliked’ van Cie De Koe. Foto Koen Broos

Oef. En toch ook wel wow. Dat is wat je denkt als actrice Natali Broods aan het einde van de livestream van The Courage to be Disliked door Cie De Koe zegt dat ze de voorstelling misschien beter niet hadden moeten maken. Een retorische truc, maar evengoed gedurfd om je werk zo ter discussie te stellen (dat is de wow). En ongemakkelijk, omdat er ook een kern van waarheid in zit (de oef).

Broods en collega Peter Van den Eede zijn, quasi als zichzelf, naar de kleedkamer gelopen na de monoloog van Broods. Zij speelt een onmatig rijke vrouw, een snob, die in een televisie-interview probeert te verklaren wie zij is en hoe zij denkt. Van den Eede, die de interviewer speelt, maakt nog het grapje dat hij bij het spelen was afgeleid doordat hij aan de parkeermeter moest denken – een zeldzaam moment van relativering in een voor de Cie De Koe ernstig getoonzette uitvoering. Maar hij zegt ook last te hebben gehad van haar ongenaakbaarheid. En van het feit dat ze haar geprivilegieerdheid alleen overdenkt, niet afstaat. Wat is dat waard? Met die vraag worstel je als kijker ook.

De ongenaakbaarheid zit in het acteren – met als dubbele bodem dat Van den Eede zelf de regie voert – niet in haar woorden. De vrouw heeft, in deze tekst van Willem de Wolf, scherpe bedenkingen bij haar levensstijl.

Volgens Van den Eede toont ze een geweten, maar is een geweten hebben ook een privilege. Als Broods tegenwerpt dat haar personage het gesprek wil aangaan, antwoordt hij dat de niet-geprivilegieerde geen gesprek wil. Die wil een gevecht. Een gevecht dat hij kan winnen.

Lees ook: Cabaretier Micha Wertheim legt uit waarom De Koe zijn favoriete theatergroep is

Zelfbewustzijn

De vrouw beschrijft precieus zwervers en junks die ze ontmoet en de mensen die haar bedienen bij lunches van 300 euro. Ze analyseert haar verhouding met armoede en rijkdom: haar geld dient om geweld buiten haar leven te houden, om gevaar af te kopen.

Haar inzichten verwoordt ze koel, zakelijk en abstract en zo spreekt ze ook. Ze is bijna continu in beeld. Haar spreken wordt alleen onderbroken door enkele pauzes en (eerder opgenomen) buitenopnames. Maar van haar gezicht valt niets af te lezen, geen emotie in ieder geval. Na een kwartier vraag je je af waarom je naar haar wil blijven luisteren; zeker omdat haar observaties weliswaar mooie metaforen bevatten, maar ook spanningsloos voortkabbelen. Dan denk je aan de titel: is het haar moed om niet leuk te worden gevonden? Maar nee, ze is niet onsympathiek, ze is leeg.

Onbewogen

Dat trekt iets bij, gaandeweg. Bij gebrek aan uitdrukking onderzoek je haar gezicht: hé, één wal onder haar ogen? En is haar ene oog groter dan het andere? Zelf merkt ze op dat ze een „onbewogen gezicht” heeft en „gelijkmatigheid” uitstraalt. Wat ze over zichzelf zegt, is wat je ziet. De voorstelling is er niet bij gebaat.

Lees ook: Interview met Willem de wolf: ‘Ik vind het ongelofelijk fijn om het slachtoffer te spelen’

Haar gelijkmatigheid houdt de tekst op afstand. Je zakt weg in glad afgevijlde formuleringen over kunst als „compensatie-evenement” voor de rijken, over „revitalisering” van rijken die zich laven aan de onderklasse en over graffiti en punk die keurig worden ingekapseld. De spelopvatting maakt de tekst onschadelijker dan hij bedoeld is. Zonde.