Huisartsen vinden vaccinatie veel te stroperig gaan

Vaccinatie Onder huisartsen klinken klachten over bureaucratie bij de verstrekking van vaccins. „Vaccineer de hele mikmak boven de 60.”

Een huisarts in Bruinisse begint met het vaccineren tegen het coronavirus.
Een huisarts in Bruinisse begint met het vaccineren tegen het coronavirus. Foto Marco de Swart/ANP

„Tot nu toe hebben de zestigers en de meeste zeventigers in mijn regio niet één prik gehad”, zegt huisarts Hans Gimbel in Heerhugowaard. „De strategie die wij dagelijks aan patiënten die bellen mogen uitleggen is: de GGD prikt van oud naar jong en is gevorderd tot de 75- tot 80-jarigen. De 65-tot 75-jarigen zijn nog niet aan de beurt.” Wél beginnen we met de 63- en 64-jarigen, zegt Gimbel. „Voor zover deze mensen wonen in een provincie die al van AstraZeneca-vaccins wordt voorzien. Volgt u het?”

Het vaccineren van 60-plussers kan volgens veel huisartsen efficiënter en dus sneller dan het nu gaat. Vaccineer gewoon „de hele mikmak” van boven de 60 jaar, zeggen zij. Zonder telkens subgroepen te bedenken. En zonder bureaucratie. Huisarts Reis Kurt in Rotterdam: „Niet bellen, mailen, vinkjes zetten. Ik zou onze patiënten een brief sturen: ‘u moet morgen om 16.00 komen voor de prik’. Punt. En reken maar dat ze komen.”

Ze ergeren zich aan de regeltjes die zijn opgelegd door het RIVM. Kurt moest bijvoorbeeld 24 uur bellen en mailen om één extra doosje AstraZeneca-vaccins te krijgen. „We hebben een grote praktijk. We hebben vierhonderd 63- en 64-jarige en morbide obese patiënten die we morgen, zaterdag, mogen inenten. Volgens de computer hebben we recht op drie doosjes vaccin. Maar ik heb vier doosjes nodig.” In elk doosje zitten 110 vaccins.

Normaal gesproken, tijdens de jaarlijkse griepprikronde, hebben de huisartsen goede ervaringen met de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie (SNPG). Kurt: „Maar nu belde ik steeds voor dat extra doosje. Toen ik eindelijk iemand bereikte, wist die niks.”

De SNPG valt onder het RIVM, dat laat weten de klachten van deze huisarts niet te herkennen.

Popelen om te prikken

De Landelijke Huisartsen Vereniging krijgt wel geregeld vragen van huisartsen over patiënten die dan weer wel en dan weer niet ingeënt mogen worden. „Ze hadden liever dat het vlot en grootschalig verliep, zoals ze het elk jaar doen met de griepprik”, zegt een woordvoerder. „Maar de huisartsen in Brabant, Limburg en Zeeland zijn klaar met hun eerste ronde prikken. Gelderland bijna, Utrecht en Flevoland zijn bezig.”

Reis Kurt: „Wij staan te popelen om te prikken. We willen onze patiënten beschermen tegen het virus. Sommigen zitten al een jaar bang thuis. Ik schrok gisteren toen ik las dat nog maar 15 procent van de 75-tot 80-jarigen in Nederland is ingeënt.”

Volgens Gimbel in Heerhugowaard komt de traagheid door „de Nederlandse gewoonte rechtvaardigheid tot het uiterste te willen doorvoeren, in het geval van vaccinatie betekent dit: niemand ten onrechte overslaan en niemand ten onrechte voor zijn beurt laten gaan.”

Lees ook: Diederik Gommers en Ernst Kuipers over de noodzaak van snelle vaccinatie

‘Overdreven zorgvuldigheid’

En er is „overdreven” zorgvuldigheid, vindt de Alkmaarse huisarts Bart Huber, voorzitter van de 350 huisartsen in Noord-Holland-Noord. Hij schreef er een brief over aan het RIVM. Vooral het feit dat iedereen vijftien minuten op een stoel moet wachten na de prik, omdat ze misschien een heftige allergische reactie (anafylaxie) krijgen, vindt hij zinloos. „De kans op zo’n reactie is 1 op 83.000. Alleen de kans dat je door honden wordt aangevallen is kleiner: 1 op 119.000. Dat kwartiertje zitten, houdt de boel enorm op. Je mag maar dertig mensen in een ruimte hebben, dus als iedereen een kwartier moet wachten, zit het al snel vol.” Beter, vindt Huber, zou het zijn als hij gewoon 112 belt wanneer iemand een heftige allergische reactie krijgt.

Britse huisartsen – in het Verenigd Koninkrijk zijn al dertig miljoen volwassenen gevaccineerd – hebben het kwartier wachten afgeschaft. Het RIVM antwoordde Huber maandag in een e-mail: „De experts van de vaccinatiewerkgroep zijn op de hoogte van het beleid van de Engelse collega’s, maar zien nog onvoldoende grond om het huidige beleid voor observatie na vaccinatie aan te passen en een uitzonderingsbeleid voor 1 specifiek vaccin [AZ, red.] door te voeren. (..) Een gemiste anafylaxie zonder de genomen voorzorgsmaatregelen kan onder het huidige vergrootglas vervelende effecten hebben, waaronder op de vaccinatiebereidheid.”