De bescheiden held die het Haagse Rutte-drama vorige week initieerde

Haagse invloeden Deze week: het kleine moment waarop het Rutte-drama vorige week ontstond. Ofwel: hoe de premier struikelde over zijn specialiteit: het tijdperk van de camerawerkelijkheid.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

We leven in het tijdperk van politiek als camerawerkelijkheid: als er geen beelden van zijn is het niet gebeurd.

Wat dit betreft had het hele Rutte-drama van de laatste anderhalve week één bescheiden held. De verslaggever die afdwong dat de premier zijn werkelijke gedachten openbaarde toen vorige week donderdag een document uit de binnenwereld van de kabinetsformatie (‘Omtzigt, functie elders’) per ongeluk bekend was geworden.

Jorn Jonker, een lange man met een zachtmoedig voorkomen, wachtte die donderdagavond de premier op na een dag online EU-overleg. Hij werkt sinds 2019 bij Nieuwsuur - daarvoor jaren bij De Telegraaf.

Zoals dat gaat, vertelde Jonker, kreeg hij vooraf te horen dat Rutte ook iets kwijt wilde over de kwestie-Omtzigt. Hij en Sigrid Kaag, zei Rutte op camera, hadden geen van beiden de naam Omtzigt in hun gesprek met de verkenners genoemd.

Deze verkenners, Kajsa Ollongren (D66) en Annemarie Jorritsma (VVD), waren na het ‘functie elders’-stuk razendsnel vervangen, en wat alles achteraf verergerde: Jorn Jonker vroeg Rutte terloops of er verantwoording voor de inhoud van het geopenbaarde document kwam. De premier zei van niet. Jonker vroeg kalm door.

„Je moet bij Rutte nooit schande roepen”, zei hij. „Dan is hij op zijn hoede.”

Zo volgde het antwoord waardoor Rutte deze week aan het wankelen werd gebracht: „Niemand gaat hier uitleg over geven.”

De premier had blijkbaar niet door, zei Jonker, „dat dit bij mensen in het verkeerde keelgat zou schieten.” Ook stond Rutte er duidelijk niet bij stil dat de parlementaire verhoudingen in een formatie, als er nog geen nieuwe coalitie is, zo los zijn „dat je de Kamer nooit moet provoceren”.

Het gevolg: de camerawerkelijkheid, jarenlang vaardig bespeeld door Rutte, zou zich vanaf dat moment tegen hem keren.

De Kamer dwong alsnog het debat van deze week met de teruggetreden verkenners af, Wilders eiste de onderliggende stukken op, zodoende bleek donderdagmorgen dat Rutte wél over Omtzigt met de verkenners had gesproken.

Het gevolg: de eerste aangenomen motie van afkeuring tegen een premier sinds 1939.

Allemaal afgedwongen door een 33-jarige journalist die zelf zelden in beeld is. „Daar ben ik niet zo mee bezig”, zei hij.

Het onderstreepte een niet onbetekenend aspect dat in het politieke drama van deze week verweven zat. Het belang van de camerawerkelijkheid is zo groot geworden dat alles dat buiten beeld blijft - fractievergaderingen, coalitieoverleg, formatiegesprekken – steeds minder Haagse relevantie wordt toegedicht. Om niet te zeggen: verdacht is.

De persconferenties van de premier over corona geven als beste weer hoeveel politieke waarde camerawerkelijkheid vertegenwoordigt. Hoge kijkcijfers, hoge publieke waardering – je wint er verkiezingen mee. Maar ook ministers met plannen, Kamerleden die bezorgd zijn, of naar hun zeggen verkeerd geïnformeerd: het zijn de formules waarmee politici zichzelf in de kijker spelen.

Ze bepalen voortaan de perceptie van wat politiek is.

Maar het heeft een keerzijde. In de deze week vastgelopen kabinetsformatie bleek dat de Kamer tekortschoot om procedures te ontwerpen nadat ze in 2012 de regie over de formatie van de koning overnam. Logisch: politici die debatteren over procedures zullen nooit camera’s over de vloer krijgen.

En dus bleef bij alle ophef inzake formatiegesprekken over personen ook onhelder of dit was toegestaan. De een sprak er schande van, de ander meende dat het relevantie kon hebben. Maar de werkelijkheid was: je kon elk standpunt verdedigen omdat er niets is geregeld.

