Opinie

Waarom Amnesty Navalny niet redt

Michel Krielaars

Als persoonlijke vijand van president Poetin zit de Russische oppositiepoliticus Aleksej Navalny al drie weken in een van de meest beruchte strafkampen van Rusland. Voormalige gevangenen noemen IK-2, zoals het kamp bij de stad Pokrov heet, de hel op aarde. Een dag begint er om 6 uur ’s ochtends met het zingen van het volkslied en eindigt om tien uur ’s avonds als het licht in de barakken uitgaat. Vanaf dat moment staat er om het uur een bewaker voor je bed, die met een zaklantaarn in je gezicht schijnt en je uit je slaap haalt. Zeg je er wat van, dan beland je in de strafcel.

Het doet me sterk denken aan de novelle Eén dag van Ivan Denisovitsj (1962), het onthullende debuut van Aleksandr Solzjenitsyn. Voor velen bevestigde dat boek de hardnekkige geruchten dat de Sovjet-Unie politieke strafkampen had.

Bij Navalny denk ik ook aan Cincinnatus C., de ter dood veroordeelde held uit Nabokovs roman Uitnodiging voor een onthoofding. Hij was zijn beulen uiteindelijk te slim af door werkelijk vrij te zijn, al kostte hem dat wel zijn kop.

Ik herlees die boeken omdat het er zo onderhand steeds meer op lijkt dat president Poetin zijn persoonlijke vijand uit de weg wil ruimen. Aan de cipiers van IK-2 zal het niet liggen, want die behandelen hun gevangenen volgens de beste goelagtradities. Zo zorgen ze ervoor dat Navalny geen medische hulp krijgt nu hij sinds kort gekweld wordt door zenuwpijnen in zijn rug en benen, waardoor hij niet meer kan lopen. Als reden voeren ze aan dat hij zijn ziekte zou simuleren. Het klinkt net als na de gifaanslag op hem door de geheime dienst FSB.

Vijfhonderd dappere Russische artsen hebben afgelopen week in een online petitie geëist dat Navalny alsnog door een onafhankelijke arts wordt onderzocht. Het onthouden van medische hulp aan een gevangene beschouwen zij als regelrechte marteling. Navalny zelf is woensdag uit protest tegen zijn behandeling in hongerstaking gegaan.

Inmiddels vraag ik me steeds meer af waarom Amnesty International zich als een van Poetins ‘nuttige idioten’ blijft gedragen door Navalny de status van gewetensgevangene te ontzeggen nu zijn leven serieus in gevaar is. De door Russische trollen gevoede leugens over hem kunnen toch niet de enige reden zijn? Zou Amnesty soms niet meer weten hoe het is om in een totalitaire staat gevangen te zitten?

Behalve Solzjenitsyn en Nabokov raad ik Amnesty-medewerkers daarom het onlangs verschenen Licht und Schatten. Kinotagebuch 1929-1945 van Victor Klemperer aan. Niet alleen krijgen ze dan een goed beeld van het dagelijkse leven in een dictatuur, maar ook van de acht dagen die de Joodse professor eind juni 1941 in de gevangenis van Dresden moest doorbrengen, omdat hij een raam in zijn huis niet verduisterd had.

Aangrijpend beschrijft Klemperer, die als gemengd gehuwde Jood de dood in de gaskamer bespaard bleef, hoe een jonge politieagent hem beveelt zijn das en bretels af te doen en zijn bril en meegebrachte boeken in te leveren. Zijn broek kan hij dan alleen nog met zijn handen ophouden, wat voor hem de grootst denkbare vernedering is.

Ook wordt hij gekweld door de tijd, die als een slak voorbij kruipt. Alleen zijn fantasie en toekomstige boek over de taal van het Derde Rijk houden hem overeind. Na lezing hiervan zou Amnesty toch moeten begrijpen met wat voor een vergelijkbaar moorddadig systeem Navalny te maken heeft.