President Arno Visser van de Algemene Rekenkamer: „Of we te streng zijn, zal achteraf blijken.”

Foto Lex van Lieshout/ANP

Interview

President Rekenkamer: ‘Zonder duidelijk doel verdwijnen de onderwijsmiljarden op de grote hoop’

Arno VisserPresident Rekenkamer

Het onderwijs 8,5 miljard euro geven zonder heldere analyse en duidelijke afspraken is een slecht idee, zegt Arno Visser.

Het Nationaal Programma Onderwijs van ministers Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie) en Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) is te vaag, het toezicht ontbreekt, en misbruik en vertraging liggen op loer. De kritiek die de Algemene Rekenkamer deze week in een brief aan de Tweede Kamer uitte op de besteding van 8,5 miljard euro voor de corona-achterstanden in het onderwijs is niet mals.

Maar die kritiek is wel nodig, zegt Arno Visser, president van de Rekenkamer. „Het gaat om ontzettend veel geld: 8,5 miljard! Als je bij zo’n bedrag niet goed weet wat je ermee gaat doen, is het vragen om problemen.”

De Rekenkamer controleert normaal gesproken pas achteraf of geld van de overheid goed is besteed. Een waarschuwing vooraf is bijzonder. Is dit een nieuwe koers?

„Zo zou je het kunnen zien. Hoe blijf je relevant in een wereld die steeds sneller gaat en waar weinig tijd is voor reflectie? Niet dat wij van plan zijn veel vaker aan de voorkant te waarschuwen, maar in dit geval is het legitiem. We hebben een aantal lessen kunnen trekken uit het verleden, waardoor we weten dat geld voor onderwijs niet vanzelf op de goede plek terecht komt. We zagen het bij de subsidies voor passend onderwijs, de werkdrukgelden en de kwaliteitsimpuls voor leraren.”

Wat is de gemene deler?

„Dat we niet of te weinig weten wat met het geld is gebeurd. Zo cru is het. Neem de 1,2 miljard euro om de kwaliteit van leraren te verbeteren. Toen de Tweede Kamer vroeg waar dat geld aan was besteed, bleek het niet te achterhalen.”

Hoe kan dat?

„Omdat er vooraf geen duidelijke afspraken zijn gemaakt over hoe het geld moest worden besteed. Het gebeurde allemaal met de beste bedoelingen, maar niet te achterhalen is hoeveel geld waaraan besteed is.”

En dat dreigt nu ook met de 8,5 miljard uit het Nationaal Programma Onderwijs te gebeuren?

„Ja, de geschiedenis herhaalt zich. Ook nu is niet duidelijk waar het geld naar toe moet, waar de echte problemen zitten en hóe je die aan gaat pakken. Wanneer is er sprake van onderwijsachterstand? En welke aanpak helpt? Daar zijn nog geen uniforme gedachtes over. Al die duizenden scholen moeten nu zelf het wiel uitvinden. Wij pleiten niet voor eenheidsworst, maar voor een aanpak waar scholen van kunnen leren”

Bent u niet te streng? Een crisis vraagt ook om snel handelen.

„Of wij nu te streng zijn, kun je pas achteraf zeggen. Je moet ook opletten dat de crisis niet gebruikt wordt om dingen die normaal zijn, níet te doen. Zoals goed definiëren waar dat geld voor bestemd is en zorgen dat je in staat bent om te controleren of het op de goede plek terechtkomt.”

Vreest u misbruik?

„Ik wil niet suggereren dat het geld voor andere dingen dan voor onderwijs wordt gebruikt, maar het dóel moet echt veel duidelijker worden vastgesteld. Zolang dat niet het geval is, vrees ik dat we van een deel van het geld nooit precies zullen weten waar het terecht is gekomen en of het goed besteed is. Dan verdwijnt het op de grote hoop.”

Lees ook: President Rekenkamer: ‘Neem besluit voor overheidssteun niet overhaast’

De trein rijdt al, scholen doen al aanvragen. Voert u een achterhoedegevecht?

„Ik hoop het niet. Nog niet al het geld is geaccordeerd. We kunnen echt nog wel een been bijtrekken. We horen ook van scholen die tegen het probleem aanlopen dat wij agenderen. Wij vragen niet om iets nodeloos ingewikkeld te maken. We zijn de controleur, maar hoeven echt niet méér controle. We vragen alleen: maak duidelijker wat je wilt bereiken.”