Recensie

Recensie Boeken

Het sluwe machtsspel waar Republikeinse politici buitengewoon goed in zijn

Verenigde Staten Het wordt tijd de Senaat te hervormen. Alleen dan kan er een einde komen aan de wurggreep van racisme die de politieke mores in de VS bepaalt. Dat blijkt uit een boek van Adam Jentleson.
De Republikeinse SenaatsleiderMitch McConnell loopt zijn kantoor in na een debat in maart.
De Republikeinse SenaatsleiderMitch McConnell loopt zijn kantoor in na een debat in maart. Foto Alex Wong/ AFP

Na zijn inauguratie tot vicepresident in 1961 vroeg Lyndon B. Johnson aan zijn vaste chauffeur om hem te blijven rijden. ‘Ik vervoer liever iemand met echte macht’, was het antwoord. Het verhaal is vast apocrief en wordt meestal gebruikt om het gebrek aan macht van de vicepresident te illusteren, maar het vertelt evenveel over de macht van de leider van de Amerikaanse Senaat, Johnsons eerdere functie.

De afgelopen tien jaar, tot op heden, was de machtigste man van Amerika Mitch McConnell, de leider van de Republikeinen in de Senaat. Hij maakte het presidentschap van Barack Obama een stuk minder succesvol dan het had kunnen zijn en redde Donald Trump van zijn onkunde. In beide gevallen ging het om de uitoefening van pure macht, iets waar McConnell, een man zonder principes maar met heldere doelstellingen (lagere belastingen en deregulerende rechters) goed in was. Toch had hij tussen 2010 en 2016 met zijn Republikeinen geen meerderheid in de Senaat. Hoe hij zoveel macht kon uitoefenen is deel van het verhaal dat in Kill Switch wordt verteld. Samengevat: de Senaat is in de loop van de geschiedenis een orgaan geworden waar een minderheid wetgeving voor structurele hervormingen kan blokkeren.

Ga maar na, een overgrote meerderheid van de Amerikanen, meer dan zestig procent, is voor het recht op abortus, voor beperkingen op wapenbezit, voor een werkbare overheid, voor betaalbare ziektekostenverzekering. Als daarvan niets is te merken in de besluitvorming, dan ligt dat aan de Senaat. Dat is niet zozeer omdat kleine plattelandsstaten oververtegenwoordigd zijn in een orgaan waar iedere staat twee senatoren heeft, ongeacht het aantal inwoners. Dat historisch compromis uit 1787 is een ongelukkig fact of life en verklaart waarom je met veertig procent van de stemmen een ruime meerderheid in de Senaat kunt verwerven.

Eigen regels

Een nog veel groter probleem is dat de Senaat zijn eigen regels opstelt om tot besluitvorming te komen. Dan gaat het vooral om de filibuster. Die regeling gaf aanvankelijk een minderheid van veertig senatoren een vetorecht (voor de jaren zeventig was dit een derde). De folklore kent senatoren die soms dagenlang doorpraatten, soms in estafette, om te voorkomen dat debat werd afgesloten. Dat is al lang niet meer het geval, het is veel erger. De regel is gewoon zo dat je niet verder kunt voordat zestig senatoren dat mogelijk maken. Vaak is ook dát een symbolisch gebaar, omdat in een voor de democratie desastreuze variant één enkele senator wetgeving en benoemingen kan blokkeren. Iedere senator kan, zonder debat en zonder motivatie, een ‘hold’ plaatsen.

Het is misschien wat veel gevraagd om over dit onderwerp een heel boek te lezen, maar Adam Jentleson, die jarenlang assistent was van de Democratische meerderheidsleider Harry Reid, senator van Nevada, maakt dat relatief gemakkelijk door een mooi verhaal in een vloeiende stijl te schrijven. Hij gaat daarin ver terug. De zuidelijke ideoloog John Calhoun legde in de decennia voor de burgeroorlog (1861-1865) de grondslagen voor beslissende minderheidsinvloed, bang als hij was dat ooit de noordelijke staten gezamenlijk de slavernij zouden bedreigen. Hij betoogde dat een minderheid het recht had om zijn instellingen en gewoontes te verdedigen en een ‘supermeerderheid’ nodig zou zijn om daar iets aan te veranderen.

Je zou denken dat deze gedachte met de slavernij verdween. Maar zuiderlingen, toen zonder uitzondering Democraten, konden op deze manier tot diep in de twintigste eeuw segregatie handhaven en voorkomen dat er ooit iets over burgerrechten werd beslist. De filibuster, zoals we deze methode van dwarsbomen kennen, zorgde ervoor dat een beleid dat de meerderheid van de Amerikanen al decennia verwierp, rassenscheiding, veel langer bleef doorzieken dan nodig was.

