Deze plaat lijkt een anarchistische oorlogsverklaring

Postrockpioniers De instrumentale platen van Godspeed You! Black Emperor gaan vergezeld van een ideologische bijsluiter. Vrijdag verschijnt een nieuw meesterwerk.

Godspeed You! Black Emperor in 2018 op het Roadburn Festival in Tilburg
Godspeed You! Black Emperor in 2018 op het Roadburn Festival in Tilburg Foto Heiner Bach/ Grywnn

Er was eens een band die de meest prestigieuze award van het land won, maar niet kwam opdagen bij de prijsuitreiking. Wel lieten de leden een statement achter waarin ze haarfijn uitlegden dat iedere prijs voor welke kunstvorm dan ook sowieso al een stompzinnig idee was, maar dat een gesponsord glittergala waarbij iedereen elkaar uitsluitend op de schouders ramde omdat de rekening toch wel werd betaald door een autofabrikant die de poolkappen deed smelten, niet alleen „toondoof” was, maar ook „FUCKING INSANE”.

Daarom wensten ze van die 30.000 dollar aan prijzengeld geen stuiver te zien. Dat bedrag moest in zijn geheel worden overgemaakt naar een liefdadigheidsinstelling die muziekinstrumenten kocht voor gedetineerden in alle gevangenissen van het land.

Er was eens een band waarvan de naam even onmogelijk was als de titels van het debuut F♯ A♯ ∞ (1997) en het daaropvolgende meesterwerk Lift Your Skinny Fists Like Antennas to Heaven (2000), maar die toch zou uitgroeien tot een iconisch gezelschap.

Er was eens een band die vond dat het er niet toe deed wie de afzonderlijke leden waren. Daarom circuleren er alleen wat vage zwart-witfoto’s met acht schimmige figuren langs een spoorlijn en verschuilen die personen zich bij optredens achter projecties van oude 16mm-films. „Geen zanger, geen leider, geen interviews, geen persfoto’s, geen rockposes”, verklaarden ze over hun commerciële zelfmoordneigingen, in een zeldzaam, maar anoniem e-mailinterview met Britse krant The Guardian. Waarom precies? „Koppigheid is een deugd.”

Voor ons begint elk nummer met de blues, maar tegen het eind moet het richting de hemel wijzen

Er was eens een band die Godspeed You! Black Emperor heette, en van dat Canadese collectief uit Montreal verschijnt vrijdag het zevende album: G_d’s Pee AT STATE’S END! Net als de gala-avond gaat ook deze plaat gepaard met een ideologische bijsluiter, al zou je het ook een anarchistische oorlogsverklaring kunnen noemen. De laatste regels zijn te mooi om niet te citeren:

this record is about all of us waiting for the end.

all current forms of governance are failed.

this record is about all of us waiting for the beginning,

and is informed by the following demands.

empty the prisons

take power from the police and give it to the neighbourhoods that they terrorise.

end the forever wars and all other forms of imperialism.

tax the rich until they’re impoverished.

much love to all the other lost and lovely ones,

these are death-times and our side has to win.

Je zou zomaar kunnen denken: een band die zoveel stampij schopt, zal ongetwijfeld gruwelijke teringherrie maken die klinkt als krijsende anarchopunk en ruikt naar natte herdershonden en linzensoep in een aftands kraakpand.

Fout.

Want hoeveel Godspeed You! Black Emperor ook te zeggen heeft, in de muziek gebeurt dat zonder woorden. De Canadezen maken serene, instrumentale postrock waarin ze voortdurend dobbelen met dynamiek, intensiteit, crescendo’s en chaos. Godspeed kan niet alleen stuifmeelkorrels laten dansen op een lentebries maar ook kolkende lava doen stollen tot gebergtes.

Het levert stemmige filmmuziek op waarvan de fluisterpassages perfect passen in een verstilde natuurdocumentaire en het ontregelende kabaal in een dystopische apocalypshorror, al is er één belangrijk verschil: hier gaat de hoop nooit verloren. „Vreugdevolle herrie”, zo omschreef de band het oeuvre in The Guardian: „Voor ons begint elk nummer met de blues, maar tegen het eind moet het richting de hemel wijzen.”

