CPB: economische schade coronacrisis valt mee, maar kabinet moet zich niet rijk rekenen

Economie In de nieuwste ramingen van het CPB toont de Nederlandse economie zich verrassend veerkrachtig. Het kabinet hoeft Nederland niet uit de crisis te investeren, stelt het bureau.

Winkelend publiek in Utrecht. Volgens het Centraal Planbureau neemt de werkloosheid minder hard toe dan eerder gedacht.
Winkelend publiek in Utrecht. Volgens het Centraal Planbureau neemt de werkloosheid minder hard toe dan eerder gedacht. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

De economische schade en de kosten van de coronacrisis vallen tot nu toe mee, vergeleken met wat eerder werd verwacht. Maar dat betekent niet dat een nieuw kabinet zich rijk moet rekenen. Die dubbele boodschap hadden de economen van het Centraal Planbureau woensdag.

Eerst even over die economie. Die kreeg een harde klap, maar is ook verrassend veerkrachtig gebleken het afgelopen coronajaar. De lockdown raakt specifieke sectoren hard, zoals de detailhandel, de horeca en de evenementen- en reisbranche. Maar de rest van de economie, de export en de industrie bijvoorbeeld, doet het relatief goed en beter dan tijdens de eerste lockdown in het voorjaar van 2020. Dat zien de economen van het CPB in hun traditionele raming van de economie, het Centraal Economisch Plan.

De onzekere factor blijft het virus zelf. Door de aanhoudende besmettingen verwacht het CPB nu dat de economie in 2021 minder snel herstelt: met ruim 2 procent in plaats van met bijna 3 procent, zoals het CPB in november bij zijn laatste raming dacht. Het planbureau maakte naast de ‘basisraming’ ook een optimistisch en een pessimistisch scenario. In dat pessimistische scenario komen er nieuwe coronavarianten waartegen vaccins onvoldoende werken.

Een meevaller is de werkloosheid: die neemt minder toe dan het CPB in november dacht. Het CPB wijst daarvoor op de „verrassende daling” van de werkloosheid in de afgelopen maanden. CPB-directeur Pieter Hasekamp: „Terwijl het verloop van de pandemie ons steeds negatief verrast, laat de economie juist veerkracht zien.” De werkloosheid stijgt in de raming van het CPB eerst naar 5 procent, om in de loop van volgend jaar weer te dalen tot 4,5 procent.

Dat de werkloosheid ondanks het economisch herstel dit jaar stijgt, komt vooral doordat het CPB verwacht dat bedrijven gaan afslanken of failliet gaan als de noodsteun aan bedrijven per 1 juli stopt. Maar een golf van faillissementen voorziet het CPB niet. „Het aantal faillissementen is door de noodsteun kunstmatig laag gehouden. Dus er komt een inhaalslag. Dat is iets anders dan een faillissementsgolf”, zegt Hasekamp in een toelichting. Hij waarschuwt wel dat het moeilijk is te zien hoe het met bedrijven gaat, nu de steun de afgelopen maanden is opgehoogd. De cijfers die er wel zijn, zoals het aantal bedrijven dat moeite heeft met het betalen van bankleningen, zijn niet zorgelijk.

Steun afbouwen

Dan het beleid. Hoe het ook verder gaat met de pandemie, het CPB adviseert de noodsteun aan bedrijven, zzp’ers en werknemers na 1 juli sowieso af te bouwen - óók in het pessimistische scenario waarbij nieuwe coronavarianten in het najaar voor een nieuwe uitbraak zorgen. Ontslagen en faillissementen horen nou eenmaal bij een gezonde economie, aldus het CPB. Er zijn aanwijzingen dat niet-levensvatbare bedrijven overeind worden gehouden nu. Bovendien zijn de „prikkels” voor bedrijven om te ondernemen verzwakt, nu de steun de laatste maanden is opgehoogd tot 100 procent van de vaste lasten van bedrijven. Hasekamp: „Ik heb het niet over een maand uitstel bij de vaccinatie. Ik heb het over het vooruitzicht dat we structureel last houden van het virus. Dan moet de economie zich aanpassen.”

