Bij polyamorie hoef je niet in hokjes te denken

Exgenoten Hoe kijk je terug op een relatie? Toen Peter door een rumoerige periode ging, wilde Loeka liever afstand houden.

Illustratie Martien ter Veen op basis van privéfoto’s

Peter

‘Loeka en ik raakten aan het chatten via een datingapp. Bij mijn profiel had ik non-monogaam en hetero-flexibel ingevuld. Zij dat ze non-monogaam is.

„Mijn vriendin, de vrouw met wie ik op dat moment samenwoonde, zou de volgende dag een date hebben. Ik was daar een beetje zenuwachtig over, dus stelde ik Loeka voor dat wij op datzelfde moment zouden afspreken. Ik vond haar direct leuk. Enthousiast, levendig. Klein en roodharig bovendien, precies waar ik op val.

„Van het concept monogamie heb ik eigenlijk nooit iets begrepen. Waarom zou je zodra je een relatie hebt nog maar één smaak pizza willen eten? Ik dacht altijd dat ik raar was. Tot iemand me een boek aanraadde over polyamorie. Toen vielen alle puzzelstukjes in elkaar.

„In de tweeënhalf jaar dat Loeka en ik een relatie hadden, was er een periode dat ik ook met drie anderen was. Met de vriendin met wie ik samenwoonde, met een meisje in Berlijn en met nog iemand. Achteraf snap ik wel dat de verbondenheid tussen Loeka en mij daaronder leed, maar destijds schoot ik standaard in de verdediging. Ik had te weinig aandacht voor haar emoties, haar noodsignalen. Ik kan soms een beetje door het leven fladderen, denken: waarom kan het niet alleen maar leuk zijn?

„Omdat we zo goed bevriend zijn gebleven, zie ik ook welke fijne relaties Loeka nu met anderen heeft. Het gekke is dat ik dat lastiger vind dan toen we nog samen waren. Ik mis dan onze fijne tijd. „We hebben weleens uitgesproken dat we ons de komende jaren niet meer zien samenkomen. Maar voor later sluit ik niks uit.”

Loeka

‘Al bij ons eerste afspraakje viel me op hoe energiek Peter is en hoe bewust en kritisch hij in het leven staat. Bij hem is alles onvanzelfsprekend. We hadden een bizar gesprek over wetenschap, waarin hij beweerde dat alles wat nu waar geacht wordt op een dag niet meer waar zal zijn. Mijn interesse in hem was meteen gewekt.

„In ons eerste half jaar deden we veel leuke dingen. Films kijken, grotbiken, lekker kneuterig naar Ikea. Ik voelde me fijn bij hem, maar was niet verliefd. Hoe noemen we dit nu, vroegen we weleens aan elkaar. Een relatie, vond hij. Bij mij moest dat gevoel groeien. Pas toen ik merkte dat ik me veilig bij hem voelde, dat ik voorzichtige toekomstverwachtingen kreeg, durfde ik hem als een partner te zien.

„Ons laatste half jaar was een soort duw- en trekspelletje. Peter ging door een rumoerige periode. Ik vond het beter als ik daar niet te dicht bij stond. Dat ging ten koste van de intimiteit tussen ons. Het is lastig om je comfortabel te voelen bij iemand waarvan je juist even afstand wilt houden. Dat vond hij soms moeilijk en dan trok hij zich weer terug.

„Op een avond, zijn verjaardag, zei hij: ‘Zo wil ik het niet meer, kunnen we er iets anders van maken?’ Dat is het mooie aan polyamorie, dat je niet in hokjes hoeft te denken. Het romantische tussen ons was over, maar we wilden elkaar niet kwijt. Dus zijn we een paar weken later gewoon samen naar een bruiloft in Miami geweest. En toen corona uitbrak en ik vanwege een depressie niet te lang alleen kon zijn, ging ik af en toe bij hem logeren. Wel in de logeerkamer, hè. Ik vind waar we nu zitten veel beter dan waar we zaten.”

Meedoen met deze rubriek? Mail exgenoten@nrc.nl