Hetzelfde gold voor openheid in de formatie. Als vier partijen coalitieonderhandelingen beginnen, weten ze dat ze gemiddeld driekwart van hun beloften zullen inleveren. Het is hun belang de camera’s buiten de deur te houden. En gespreksverslagen vertrouwelijk.

Maar formatiegesprekken achter gesloten deuren, bleek deze week, ontmoeten nu ook groeiende argwaan. Alsof ook dat zwartgelakte machinaties zijn. Dit is natuurlijk mede het gevolg van de Toeslagenaffaire, waarin een Kamercommissie constateerde dat informatie was achtergehouden.

En zo gebeurde het woensdag dat verslagen van vertrouwelijke gesprekken met fractievoorzitters op initiatief van PVV-voorman Geert Wilders met terugwerkende kracht openbaar werden. Dezelfde Wilders die weigerde een Amerikaanse gift van ruim tweehonderdduizend dollar, drie maanden geleden onthuld door FTM, via het geschenkenregister van de Kamer openbaar te maken.

Maar hier ligt een grotere vraag onder: als je alles openbaar maakt vergroot dat niet het inzicht van burgers. De ervaring met sociale media laat zien dat overvloedige informatie ook grond voor verwarring en manipulatie is.

Toch was het kortetermijneffect gunstig: Rutte werd betrapt als de man die over Omtzigt was begonnen - waarna zijn twee voornaamste kandidaat-coalitiepartners, D66 en CDA, de motie van afkeuring tegen hem initieerden. Het paste bij een sluimerend verlangen (‘Rutte lozen’) in een groeiend aantal partijen dat hier sinds 2019 wordt gesignaleerd.

In de VVD schamperden ze dat de uitslag van drie weken geleden dit plannetje blijkbaar doorkruiste, en benadrukten ze de 1,9 miljoen kiezers die Rutte 17 maart behaalde.

Er stond voor partijen als D66 en CDA een andere werkelijkheid tegenover: in hun beleving zwegen politici die met Rutte samenwerkten te lang als ze zijn soepele omgang met heimelijkheid en handige formuleringen aanzagen. Wat dit betreft kon je het afgemeten optreden van Sigrid Kaag en Wopke Hoekstra ook zien als reactie op hun voorgangers: zij trekken wel een grens.

En ook hierbij viel op hoe openlijk en veelvuldig zij hun harde kritiek op Rutte formuleerden: dezelfde Rutte die uitbundig profiteerde van de camerawerkelijkheid in de coronacrisis kreeg nu een minder vleiende camerawerkelijkheid van de concullega’s teruggeworpen.

Eat that, makker.

Je kon het afgelopen week gemakkelijk vergeten, maar drie weken geleden spraken talrijke partijleiders nog over een snelle formatie. Toen wist je eigenlijk al dat het omgekeerde voor de hand lag. Na deze week staat het vast.

Lees ook: Verder met of zonder Rutte, dat is de vraag

De afgedwongen openheid van formatiegesprekken zal - buiten het zicht van de camera’s – een hoge tol eisen: voor partijleiders voelt elke compromisbereide beweging voortaan als voetstap in een moeras. Het verlangen naar transparantie, hoe logisch ook, als beletsel voor de vorming van een nieuw kabinet. Ook dat risico heeft de Kamer deze week moedwillig genomen.

Tegelijk valt moeilijk in te zien hoe Rutte, na tien jaar premierschap, zijn positie kan behouden. De leiders van D66 en CDA zouden zichzelf belachelijk maken als ze vanaf volgende week tegen een nieuwe verkenner, op grotere afstand van de politiek, geen bezwaren tegen een vierde termijn voor de premier zouden uiten.

Voor CDA en D66 zitten daar alleen maar voordelen aan. Het verhoogt de druk op de VVD. Zoals een VVD-prominent vrijdag zei: als de partij dan blijft vasthouden aan Ruttes premierschap „worden we in de inhoudelijke onderhandelingen volledig uitgekleed”.

Anders gezegd: het heeft er alles van dat er deze week politieke geschiedenis is geschreven. Het begin van het einde van een tijdperk.

Viermaal op rij de grootste partij, dit keer met ‘samen sterker verder’. Als camerawerkelijkheid lang geen slechte leuze, maar een nieuwe werkelijkheid dient zich aan. Er zijn alleen nog geen beelden van.