Dominee André van der Graaf met zijn vrouw Maaike en zijn kinderen Thom (12), Noor (10) en Ralph (6).

Foto’s Dieuwertje Bravenboer

Interview

De dominee in Heerde weet nu dat hij niet bang is om te sterven

Geloof Dominee in de Hervormde Kerk in Heerde André van der Graaf werd vorig jaar heel ziek door corona. Een terugblik met zijn gezin.

Het is 14 maart, de vierde zondag van de veertigdagentijd, en in de Hervormde Kerk van Heerde preekt dominee Van der Graaf over wat hij de meest deprimerende zinnen van Genesis 7 noemt: die over de zondvloed waarmee God het leven op aarde vernietigde. Alleen Noach werd gered, met de mensen en dieren die bij hem in de boot waren. „Hoe clean er over de verwoesting gesproken wordt”, zegt de dominee. „Zoveel dagen regent het, zo hoog komt het water. Geen woord over het leed van de mensen, want dat leed is niet te meten. Je bent stil en sprakeloos.”

De dienst is om half tien begonnen en in de houten banken zitten dertig gelovigen, ver bij elkaar vandaan. Ze hebben niet meegezongen toen twee gemeenteleden voor in de kerk ‘Lof zij de Heer, de almachtige Koning der ere’ zongen, en ‘Hoe moet ik U danken voor ’t licht dat Gij mij hebt gebracht’ – al zaten sommigen wel te neuriën, met gesloten mond en gebogen hoofd. Ze houden zich hier aan alle coronaregels. Na de dienst zullen ze elkaar niet de hand schudden en er is geen koffie. Iedereen zal zwijgend huiswaarts gaan. De dominee zal complimenten krijgen van de voorzitter van de kerkenraad: dat het een preek was met een flinke schep zuurkool erin, niet alleen appelmoes. Precies wat in deze kerkgemeente – de grootste van Heerde, orthodox, maar niet al te zwaar – van de dominee verwacht wordt. Negenhonderd gelovigen hebben via YouTube meegeluisterd.

Dit was de uitleg die dominee Van der Graaf aan Genesis 7 gaf: dat God de mensen niet zomaar in de ellende stort en dat het niet aangaat om naar Hem te wijzen. „Er is veel kwaad in de wereld waar we zelf verantwoordelijk voor zijn.” En: „Het kwaad zit in ons allemaal.” Maar het einde van de preek was bemoedigend. Als God vaststelt dat de mens onverbeterlijk is – Noach is dronken en vervloekt zijn zoon Cham – besluit Hij nooit meer zo’n vloed over de wereld uit te rollen. Hij weet wat beters. Hij zal in zijn oneindige goedheid zijn zoon Jezus sturen als „bevrijder en overwinnaar” van dat kwaad.

Heerde ligt op de Veluwe, onder Zwolle. Een jaar geleden was hier een uitbraak van Covid-19, met in korte tijd zeker 88 doden. NRC schreef eerder al over de gevolgen voor de gemeenschap – ‘de pandemie is een metafoor voor een veranderende wereld die het dorp meeneemt in de moderne tijd’ – en nu gaat het over André van der Graaf (39), die zelf heel ziek is geweest en daardoor dingen heeft geleerd, zegt hij, die hij anders niet geleerd had. Het gaat ook over zijn vrouw, Maaike van der Graaf (39), en hun kinderen, Thom (12), Noor (10) en Ralph (6).

Lees de NRC-longread over Heerde en corona uit december 2020: ‘Heerde, blief maar fijn bie ’t olde

Het is woensdag 24 maart, anderhalve week voor Pasen, en terwijl Maaike de tafel dekt voor de middagboterham en Ralph uit school haalt, vertelt André over zijn moeder, die uit een tuindersfamilie in Ridderkerk kwam en bevindelijk gereformeerd was: serieus bezig met de vraag of de genade van God ook voor haar bedoeld was en hoe ze daar zekerheid over kon krijgen. Ze stierf toen André vijftien was, aan darmkanker, en nooit zal hij de angst en de twijfel vergeten die haar op haar ziekbed teisterden. Vijf kinderen had ze, André was de tweede, en toch kon ze tegen het einde zeggen dat ze werd losgemaakt van het leven en ernaar verlangde om naar God te gaan.

Ze woonden in Oldebroek, niet ver van Heerde, en ze waren lid van de Gereformeerde Bond. Voor zijn moeder was dat niet bevindelijk genoeg en een tijdje ging ze ter kerke in Oosterwolde, drie kilometer verderop. „Daar stond een predikant van een andere snit.” En de kinderen? „We gingen om en om met onze ouders mee.” Ja, dat was ingewikkeld. André had het gevoel dat hij moest kiezen, al zeiden zijn ouders nog zo vaak dat dat niet hoefde. Hij koos voor zijn moeder. „Die bevindelijkheid, dat persoonlijke omgaan met God, dat trok me aan”, zegt hij. „Ik was een religieus jongetje.”

