Industriële landbouw aangeklaagd

Boek Vol bewondering beschrijft Ben Koks z’n ideale boerenlandschap.

‘Het knerpen van patrijzen, het rinkelende geluid van zingende grauwe gorzen in akkerland en de vrolijk stemmende kakofonie van alarmerende grutto’s, tureluurs, scholeksters en kieviten in graslandgebieden.” Vol bewondering beschrijft akkervogeldeskundige Ben Koks z’n ideale boerenlandschap in z’n essay Vogels wijzen ons de weg. Maar dat landschap is niet meer.

Het doorvoelde essay van Koks – bekend vanwege zijn onderzoek aan de grauwe kiekendief – is een aanklacht tegen de industriële landbouw. Met zijn ruilverkaveling, mechanisatie, kunstmest, bestrijdingsmiddelen en winstoptimalisatie heeft die de vogels, en veel andere soorten, „naar de marge gedrukt”. Koks’ antwoord: kijk waar de vogels het nog redelijk doen, en leer daar van. Geen eindeloze monocultuur dus, maar kleinere percelen met veel variatie in de gewassen, omlijnd met „houtwallen en taluds van sloten en watergangen”.

In de praktijk blijkt dat lastig te realiseren. De gevestigde belangen – van producenten van kunstmest en bestrijdingsmiddelen, van banken – zijn groot en machtig. Daarnaast mist Koks politieke wil.

Sommige thema’s, zoals de versnippering van onderzoeksgeld, keren vaker terug. Koks had die ruimte ook kunnen gebruiken om een wijdere blik te nemen. Want het is een complex onderwerp. Als Nederland een meer ecologische landbouw omarmt, zal de opbrengst per hectare omlaag gaan. Is dat erg? Verschuift die productie – naar de tropen bijvoorbeeld? Hoe pakt dat uit als we tegelijk minder vlees gaan eten? En met zijn pleidooi voor meer boerennatuur raakt Koks aan een ethische discussie waar hij verder niet op in gaat. Welke natuur willen we? Waarom juist die? En hoeveel willen we ervan?

Los daarvan zit het vol mooie waarnemingen. Zo viel het Koks op dat mannetjes van de grauwe kiekendief in de Gronings-Drentse Veenkoloniën juist te vinden waren boven percelen wintergerst waar geen insecticiden waren gespoten. Daar was de grote groene sabelsprinkhaan nog talrijk. De jagende kiekendieven vingen de ene na de andere weg tussen de wuivende gersthalmen.