Wanneer is stereotypering in film over de grens? ‘Ik voel me ongemakkelijk bij deze pruik’

Gevoeligheden Houden Nederlandse scenarioschrijvers rekening met opmerkingen over representatie en stereotypering? „Het is luisteren, praten en kiezen wat het beste is voor je verhaal.”

‘Goldie’: regisseur Sam de Jong werd tijdens de opnames gekoppeld aan Rosie Perez, die hem zou helpen rond de gevoeligheden in het scenario te navigeren.
‘Goldie’: regisseur Sam de Jong werd tijdens de opnames gekoppeld aan Rosie Perez, die hem zou helpen rond de gevoeligheden in het scenario te navigeren.

Ervaringsdeskundigen die publicaties lezen om te kijken hoe minderheden en gemarginaliseerde groepen worden gerepresenteerd stonden afgelopen weken volop in de aandacht. Het startte met Uitgeverij Meulenhoff, die in februari de keuze verdedigde voor witte dichter Marieke Lucas Rijneveld als vertaler van de Afro-Amerikaanse Amanda Gorman met de opmerking dat drie zogenoemde ‘sensivity readers’ de vertaling zouden lezen; zij controleren op zaken als kwetsend taalgebruik of culturele ongevoeligheden.

Ook in de internationale filmwereld worden af en toe ‘sensitivity readers’ of ‘diversity readers’ ingeschakeld. Wie googelt vindt deskundigen die hun diensten aanbieden op dit gebied, met uiteenlopende specialismen: ze maken deel uit van een minderheidsgroep, hebben een niet-binaire genderidentiteit of lijden aan een chronische ziekte. In de Nederlandse filmwereld lijkt het inschakelen van dit soort deskundigen alleen informeel te gebeuren.

Uiteindelijk gaf Rijneveld de vertaalopdracht terug, maar er ontstond discussie. Is het rekening houden met culturele en andere gevoeligheden tijdens een schrijfproces, zoals dichter Ted van Lieshout opperde, „censuur die doet of het dat niet is”? Zo merkt Van Lieshout parallellen met commissies die schooledities van kinderboeken afkeuren omdat de taal niet geschikt zou zijn voor „scholen op godsdienstige grondslag”. Of is het een slimme manier om te voorkomen dat je verhaal, zonder dat je het wilt, bijvoorbeeld transfobe elementen bevat? Zo ziet Ashar Medina, scenarist van misdaadserie Mocro Maffia, het alvast.

In de filmgeschiedenis bestaat de gewoonte transpersonen als psychopatisch en geperverteerd voor te stellen, zoals de seriemoordenaar Buffalo Bill in ‘The Silence of The Lambs’.

Foto ANP

Zo wist Medina dat van een badguy een dragqueen maken risico’s meebrengt. In de filmgeschiedenis bestaat de gewoonte transpersonen als psychopatisch en geperverteerd voor te stellen, zoals de seriemoordenaar Buffalo Bill in The Silence of The Lambs. Het personage in Medina’s nieuwe film Club Lockdown is slecht, maar de scenarist wilde niet suggereren dat „crossdressing pervers is”. Daarom liet hij het afgeronde script lezen aan Snorella, de dragqueen op wie zijn personage is gebaseerd.

„Als je een waarachtig en geloofwaardig verhaal wilt vertellen, moet je weten waar je het over hebt”, legt Medina uit. Dat research belangrijk is, zullen zo goed als alle scenaristen beamen, maar volgens hem hoort daarbij praten met de mensen die vertegenwoordigd worden in je script. „Of je dat doet in de research- en schrijffase of er daarna met iemand doorheen gaat, is hetzelfde: je voedt je met kennis.” Als iemand vertelt dat iets in zijn script gevoelig ligt, wil Medina dat best aanpassen, als het afleidt van wat hij wil vertellen. „Of ik pas het niet aan, maar dan kies ik er bewust voor.” Rekening houden met iemand is niet hetzelfde als doen wat de ander zegt volgens hem. „Het is luisteren, praten en dan kiezen wat het beste is voor je verhaal.”

