‘Soms eindigen we zingend en dansend op de tafels’

Spitsuur Evelien de Jong, Patricia Niederer en Wyger Wentholt wonen met vijf anderen in een woongroep in Amsterdam. „Ik ben ontzettend blij dat ik nu niet in mijn eentje in een appartement zit met alle coronarestricties.”

Wyger (r): „Er moet in ieder geval honing en knäckebröd in huis zijn. Er is altijd wel fruit.” Evelien: „Hij wil altijd nog extra vegan kaas.” Patricia (l): „Als je de beurt hebt, kan je natuurlijk zelf ook dingen kopen die je lekker vindt, dat houdt het een beetje leuk.” Foto David Galjaard
Wyger (r): „Er moet in ieder geval honing en knäckebröd in huis zijn. Er is altijd wel fruit.” Evelien: „Hij wil altijd nog extra vegan kaas.” Patricia (l): „Als je de beurt hebt, kan je natuurlijk zelf ook dingen kopen die je lekker vindt, dat houdt het een beetje leuk.”

Foto David Galjaard

Evelien: „We wonen met acht man samen in een woongroep en eten iedere avond samen, behalve zondagavond. We betalen allemaal 310 euro aan de huishoudpot per maand en daar trek je de boodschappen die je doet vanaf. Aan het eind van de maand maak je het verschil over, daar betalen we internet, kranten en ons huisweekend van. Om de acht weken ben je aan de beurt voor de huisboodschappen. Dan loop je met vijftien broden, anderhalve kaas, kratten met muesli en cruesli te sjouwen.”

Patricia: „En met chiazaad. We zijn best wel verwend. We kopen onze kaas bij de kaasboer. We eten altijd biologisch-vegetarisch, we doen boodschappen bij een lokale biologische supermarkt.”

Evelien: „De Aanzet, door sommigen ook wel De Afzet genoemd.”

Wyger: „We hebben een vaste lijst boodschappen, waarover onderhandeld wordt. Er moet in ieder geval honing en knäckebröd in huis zijn. Er is altijd wel fruit.”

Evelien: „Hij wil altijd nog extra vegan kaas.”

Patricia: „Als je de beurt hebt, kun je natuurlijk zelf ook dingen kopen die je lekker vindt, dat houdt het een beetje leuk.”

Evelien: „Als je kookt, doe je boodschappen voor die avond. ’s Middags zie je wie heeft ingetekend. Sinds corona eten er vaak acht mensen mee, dat is best druk!”

Wyger: „In het keukentje boven kun je voor gasten koken. Voedsel waarvan je wilt dat anderen eraf afblijven, leg je ook boven neer. In de ijskast beneden mag je alles pakken.”

Evelien: „Alles is inclusief hier, behalve alcohol en dood dier.”

Wyger: „Ik ben ontzettend blij dat ik nu niet in mijn eentje in een appartement zit met alle coronarestricties. Ik woonde in België in Luik en had werk gevonden in Amsterdam. Ik zocht een woongroep omdat het me gezellig leek, maar ook omdat het anders een appartement in de buurt van Diemen of Weesp was geworden. Nu zit ik in een woongroep vlakbij het Concertgebouw in hartje Amsterdam.”

Evelien: „Het huis is gekraakt in de jaren tachtig en voor een symbolisch bedrag verkocht aan woningcorporatie De Key. We hebben ook nog gaskachels, niet wat je denkt bij Amsterdam-Zuid.”

Patricia: „Het heeft echt iets weg van een gezinsleven. De lunchtafel is bijna nooit leeg, er zit altijd wel iemand een krantje te lezen. Iedereen heeft zijn specialisatie en we helpen elkaar ook op professioneel vlak.”