Het CPB adviseert het kabinet wel te helpen bij die aanpassing door de opgelopen schade te repareren, bijvoorbeeld bij scholieren en studenten met onderwijsachterstanden en bij bedrijven en zzp’ers die schulden zijn aangegaan. De overheid kan ondernemers langer de tijd geven hun belastingschuld terug te betalen. Ook kan een nieuw kabinet werkzoekenden extra helpen bij omscholing. Voor werknemers met korte uitkeringsrechten (ww), zoals jongeren, kunnen die worden verlengd.

Nederland uit de crisis investeren, zoals veel politieke partijen willen, is volgens het CPB niet nodig als het doel is de vraag te stimuleren. Er zit namelijk al veel geld in de Nederlandse economie dat er door de lockdown niet uit kan. Er is voor tientallen miljarden euro’s aan spaargeld opgebouwd tijdens de crisis, zegt Hasekamp. „Er is dus al veel koopkracht. En de situatie is straks niet extreem beroerd. De werkloosheid stijgt naar 5 procent dit jaar, denken wij, maar de evenwichtswerkloosheid [de werkloosheid onder normale omstandigheden] is 4,5 procent. Dus veel stimulering is er voor de economie niet nodig.”

Lees ook: Wie zorgt voor meeste welvaart en voor het beste klimaat?

Voor dat advies heeft het CPB nog een reden. De raming voor de overheidsfinanciën is best gunstig. De staatsschuld en het tekort zijn tijdens de komende kabinetsperiode lager dan eerder tijdens de crisis werd verwacht. Het tekort is in 2025 min 1 procent, de schuld 55 procent van het bbp, voorziet het CPB. Dat is onder de Europese norm van 60 procent dus. Bovendien daalt de schuld in de voorspelling op de lange termijn verder.

Geen extra financiële ruimte

Dat kan de partijen die een nieuw kabinet gaan vormen het idee geven dat er extra financiële ruimte is om geld uit te geven. Maar die voorspelling leunt op de huidige zeer lage, en zelfs negatieve rente die de staat betaalt op leningen. Hasekamp: „Ik zou voorzichtig zijn met me rijk te rekenen omdat het straks ook weer heel anders kan zijn. Er is een reëel risico dat de rente stijgt. En dat maakt heel erg veel uit voor hoe we ervoor staan. Als de rente 1 procentpunt hoger is dan nu, en dat is niet extreem veel, dan loopt de schuld vanzelf op. De verhouding tussen economische groei en reële rente is heel erg bepalend voor de ruimte die een kabinet heeft.”

Hasekamp adviseert daarom geen extra uitgaven te doen zonder dat daar dekking voor is door elders te bezuinigen of belastingen te verhogen. Voor tijdelijke investeringen, die gericht zijn op „transities” zoals de energietransitie, kan dat wel. Daarvoor is ook het Wopke-Wiebesfonds bedoeld, dat 4 miljard euro per jaar kan uitgeven.

Hasekamp hamert erop dat een nieuw kabinet keuzes moet maken. Zeker als je kijkt naar de lange lijst met wensen uit de verkiezingsprogramma’s van politieke partijen. Hasekamp: „Als je echt investeert om op de lange termijn de economie te versterken, denk aan infrastructuur, onderwijs en klimaatverandering, dan is er wel wat voor te zeggen. Het is ook legitiem om de lasten op werkenden te willen verlagen. Maar de boodschap is: niet alles kan tegelijkertijd.” Want er worden nu al lasten naar toekomstige generaties geschoven, zegt Hasekamp. „Zonder dat je weet hoe hoog de rekening uiteindelijk oploopt vanwege de onzekerheden over bijvoorbeeld de rente. Ook dat kan een politieke keuze zijn, want toekomstige generaties kunnen daar iets voor terugkrijgen: beter onderwijs of infrastructuur. Maar er zit wel een grens aan.”