Opmerkelijke situaties

Volgens regisseur Sam de Jong (Prins) kunnen ervaringsdeskundigen helpen je ideeën aan te scherpen, tenminste als je goed weet wat je zelf wilt en adviezen niet klakkeloos volgt. De Jongs tweede speelfilm, Goldie, ging over een kansarme Afro-Amerikaanse tiener die via het dansen in een videoclip wil ontsnappen aan haar uitzichtloze leven. Tijdens de opnames in de VS werd hij gekoppeld aan Rosie Perez, een New Yorkse met Puerto Ricaanse wortels die, net als de hoofdpersoon in Goldie, in pleeggezinnen verbleef.

Perez zou De Jong helpen rond de gevoeligheden in het scenario te navigeren. De regisseur was zich erg bewust van zijn rol als buitenstaander, had zich dus verdiept in de wereld van zijn hoofdpersoon en baseerde het verhaal op ervaringen van zijn zwarte hoofdrolspeelster Slick Woods. Werken met Perez was „geen verplichting, maar leek toen een goed idee”. Ze was niet alleen op de set aanwezig, maar ook bij gesprekken over het haar en de make-up van de hoofdpersoon. De Jong: „Dat leidde tot opmerkelijke situaties waarin de Afro-Amerikaanse hair- en make-upartiest en hoofdrolspeelster Woods samen een pruik uitkozen en Perez vervolgens meldde dat ze als vrouw van kleur ongemakkelijk werd van deze pruik omdat hij lelijk was en een negatief stereotype in stand hield.”

De regisseur noemt werken met Perez een interessant, maar „wat benauwend en mislukt experiment”. Als censuur zou hij het nooit omschrijven. „Dat lijkt mij een wat paranoïde angst. Ervaringsdeskundigen geven suggesties, maar hebben geen vetorecht, of kunnen projecten niet annuleren.” Zijn personage draagt de pruik in een aantal scènes.

Comedyshow Random Shit suggereert wel dat hedendaagse gevoeligheden het film-en serielandschap veranderen. In de sketchshow pitcht een comedian talloze ideeën voor tv-programma’s bij de brave directeur van streamingplatform Videoland. De comedian heeft eigenlijk geen zin en tijd voor een eigen serie, en probeert het voor zichzelf te verpesten. Hij stelt dus programma’s voor met bijvoorbeeld een bakkerszoon die aan blackface doet in de Bijlmer of waarin wordt gespot met uitgezaaide kanker tot pedofilie. De kijker krijgt voorproefjes van wat zo’n serie zou kunnen worden, waarna de Videoland-directeur ieder idee van de hand wijst met een variatie op: „Dit kan echt niet.”

Een van de bedenkers van Random Shit is Steffen Haars, ook maker van de New Kids-films over vijf Brabantse asocialen. Krijgt Haars zelf regelmatig te horen dat een idee niet meer kan? „Ik heb mijn werk altijd vrij van inmenging kunnen maken.” En met de vraag of zaken gevoelig liggen bij bepaalde kijkers, is hij zelf minder bezig: „Want er is geen enkele goede grap waar niet iemand zich door gekwetst kan voelen. Ik denk dat er geen probleem is zolang je geen kwade bedoelingen hebt en authentieke verhalen schrijft. Ik werk één à twee jaar aan een scenario, dus denk na over personages en of gedrag klopt in de context, maar bij een bot karakter horen botte trekjes. De mensheid is niet perfect, gelukkig maar.”

Haars wijst erop dat de toegenomen gevoeligheid ook voordelen heeft: „Het levert materiaal op om tegenaan te trappen. Hoe gevoeliger zaken zijn, hoe interessanter je ermee om kan gaan.”

Grappen over homoseksuelen

In Random Shit mag de comedian van de Videoland-directeur geen grappen maken over homoseksuelen, omdat de comedian hetero is. Alle gesproken scenaristen benadrukken dat iedereen personages met een ander gender, geslacht, geaardheid of achtergrond kan en mag schrijven. Haars: „Je moet ook niet zelf racistisch zijn om een racistisch personage te schrijven.”

Maar volgens Medina zou elke scenarist moeten nadenken of culturele achtergrond bijvoorbeeld belangrijk is voor een personage. En als je die niet deelt, moet je volgens hem „diep graven” om dat invoelbaar te maken voor jezelf en het publiek. Medina: „Als scenarist maakt het uit of je een verhaal schrijft over een chirurg die toevallig een zwarte vrouw is, of dat je iets schrijft over een vrouw die door haar achtergrond andere keuzes maakt en daardoor misschien een andere arts is.”