Flashbacks op Snapchat

Bruine boterhammen, krentenbollen en croissants. Kaas, hagelslag en gerookte zalm. Nog voor het gebed zegt Maaike: „Achteraf heb ik ook corona gehad. Ik geef bloed en bij de bloedbank zagen ze antistoffen.” Had ze het niet gemerkt? „Jawel, maar ik had geen tijd om erop te letten, want André was ziek en moest naar het ziekenhuis, en ik moest de kinderen thuis onderwijs geven. En ik was” – ze lacht – „ook nog mijn eigen bedrijf aan het opzetten.” Online marketing & strategie voor het mkb. Voorheen werkte ze onder meer voor de zending. Dochter Noor zegt: „Ik kreeg Flashbacks op Snapchat en toen dacht ik: o ja, het is alweer een jaar geleden.”

„En toen?”, vraagt haar moeder.

„Was ik heel verdrietig.”

„O ja?”

„Ja, vooral toen papa voor de tweede keer naar het ziekenhuis moest. Ik dacht: het is wel echt fout.” Ze leunt tegen haar moeder en vertelt dat papa daarna drie weken in haar kamer had gelegen. „Ik moest bij mama in bed. Hij zag er echt niet uit, je ging echt schrikken. Heel wit en heel moe.”

Maaike: „En dun!”

Het leven spreekt niet vanzelf, dat weet ik van jongs af aan, en waarom zou het mijn beurt niet zijn?

Na het gebed vraagt Noor of ze even van tafel mag en ze komt terug met een papieren doosje waarop ‘dit moet je van me weten’ staat, en daaronder ‘mijn vader is bijna doodgegaan door corona’. Ze heeft het gevouwen op de kinderclub van de kerk. En haar broertjes, waren die bang? Ralph kan even niet antwoorden. Zijn tand zit los, er was net bloed. Thom roept: „Nee!” Maaike zegt dat ze ook niet bang was. Ze stond foto’s te maken toen André de eerste keer door de ambulance werd opgehaald. En André dacht: „Als dit het laatste is wat ik van haar zie, dan zie ik haar lachend.” Want hij hield er wel rekening mee dat hij het niet zou redden, zeker bij de tweede keer, toen hij een longinfarct bleek te hebben.

What would Jesus do

De kinderen eten zwijgend door terwijl hun ouders vertellen dat ze bij elkaar op de middelbare school hebben gezeten, de reformatorische school Pieter Zandt in Kampen, met dependances in Urk, Staphorst en IJsselmuiden. Ze kregen pas wat met elkaar toen ze in 1999 gingen studeren, Maaike international business in Arnhem, André theologie in Utrecht. Hun vwo-klas was hecht en bleef hecht, ook na het eindexamen. „We waren heel serieus”, zegt Maaike. „Geen studentenleven met uitgaan en borrels en zo. Daar heb ik nu weleens mijn twijfels over, of we dat niet wel hadden moeten doen.”

Ze komt uit Kampen en bij haar thuis waren ze lid van de Gereformeerde Gemeente, iets strenger in de leer dan de Gereformeerde Bond. Haar ouders, zegt ze, waren redelijk gemakkelijk. Televisie werd gedoogd. Ze mocht broeken dragen. „Maaikes moeder was ook heel bevindelijk”, zegt André. „Maar dat heeft bij jou” – hij kijkt naar Maaike – „geen voet aan de bodem gekregen.” Is dat zo? „Hm, lastig”, zegt Maaike. „Ik tors wel een hele hoop bagage mee van wat me is aangeleerd en sommige van mijn vriendinnen zijn nog steeds heel serieus, ook met de geloofsopvoeding van de kinderen. En dan denk ik: oeh, ik doe maar wat. Dat kan me wel aanvliegen. Doe ik er wel genoeg aan?” Ja, er wordt gebeden en in de Bijbel gelezen en gepraat. „Bijvoorbeeld”, zegt ze terwijl ze haar arm om Noor heen slaat, „over de vraag what Jesus would do als je ruzie hebt en hoe je social media gebruikt.”

„Ik?”, zegt Noor.

„Ja, want dit lieve meisje kán heel eh… temperamentvol zijn en op Snapchat…”

„Ik doe geen nare dingen op Snapchat.”

„Weet ik”, zegt Maaike. „Maar het gebeurt wel en dan praten we erover hoe je met elkaar omgaat, ook online. Hoe je je kan beheersen. Hoe je de ander kan dienen.”

André: „Het lastige is dat ze nu al een hele tijd niet in de kerk zijn geweest, omdat het gewoon niet kon. Voor corona hield ik een keer een kinderdienst en ik zei tegen ze: het wordt leuk en gezellig. Halverwege stoot Thom me aan – we zaten in een kring – en hij zegt: ik dacht dat het leuk zou worden.”

Thom: „Ik sport liever.”

