Opinie

Een premier die niet wordt geloofd, zit wel in het Torentje maar zonder macht

Mark Rutte

Commentaar

Het was opnieuw zijn geheugen dat hem in de steek liet. Of eigenlijk, zijn vaardigheid dat slechte geheugen nog een keer als excuus te kunnen gebruiken. Want het was niet dat ene zinnetje – positie Omtzigt: functie elders – dat Mark Rutte in de problemen bracht, maar zijn stellige ontkenning dat hij het niet was die tijdens de gesprekken met de verkenners over Kamerlid Pieter Omtzigt had gesproken.

En vervolgens, toen alle gespreksverslagen openbaar werden, probeerde Rutte zich, zoals vaker de afgelopen tien jaar, met semantische behendigheid uit de nesten te werken. Zijn gebrek aan een „actieve herinnering” waar Rutte zich op andere moeilijke momenten, zoals de dividendbelasting, het bombardement op Hawija of de datsja-leugen van partijgenoot Halbe Zijlstra, met succes op beriep, waren nu „onbedoelde onwaarheden”.

Maar wat topambtenaar sir Humphrey in de door Rutte geliefde BBC-serie Yes, Prime Minister tegen premier Hacker zei, geldt ook hier: „U heeft gelogen. Ik weet dat dit een lastig concept is voor een politicus, maar u heeft niet de waarheid gesproken.”

Doordat Rutte meende zich dat opnieuw te kunnen permitteren, ging het debat donderdag niet langer over het Omtzigt-zinnetje, noch over hoe de formatie nu verder zou moeten gaan. In de Tweede Kamer werd, in volle openbaarheid, gevochten om de macht. Dat was op zich al opzienbarend na een gedepolitiseerde verkiezingscampagne, die nauwelijks ging over de reden waarom het kabinet aftrad (de Toeslagenaffaire) en waarbij andere partijen Rutte, de premier in coronacrisistijd, niet aanvielen.

Met reden vindt het machtsspel tijdens de formatie achter gesloten deuren plaats. Formeren heeft baat bij vertrouwelijk overleg als een stabiele coalitie het einddoel is. Gevoelige kwesties, ook rondom personen, moeten besproken kunnen worden. Ditmaal was door een per ongeluk gefotografeerde notitie enige transparantie nodig om het vertrouwen tussen de partijen te herstellen.

Maar de maximale openheid die zij zelf eisten, heeft in veel gevallen hun eigen positie beschadigd, en het onderlinge vertrouwen verder onder druk gezet. Een nieuwe verkenner zal eerst de verhoudingen moeten proberen te herstellen. Een spoedige formatie heeft in crisistijd nog steeds de voorkeur, maar lijkt nu uitgesloten.

Lees ook: Beschadigde Rutte kan in de formatie geen kant op

Ook omdat het debat liet zien hoe weinig krediet demissionair premier Rutte met zijn plooibare geheugen heeft opgebouwd bij zijn ex-partners. Zijn smeekbedes – „Ik heb u nooit belazerd” tegen Gert-Jan Segers (ChristenUnie) en tegen Lilianne Ploumen (PvdA): „Het is een kwestie van elkaar in de ogen kijken en zeggen ‘geloven we die man?’” – vonden geen gehoor. Dertien van de zeventien partijen in de Tweede Kamer steunden een motie van wantrouwen tegen hem, waaronder zelfs de doorgaans gezagsgetrouwe SGP. Die partijen kunnen amper nog met opgeheven hoofd met hem in één coalitie stappen.

Wat overblijft is opnieuw een coalitie met D66, CDA en ChristenUnie. Hoewel getalsmatig een formatie zonder de VVD vrijwel niet mogelijk is, kunnen die drie partijen hun machtspositie nu optimaal benutten. Zij kunnen bij coalitieonderhandelingen eisen stellen, wil de VVD blijven regeren. Waarmee de vraag voor de VVD is: wil zij door met een partijleider die nu eerder een schooljongen is die zich door anderen de les moet laten lezen dan de staatsman van de afgelopen jaren?

Want de uitkomst van het debat is een vertraagd vonnis. De motie van afkeuring, ingediend door voormalige coalitiepartners D66 en CDA, is inderdaad de „politieke onthoofding” van Rutte, zoals PVV-leider Geert Wilders vaststelde en D66-leider Sigrid Kaag beaamde.

Deze tijd nodigt niet uit tot politiek spel. Het is terecht dat een demissionair premier niet onmiddellijk is weggestuurd. Dat zou onverantwoord zijn in crisistijd. Maar het is wél een glashelder signaal dat de voltallige Tweede Kamer, op de partij van Rutte na, vindt dat hij ditmaal te ver is gegaan. Zoals Kaag zei over de motie van afkeuring: „Ik zou er mijn conclusies aan verbinden.”

Het is te hopen dat Rutte dit paasweekeinde gebruikt voor zelfreflectie. Hij zegt „enórm gemotiveerd” te zijn om nog vier jaar door te gaan. Maar een premier die in zijn eigen woorden „niet liegt” en toch niet wordt geloofd, zit misschien wel in het Torentje, maar dan zonder daadwerkelijke macht. De VVD moet beoordelen of Ruttes belang hier nog het partijbelang is – het land is bij een zwakke premier in elk geval niet gebaat. Dan is het verstandig het signaal dat de Kamer gaf, te volgen.