Dat woorden worden overschat blijkt alleen al uit de hoes van G_d’s Pee AT STATE’S END! Die vat de missie en muzikale reikwijdte namelijk uitstekend samen: voorop staan bloemetjes, achterop traangasgranaten. Laten we eens luisteren hoe die revolutie, vertolkt in vier composities, precies klinkt…

A Military Alphabet (five eyes all blind) (4521.0kHz 6730.0kHz 4109.09kHz) / Job’s Lament / First of the Last Glaciers / where we break how we shine (ROCKETS FOR MARY) [20:22]

Radioruis, soldatenstemmen en pulserende computercodes worden overstemd door een gitaar die giert als luchtalarm en wordt ondersteund door een traag zagende cello en een laag zoemende contrabas. Na een paar minuten verdrijft een simpel repetitief tokkeltje de dreiging en breekt de lucht open. Een gitaar begint een staccato-ritme te raspen. Daar gaat het luchtalarm weer, al klinkt het nu meer als mantra van een slangenbezweerder dan als noodsignaal.

Dan beginnen marcheerdrums te roffelen en komt alles in beweging. Voorwaarts! Steeds meer stoottroepen sluiten zich bij de stoet aan: piepende orgeltjes, loeiende bassen, onheilspellende sirenes, suizende distortion en talloze nauwelijks te identificeren, tegendraadse tonen. Samen vormen ze een onhoudbaar legioen, in de strijd tegen de geluidsbarrière.

Uitgerekend als ze op volle sterkte zijn, nemen ze gas terug om tactisch te hergroeperen en elkaar jengelend op te jutten. Na een paar ongenadig harde mokerslagen dendert alles weer door. Vooruit weer, geheel volgens de tactiek der verschroeide decibellen!

Zo opgefokt als ze minutenlang alles onder de voet lopen, zo vredig gaan ze elk uiteindelijk weer hun eigen weg. In de stilte die overblijft, zijn alleen nog fluitende vogeltjes te horen. Tot in de verte nog een paar knallen klinken. Zouden dit de laatste tonen van de opstand zijn? Zijn nu alle gevangenen bevrijd?

Fire at Static Valley [5:58]

Terwijl de as nog naar beneden dwarrelt, echoot een tweestemmig loopje als een woordloos aftelversje, enkel omgeven door aanzwellend synthesizergehuil dat gaandeweg uitgroeit tot een galmende kathedraal. De strijd lijkt nog niet voorbij.

“GOVERNMENT CAME” (9980.0kHz 3617.1kHz 4521.0 kHz) / Cliffs Gaze / cliffs’ gaze at empty waters’ rise / ASHES TO SEA or NEARER TO THEE [19:48]

Vraag: kan een doodeenvoudig gitaardeuntje uitgroeien tot epische strijdkreet?

Antwoord: ja, dat kan.

Wat begint als slepende ballade met huilende violen en snikkende gitaren ontspoort in feedbackende noise en versterft daarna in stilte. En dan, na veertien minuten gebeurt het: de hemel gaat open. Alles wat daarvoor nodig is, is één anarchistische, Canadese vinger die over één gitaarsnaar schuift – vijf keer omhoog, en in evenveel stappen weer terug.

Meer is het niet, maar de gevolgen zijn onomkeerbaar. Die ene riedel is het startsein voor een sonische orgie waarin strijkers juichen en kerkklokken beieren – net zolang tot al het overdonderende geweld bij elkaar komt gebliksemd in één klaterende kakofonie.

Dit is een lyrische overwinningsmars op weg naar een betere wereld. Dit is het geluid dat kettingen laat knappen en tralies doet verbuigen. Dit is het geluid van vrijheid.

OUR SIDE HAS TO WIN (for D.H.) [6:30]

Wat een rust. Er klinken alleen nog wat sobere strijkers, gemengd met brommende bassen, die weliswaar telkens van toon en richting veranderen, maar toch vastberaden blijven voortgaan.

Het is de soundtrack van de slotscène uit de film van je leven: die beroemde ene seconde waarin het hele bestaan aan je voorbij flitst en die in je hoofd een eeuwigheid lijkt te duren. Van je eerste herinnering, je ouders nog jong, de eerste verliefdheid (en knokpartij) op het schoolplein, de puberjaren, je eigen kinderen, en nu – na een geslaagde revolutie: het onvermijdelijke einde.

Je zweeft al over het landschap en kijkt tegelijkertijd terug en naar beneden. Het is mooi geweest. We hebben gewonnen. Het is goed zo. Je kunt gaan.

G_d’s Pee AT STATE’S END! van Godspeed You! Black Emperor verschijnt 2 april bij Constellation Records