Nederland blijft zinnen op rol in gasproject in door geweld geplaagd Mozambique

Mozambique Nederland overweegt 600 miljoen euro te steken in een gasproject in het noorden van Mozambique, ondanks dodelijk jihadistisch geweld precies in dat gebied.

Mensen wachten in de haven van Pemba op hun familieleden nadat die geëvacueerd werden uit Afungi en Palma.
Mensen wachten in de haven van Pemba op hun familieleden nadat die geëvacueerd werden uit Afungi en Palma. Foto Alfredo Zuniga

De Nederlandse regering wil vooralsnog geen streep trekken door de geplande financiering van een gasproject in het noorden van Mozambique, waar inmiddels meer dan 2.500 burgers om het leven zijn gekomen bij gevechten tussen jihadisten en het regeringsleger. Kuststad Palma, waar het hoofdkwartier van de gasoperaties ligt, werd vorige week door de jihadisten aangevallen. Honderden Mozambikanen en expats zijn op de vlucht geslagen.

De Nederlandse regering erkende eerder aan de Tweede Kamer dat aan het project een „hoog risico” op mensenrechtenschendingen kleeft – eerdere exploraties van gas en olie leidden in Afrika tot geweldsexplosies. Maar de regering wil de toegezegde steun vooralsnog niet annuleren.

Het Nederlandse ministerie van Financiën overweegt meer dan 600 miljoen euro kredietverzekering te verschaffen voor Nederlandse bedrijven betrokken bij het gasproject, dat zich richt op een grote gasbel voor de Mozambikaanse noordoost-kust. De kredietverzekering is onder meer bedoeld om het Nederlandse baggerbedrijf Van Oord te helpen, dat in 2019 een miljoenencontract kreeg om voor de kust van Mozambique te helpen bij de verbindingen tussen de gasboringen in zee en het vasteland. Van Oord ligt momenteel met vier schepen voor de kust van Pemba in het noordoosten, en zegt tegen NRC dat de situatie in Mozambique „zeer schrijnend” is, maar dat een beslissing over terugtrekking „prematuur” is. „Wij kijken de situatie aan”, zegt woordvoerder Robert de Bruin van Van Oord.

Ook het ministerie van Financiën houdt zich op de vlakte. „Op dit moment bestaat er nog veel onduidelijkheid over de situatie. Wat dit betekent voor het besluit van de staat om al dan niet als verzekeraar op te treden in dit project kan ik u op dit moment nog niet zeggen”, aldus een woordvoerder.

Meer dan een half miljoen Mozambikanen zijn uit het noorden van Mozambique gevlucht voor het geweld tussen een jihadistische groepering en het regeringsleger. De jihadistische opstand begon in 2017 als uiting van frustratie van de lokale bevolking niet mee te profiteren van de eigen bodemschatten. Het geweld is sindsdien ontspoord, met onthoofdingen en ontvoeringen van burgers. „Ik begrijp dit niet meer. Ik vraag me af wanneer de grens is bereikt voor de Nederlandse overheid om te zeggen: genoeg is genoeg”, zegt Niels Hazekamp die namens de mensenrechtenorganisatie Both Ends onderzoek deed in Mozambique. Vanaf het begin was duidelijk dat er mensenrechten worden geschonden volgens Hazekamp – nog los van de rol van jihadisten. Volgens zijn onderzoek hebben honderden mensen hun huis moeten verlaten voor de aanleg van een compound van Total.

In mei 2017 nodigde de Nederlandse staat de Mozambikaanse president Filipe Nyusi uit voor een bijeenkomst in Den Haag, waarbij Shell, Van Oord en andere bedrijven waren uitgenodigd. Volgens Isabelle Geuskens van Milieudefensie is de Nederlandse betrokkenheid laakbaar gezien de milieuafspraken van de regering Rutte in het Parijs-akkoord om klimaatverandering tegen te gaan. „Je zegt in Nederland van fossiele brandstoffen af te willen en tegelijk wakker je de ontwikkeling van fossiele brandstoffen in Afrika aan, met alle gevolgen vandien.”