Het systeem van supermeerheid of blokkerende minderheid – je kunt beide termen gebruiken – werd afgepoetst en aangescherpt ten tijde van obsessieve confrontatiepolitiek, aanvankelijk onder aanvoering van Newt Gingrich, daarna overgenomen door de minderheidspartij van Amerika, de Republikeinen, om hun zin door te drijven. Maar het is geen partijspecifiek speeltje. Harry Reid gebruikte tussen 2006 en 2016 zijn macht als meerderheidsleider minstens even scherp als McConnell tegelijkertijd zijn obstructiemacht toepaste. Maar als minderheidspartij die zeven van de acht presidentiële verkiezingen verloor als je naar de stemmenaantallen kijkt, hebben de Republikeinen er meer baat bij gehad. Met de WWAC, de ‘wealthy, white, anti-choice conservatives’ vat Jentleson de belangencoalitie van rijken, racisten en sociaal conservatieven mooi samen.

Kwetsbaarder

Voor de Democraten geldt dat ze meer belang hebben bij een goed functionerend Congres. Ze moeten wetgeving maken om hun doelstellingen te verwezenlijken en zijn daardoor kwetsbaarder voor dwarsbomen. Vandaar dat al die opinies van de meerderheid van de Amerikanen niet weerspiegeld worden in regelgeving – of in het Hooggerechtshof, dat aanzienlijk conservatiever is dan Amerika.

De supermeerderheid kan worden doorbroken als je nieuwe wetgeving via het proces van de zogenoemde reconciliation maakt (dat kan als die wetgeving betrekking heeft op de begroting). De Republikeinen deden dat in 2017 om hun belastingverlaging voor de rijken door te drukken – en president Biden begin februari deed om zijn steunpakket aangenomen te krijgen.

De Senaat is inmiddels zo verdeeld en de partijdiscipline zo streng dat er geen handreikingen ‘to the other aisle’ plaatsvinden. Vroeger overlapten de partijen elkaar in het midden, nu is er een vacuüm op die plaats. Erger, vertelt Jentleson, de senatoren spreken elkaar nauwelijks meer. Waar vroeger in de Senaatskamer werd gedebatteerd en in de belendende cloak room deals werden gesloten, is het nu leeg. Senatoren spreken meestal tegen een lege kamer, laat staan dat er debat is. Ze ontmoeten elkaar niet meer. Deals sluiten die wederzijds vertrouwen vereisen wordt dan wel erg moeilijk. Bidens unity is wat je noemt ‘dead on arrival’.

De filibuster, dat wil zeggen de supermeerderheidsregel, is niet het enige maar wel het grootste probleem bij het disfunctioneren van de moderne Senaat. Er staat behoorlijk wat druk op de Democraten om deze regel af te schaffen. Voor rechters is dat al gebeurd toen de Democraten alle benoemingen vertraagd zagen door McConnell, die de optie zelf gebruikte om er in 2017 en 2020 omstreden benoemingen voor het Hooggerechtshof door te jassen.

Sluwe speler

Voor grote wetgeving blijft de filibuster vooralsnog bestaan. Maar als Jentlesons boek en de praktijk van de afgelopen twintig, dertig jaar, iets duidelijk maakt, dan is het dat er weer gewoon wetgeving gemaakt moet worden door de gekozen meerderheid (zelfs als die meerderheid een minderheid van de Amerikanen vertegenwoordigt). Er is veel mis met het Amerikaanse politieke systeem maar het afschaffen van de filibusterregels en het openen van debat en amendering in de Senaat, zoals Jentleson in zijn slothoofdstuk voorstelt, zijn relatief gemakkelijke manieren om verder te komen.

Dit boek illustreert pijnlijk hoe de historische wurggreep van racisme tot op de dag van vandaag de politieke mores bepaalt, in de Senaat meer dan waar dan ook. Het is een complexere analyse dan die van sommige opiniemakers die verklaren dat de Republikeinen simpelweg gek zijn geworden. Die nonsens miskent het machtsspel waar Republikeinse politici buitengewoon goed in zijn. McConnell is een sluwe speler maar hij staat in een traditie van zuidelijke Democraten en, meer recent, van de Democratische meerderheidsleider Harry Reid. Het is tijd om de Senaat weer te laten worden wat die had moeten zijn: een orgaan waar gedebatteerd en besloten wordt over serieuze zaken.