Hij voetbalt en hij kickbokst. Zijn haar is tot boven de slapen opgeschoren en op zijn hoofd draagt hij een staart. Maaike zegt dat zij zoiets vroeger never nooit gemogen zou hebben. „Maar als hij het wil, denk ik: doe maar.” Noor vraagt of haar vader please kan eindigen, dan kan zij van tafel. „Zullen we dat dan maar doen?”, zegt André. Hij begint te zingen, Maaike en de kinderen zingen mee – ‘Voor alle goede gaven, Heer, zij u de dank en eer’ – en daarna mogen Noor en Ralph op hun iPad.

Zijn André en Maaike bang dat Thom zijn geloof zou kunnen verliezen? André, aarzelend: „Nee.” Maaike, ook aarzelend: „Ja. En dan zou ik het mezelf verwijten. Het hoeft allemaal echt niet op onze manier, vul het vooral op je eigen manier in, maar ik zou het wel heel jammer vinden als hij het liet lopen.” En haar eigen twijfels? „Hm”, zegt ze. „In hoe ik ben opgegroeid en wat er toen in de kerk gebeurde, zie ik eerlijk gezegd meer cultuur dan geloof. En nu de diensten online zijn vind ik het ingewikkeld om mezelf gemotiveerd te houden en erbij te blijven. De basis is goed en ik weet dat God me niet loslaat, maar ik ben wel aan het zoeken. Wat past bij mij?” Ze lacht naar André. „Jij weet dat wel. Jij zegt: wees ontspannen en weet je geborgen in Jezus’ armen.”

André van der Graaf, dominee van de Hervormde gemeente in Heerde, met zijn vrouw Maaike. Op de achtergrond de kerktoren.

Foto: Dieuwertje Bravenboer

„Als wat we geloven waar is”, zegt André, „is het ook waar als jij het even niet voelt.” Hij denkt dat Maaikes zoektocht is begonnen na de dood van haar moeder, vier jaar geleden. „Zij was…”, zegt hij. „Ik was”, zegt Maaike, „heel close met haar. Ze was betrokken en lief, maar ook eh… sterk. Ik hield bij wat ik deed, denk ik, onbewust rekening met haar. Toen viel ze weg en ging ik me meer afvragen hoe ik het zelf wil doen.”

Hoe te leven?

Dan moeten de kinderen hun iPad weer opbergen. Maaike stuurt ze de tuin in, het is prachtig weer. André vertelt over de „soort van bekering” die hij in het derde jaar van zijn studie heeft meegemaakt. „Wat me in mijn jeugd geleerd was over de Bijbel als historisch betrouwbaar boek van God, en over de dogma’s die uit die Bijbel werden afgeleid – het bleek onhoudbaar. En toen was ik alles kwijt.” Tot hij inzag dat theologie, van vrijzinnig tot orthodox, zich altijd met dezelfde vragen bezighoudt: waar kom je vandaan, wat doe je op aarde, waar ga je naartoe. Hoe te leven. En de Bijbel, zegt hij, is ons gegeven om iets te leren over de mens en de wereld en hoe die in elkaar steekt. En over de rol van God daarin.

Kon hij sterven? „Ja”, zegt hij. „En ik weet nu dat ik er niet bang voor ben. Het leven spreekt niet vanzelf, dat weet ik van jongs af aan, en waarom zou het mijn beurt niet zijn?” In de laatste preek voordat hij ziek werd had hij het over Jezus gehad die over het water wandelt. Een Paasverhaal, zegt hij. Het water staat voor de machten van de dood en het kwaad, Jezus overwint die. „Dat beeld heeft me erdoorheen getrokken.” Hij was ook wel benieuwd hoe het zou zijn om Hem te ontmoeten. Maar hij was niet teleurgesteld dat het nog niet doorging, al was het maar voor Maaike en de kinderen. In de dagen dat hij zo ziek was, zegt hij, probeerde hij niet te denken aan alle mogelijke scenario’s voor hen.

„Alsof je daar ook tijd voor had gehad”, zegt Maaike. „Je kreeg morfine en je hallucineerde. Je kon echt niet…”

„…fatsoenlijk redeneren, nee. Maar ik dacht wel: als Jezus er voor mij is, is hij er ook voor jullie.”

Hij draagt nu geen toga meer als hij voorgaat. En hij kan zichzelf beter relativeren, zegt hij. Heel belangrijk vond hij zichzelf toch al nooit. Hij is van de generatie predikanten die werd opgeleid toen de secularisatie al vergevorderd was. En de secularisatie, zegt hij, heeft ook Heerde bereikt. „Geloof is niet meer vanzelfsprekend. Het is een keuze geworden.” Gaat het sneller door corona? „Geen idee. Soms gaan de kijkcijfers op YouTube door het dak.”

„De jeugddienst kreeg zestienhonderd hits”, zegt Maaike.

„De drempel is lager”, zegt André. „Je kunt gewoon aanhaken en niemand zegt: o, nu opeens?”

„Maar wie komen er straks terug in de kerk”, zegt Maaike. „Dat is wel spannend.”