‘Random Shit’. Medebedenker Steffen Haars: „Er is geen enkele goede grap waar niet iemand zich door gekwetst kan voelen.”

Volgens Haars heeft het ook met talent te maken. „Als je het niet goed doet, val je door de mand en wordt het heel pijnlijk. Maar dan vinden kijkers het ook niet goed.” Al moet je je volgens hem wel afvragen of je de beste auteur voor iets bent. „Ikzelf vind verhalen meestal het interessantst als de auteurs dicht bij zichzelf blijven.”

Enkele van de gesproken scenaristen worstelen hiermee. Zo werkt scenarist Aliefka Bijlsma (Zwanger & Co.) momenteel aan een verfilming van de roman Plantage Wildlust van de Surinaams-Nederlandse schrijver Tessa Leuwsha. Hierin vertrekt een jong Nederlands stel aan het begin van de twintigste eeuw naar een plantage in Suriname. Daar werken, na de afschaffing van de slavernij, Indiase contractarbeiders. Om het verhaal spannender en compacter te maken stelde Bijlsma voor het verhaal niet te vertellen via de witte hoofdpersonen van het boek, maar via een nevenpersonage: een nare, zwarte opzichter. „Toen ik begon met schrijven dacht ik deze hoofdpersoon te kunnen begrijpen. En we hadden een team dat passend voelde: Tessa als auteur, een producent die nazaat was van een plantersfamilie en ik, een op Curaçao geboren scenarist die in diaspora heeft geleefd. Maar ik besefte dat ik andere bagage heb als witte vrouw.”

De toegenomen gevoeligheden leveren ook materiaal op om tegenaan te trappen

Steffen Haars medebedenker van ‘Random Shit’

Dat ze begon te twijfelen, heeft volgens Bijlsma niet te maken met de aandacht die er momenteel is voor bepaalde gevoeligheden. „Dit zijn zaken waar ik ook over nadacht bij eerdere projecten, maar toen praatte ik het waarschijnlijk makkelijker voor mezelf goed.”

Bijlsma is nu in gesprek met regisseur Hesdy Lonwijk om samen aan het script te werken. Ondanks dat ze als scenarist alles in huis meent te hebben om het scenario tot een goed einde te brengen. „Dat ik hier zo stellig voor kies heeft wél te maken met de huidige tijd. Ik kan dit verhaal wel vertellen, maar ik wil dat niet in een tijd waarin veel makers van kleur duidelijk zeggen zich achtergesteld te voelen.”

Bijlsma ziet momenteel in de Nederlandse filmsector vooral het besef groeien dat er meer mét makers van kleur moet worden gewerkt dan achteraf je script te laten checken. Volgens haar is de kans klein dat professionele sensitivity readers hier in de filmwereld opduiken. Ook Medina benadrukt dat het uiteindelijke doel vooral meer diverse schrijfteams moet zijn. „Je werkt alleen met sensitivity readers als je merkt dat je hele schrijfteam homogeen is en ze de wereld waarover het gaat niet kennen. Haal gewoon meer mensen erbij waar je drama voor en over maakt.”

Risicoloos

Bestaat het risico dat scenario’s wat braaf en saai worden als er vooraf al te veel rekening wordt gehouden met kritiek en gevoeligheden?

Volgens Medina hoeft het niet per se saai te worden: satire, uitvergrotingen of subversieve elementen in een script kunnen volgens hem best: „Zolang je wéét dat je dat doet én waarom.” Zelf krijgt hij wel eens de vraag waarom hij niet schrijft over „mocro-advocaten of mocro-dokters” in plaats van „mocro-maffia”, de serie zou een negatieve beeldvorming van Nederlandse jongeren met een Marokkaanse achtergrond versterken. „Dan leg ik uit dat ik niet verantwoordelijk ben voor alles wat ik niet schrijf, alleen voor wat ik wél schrijf en dat probeer ik zo genuanceerd mogelijk te doen, zoals door te tonen dat mensen om uiteenlopende redenen in de criminaliteit belanden.”

De Jong vreest eerder dat door het op voorhand elimineren van mogelijk aanstootgevende elementen relevante discussies worden vermeden. „Kunst bestaat pas als het publiek is, en ik denk dat het interessant is om de gesprekken die ontstaan naar aanleiding van gevoeligheden in films ook publiekelijk te voeren.”