Evelien: „Ik geef beslishulp aan vrouwen die worstelen met de keuze liefde en een kind. Toen ik 36 was, woonde ik al bijna tien jaar in deze woongroep en was ik bang dat ik de afslag naar de Vinexwijk had gemist. Ik heb met homo’s gedate, ik heb een goede vriend gevraagd als zaaddonor, ik ben naar de spermabank gegaan, maar allebei mijn eileiders zaten dicht. Inmiddels had ik wel een vriend en die wilde meedoen aan IVF. Daarmee heb ik toen op de valreep nog één eitje geoogst en dat is nu onze dochter, Vesper. De helft van de tijd woont ze bij mij in de woongroep, de helft van de tijd bij mijn vriend.”

Patricia: „Als ik geen vroege dienst heb, kom ik om twaalf uur beneden aansloffen. Anders moet ik om half acht al bij Het Parool zijn. Dan tref ik meestal alleen Wyger, terwijl ik hier als een zombie een boterham sta te smeren.”

Wyger: „Ik sta om zes uur op, want ik vind het fijn om ’s ochtends te mediteren. Om zeven uur ga ik ontbijten en de krant lezen.”

Evelien: „Als ik beneden kom, rond half acht, zit hij er nog. Ik doe intermittent fasting, maar maak wel koffie. Ik vul Vespers broodtrommel en haar schooltas en dan fietsen we naar haar school. Als ze er niet is, kijk ik even in de krant en daarna fiets ik naar kantoor. Om half twaalf steek ik het Vondelpark weer door en schuif ik als eerste aan bij de lunchtafel met de lekkere restjes van de avond ervoor. Wie het eerst komt, het eerst maalt, is de regel.”

Patricia: „Soms nemen mensen restjes stiekem mee naar boven. Of ze reserveren iets met stickers voor hun lunch.”

Evelien: „Die stickers gaan er gewoon af!”

Wyger: „Ik lunch meestal op kantoor. Ik vind het iedere avond weer een enorme luxe om ’s avonds thuis te komen en om kwart voor zeven een verse pot eten op tafel te zien.”

Evelien: „Iedereen heeft een taak. Wat is de mijne ook alweer?”

Wyger: „Het is even graven, haha.”

Evelien: „Badkamer en de wc op tweehoog!”

Wyger: „Taken als vuilnis wegbrengen en het trappenhuis schoonmaken hebben we verdeeld. Die gebeuren idealiter eens in de twee weken en in de praktijk eens per twee maanden.”

Patricia: „Na het eten wassen we met zijn allen af.”

Wyger: „Soms eindigen we zingend en dansend op de tafels.”

Patricia: „Mijn taak is de keukenkastjes aan de binnenkant opruimen en schoonmaken.”

Evelien: „Zij is eigenlijk de minimalist van ons huis.”

Patricia: „Ik word echt gek als er weer vijf aangebroken potten mayo in de koelkast staan. Die moeten we eerst opmaken, zeg ik dan tegen de rest.”

Wyger: „Ik dweil de woonkeuken en tv-zitkamer. Dat doe ik heel onregelmatig, haha.”

Patricia: „Soms ben je gefrustreerd en stuur je een mail naar iedereen, maar vaker is het zo dat je iemand aanspreekt op de gang: hé, je moet weer even je huistaak doen.”

Evelien: „Ik maak overal een grapje van. We vergaderen eens in het half jaar. We eten iedere avond samen, dus dat is genoeg.”

Wyger: „Zeker tijdens corona.”

Evelien: „We hebben een vergadering gehad over hoe we de coronaregels gingen toepassen. Ik ben zes weken bij mijn vriend gaan wonen. Zal ik blijven, vroeg ik toen. Nee, zei hij. Eigenlijk vind ik het zo ook wel fijn.”

Wyger: „Er was ook een korte periode dat we helemaal geen anderen in huis toelieten.”

Evelien: „Ook hierin hebben we de strengen en de rekkelijken.”

Wyger: „Dat kon best emotioneel worden.”

Patricia: „Mensen mogen ook echt wel boos zijn. Er is altijd wel iemand die de rol van mediator op zich neemt en er dan een conclusie aan verbindt.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl