Het misbruik van een familiewapen

Zes nieuwe boeken Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken. Deze week over intriges van exen, een ontsnapping per boekenkist en een familie van stand.

1. Gerda van Erkel: Om wie wij waren

Zij wordt wel de Vlaamse Elena Ferrante genoemd en niet geheel ten onrechte. Want Gerda van Erkel ‘leende’ dan misschien de opzet van het schrijven over vriendinnen en hun sociale omgeving, maar geeft daar een geheel eigen en spannende invulling aan. Daarbij gaat het indringende Om wie wij waren over vijf hoofdpersonages die samen op de lagere school hebben gezeten en na zo’n dertig jaar weer bij elkaar komen, omdat één van hen, Mila, is overleden. Paulien, die zichzelf introduceert als de schrijver (‘Ben ik begonnen met schrijven om er achter te komen wat voor iemand ik ben?’), typeert het vijftal toen en nu in een tijdspanne van ruim een week in september 2018. Mila was een buitenbeentje met een leuke vader die de kinderen vanuit een hoogwerker over de haven van Antwerpen én het leven vertelde (‘Ze hoefde geen schaap te zijn als ze niet wilde’), de Marokkaanse Ishtar die op haar zeventiende naar Amsterdam vluchtte, er een vrouwenhulphuis opzette en nog steeds lijdt onder de terreur van haar broer, Mauro is de ex van Mila en woont in Santa Monica en Berten is de ex van Paulien en lijkt de rustigste van het stel. Wat is er in die dertig jaar met iedereen gebeurd en hoe zijn ze Antwerpen en het leven van toen (niet) ontgroeid? De lezer belandt in een fuik aan intriges die lijken te exploderen op die ene dag – de dag van de begrafenis.

Gerda van Erkel: Om wie wij waren. Manteau, 374 blz. € 22,50

2. Rebecca Serle: Over vijf jaar

Twee andere hartsvriendinnen vanaf hun schooltijd spelen de hoofdrol in Over vijf jaar van de Amerikaanse YA-auteur Rebecca Serle: de rijke levensgenieter Bella die nog steeds op zoek is naar de ware en de hardwerkende, overambitieuze (‘de beste en de slimste’) Danny die samenwoont met haar net zo hard werkende verloofde David. Het brave stel ziet elkaar nauwelijks en het huwelijk wordt steeds vooruitgeschoven. Of speelt er meer? Danny droomde al eens vijf jaar in de toekomst en zag zichzelf in 2025 samenwonen met de haar geheel onbekende Aaron in een prachtig appartement in New York. Toeval bestaat in deze zeer voorspelbare roman waar alleen het geluk van Danny lijkt te tellen ook al ontkent ze dat zelf. Het flinterdunne verhaal lijkt vooral geschreven voor hardwerkende, overambitieuze vriendinnen die in hun hart eigenlijk valse krengen zijn. Want Serle is een ster in het beschrijven van die laagheid.

Rebecca Serle: Over vijf jaar. Een liefdesverhaal maar dan anders. Cargo, 268 blz. € 20,99

3. Franco Faggiani: De jongen die met wolken speelde

De Italiaanse schrijver en journalist Franco Faggiani, bekend van zijn succesvolle roman Het jaar dat Shizo Kanakuri verdween over Japan, de natuur en de marathon, heeft voor zijn nieuwe boek De jongen die met wolken speelde wederom een mooi uitgangspunt genomen. Aan het einde van de oorlog wordt archeoloog Filippo Cavalcanti door zijn eigen ministerie in Rome op pad gestuurd naar Bressanone, Noord-Italië, om gestolen kunstwerken te inspecteren die naar Duitsland vervoerd moeten worden. Hij zou als felle antifascist het werk kunnen weigeren maar dat betekent dat hij ontslagen wordt. Daarbij staat de door hem zelf opgegraven sarcofaag ‘die van de jongen die met de wolken speelde’ op de lijst en die is zowel archeologisch als persoonlijk voor hem van onschatbare waarde. Faggiani vindt in het straatschoffie Quintino een metgezel (‘hoeveel zei u dat de kunst waard is?’) om er voor te zorgen dat een deel van de kunstwerken niet in handen zal komen van de Duitsers. Wat volgt is een spannende roadmovie die over sluiproutes gaat om geen vijandelijke (lees: iedereen) troepen tegen te komen. Het is een inventieve roman over hoe het zou kunnen zijn gegaan met in de oorlog geroofde kunst waarbij de gesprekken tussen de twee op de vlucht zijnde mannen misschien nog wel het meest tot de verbeelding spreken.

Franco Faggiani: De jongen die met wolken speelde. (Non esistono posti lontani) Vert. Saskia Peterzon-Kotte. Signatuur, 284 blz. € 20,99

4. Arnout van Cruyningen: De boekenkist van Hugo de Groot

Rechtsgeleerde en schrijver Hugo de Groot (1583-1645) is vooral bekend als grondlegger van het volkenrecht. Hij was als kind hoogbegaafd, een briljant student in Leiden en op jonge leeftijd werd hij pensionaris van Rotterdam. Iedereen weet dat hij in een boekenkist uit slot Loevestein ontsnapte, maar wat ging daaraan vooraf en wat gebeurde er daarna? Omdat het op 22 maart 2021 vierhonderd jaar geleden was dat Hugo de Groot ontsnapte, heeft historicus Arnout van Cruyningen in De boekenkist van Hugo de Groot het verhaal nog eens verteld. Hoe De Groot om religieuze en politieke redenen werd gearresteerd, drie maanden op het Binnenhof werd vastgehouden en toen naar Slot Loevestein werd afgevoerd waar hij tweeëntwintig maanden zou blijven. Zijn vrienden stuurden hem boeken en gebruikten daar boekenkisten voor die eerst wel en later niet meer op inhoud gecontroleerd werden. Het was zijn vrouw Maria van Reigersberch die het plan zou hebben bedacht haar man in de boekenkist te laten ontsnappen maar het was het toen 20-jarige dienstmeisje Elsje van Houweningen die de kist werkelijk, door soldaten gedragen, uit het kasteel kreeg en met hem op de boot naar Gorinchem wist te ontkomen. Van Cruyningen stopt het verhaal hier niet maar beschrijft hoe De Groot omzwervingen maakte, aan het Franse hof verbleef en steeds bleef hopen op een eervolle terugkeer in de Verenigde Provinciën na volledig gerehabiliteerd te zijn. Maar die volledige rehabilitatie kwam er niet. Hij schreef zijn meesterwerk De iure belli ac pacis (Over het recht van oorlog en vrede) (1625) in ballingschap en zou op 62-jarige leeftijd overlijden na een schipbreuk op de Oostzee. Fraaie gravures illustreren het even bijzondere als tragische leven van Grotius zoals Hugo de Groot (internationaal) ook werd genoemd.

Arnout van Cruyningen: De boekenkist van Hugo de Groot. De ontsnapping van Europa’s grootste rechtsgeleerde. Omniboek, 192 blz. € 20,99

5. Martin Mittelmeier: Adorno in Napels

Dat het filosofische werk van de Duitse socioloog, filosoof, componist Theodor W. Adorno (1903-1969) bijna twintig jaar na zijn honderdste geboortedag wederom tot de verbeelding spreekt, bleek vorig jaar toen nieuwe uitgaven van zijn werk werden besproken. Zijn ‘unieke combinatie van psychoanalyse en kritische maatschappijtheorie’ werd gezien als verklaring waarom veel mensen zich weer aangetrokken voelen tot autoritaire leiders en radicaal-rechts. Nu, in de maand van de filosofie met het thema ‘De natuur was hier’, verschijnt Adorno in Napels. Hoe natuur in filosofie kan veranderen van de Duitse literatuurwetenschapper en schrijver Martin Mittelmeier. Adorno bezocht in september 1925 met de Duitse schrijver Siegfried Kracauer, met wie hij tot Kracauers dood in 1966 zou corresponderen, Napels. Zij bezochten de Vesuvius, de ‘spookstad’ Positano en verbleven op het eiland Capri. Pas later werden deze concrete ervaringen van de stad en de Amalfi-kust, zo beredeneert Mittelmeier, omgezet in de hermetische filosofie van Adorno: een denken dat zich radicaal verzet tegen alle toe-eigening. Mittelmeier schreef een interessant verhaal dat niet alleen een reis door het werk van Adorno is maar het ook plaatst naast het werk van vele andere schrijvers en denkers als Søren Kierkegaard en Thomas Mann.

Martin Mittelmeier: Adorno in Napels. Hoe natuur in filosofie kan veranderen. (Adorno in Neapel). Vert. Mark Wildschut. Ten Have, 272 blz. € 24,99

6. Arlette Kouwenhoven: Van Elburg tot Deshima

Niet alle ‘Feithen’ stammen af van de oude regentenfamilie Feith. Reden om een stamboom aan te leggen, dacht men al in de achttiende eeuw. Die boom ging terug tot 1390 en was bijgewerkt tot ‘het enige twijgje dat circa 1770 nog levensvatbaar was’: Rhijnvis Feith (1753-1824). De beroemde dichter en schrijver kreeg gelukkig negen kinderen zodat de boom weer ruimschoots verder kon groeien. Aan de hand van streek- en familiearchieven heeft antropoloog Arlette Kouwenhoven met Van Elburg tot Deshima een kleurrijke familiegeschiedenis geschreven met belangrijke historische verhalen over, onder vele anderen, marineofficieren, plantage-eigenaren, verzetsmannen, rechters en burgemeesters. Ook in de twintigste eeuw werd er terloops op toegezien of het familiewapen niet werd misbruikt; zo ontdekte Pieter Feith (1899-1980) dat banketbakkerij Feith in Velp nog steeds ten onrechte hun familiewapen droeg mét de zinspreuk invia virtuti nulla est via (voor deugdzaamheid is geen weg onbegaanbaar). De bakkersvrouw excuseerde zich: ‘Mijnheer Feith, we weten het inmiddels, maar we maken eerst de zakjes op.’

Arlette Kouwenhoven: Van Elburg tot Deshima. Zes eeuwen familie Feith. LM Publishers, 240 blz. € 29,50