Seks! Spanning! Sensatie! Giallo!

Boekrecensie Het Italiaanse filmgenre ‘giallo’ is een mix van detective, horror en erotiek. Over deze B-films verscheen een fraai geïllustreerd naslagwerk.

‘Profondo Rosso’ van Dario Argento: het onbetwiste artistieke hoogtepunt van het genre ‘giallo’.
‘Profondo Rosso’ van Dario Argento: het onbetwiste artistieke hoogtepunt van het genre ‘giallo’. Foto ANP

Het laatste wat de makers van het Italiaanse genre ‘giallo’ konden bevroeden, is dat hun films een halve eeuw later nog op een trouwe schare fans zouden kunnen rekenen. ‘Giallo’ betekent geel; het filmgenre is vernoemd naar de kleur van de omslag van populaire misdaadromans. In de loop van de tijd kreeg ‘giallo’ – meervoud ‘gialli’ – een specifiekere betekenis voor een uniek soort Italiaanse thrillers, die vooral in de periode rond 1970 opbloeiden.

Gialli zijn B-films die in rap tempo en voor lage budgetten zijn gemaakt voor derderangs bioscopen. Met seks en geweld moesten de films zo snel mogelijk zo veel mogelijk publiek de bioscoop in lokken. De makers waren met elkaar in een wedloop verwikkeld wie nog verder zou gaan met excessen: nóg meer bloot, nóg meer bizarre verwikkelingen, nóg meer provocaties van de goede smaak.

De films werden door de producenten vaak voorzien van een in het oog springende, bizarre titel – doorgaans zonder veel verband met de inhoud. Dat leverde schoonheden op als Una lucertola con la pelle di donna (‘Een hagedis in een vrouwenhuid’) of La casa dalle finestre che ridono (‘Het huis met de lachende ramen’).

Met seks en sensatie is niet alles gezegd. De makers deinsden ook niet terug voor stevige maatschappijkritiek: de katholieke kerk en de katholieke moraal komen er zelden goed af in een giallo. De puriteinse zedenmeester in de film blijkt aan het einde vaak de grootste geperverteerde te zijn; de priester zou wel eens een lustmoordenaar kunnen zijn.

Opmerkelijk is hoe vaak abortus een rol speelt in de verhalen; ongetwijfeld bedoeld om de katholieke autoriteiten tegen de schenen te schoppen. De vrijzinnige en anti-autoritaire moraal onderscheidt gialli van veel Amerikaanse genrefilms, die aan het slot een moraliserende en puriteinse boodschap meekrijgen.

De zoete dood

De films zijn vooral in de eerste helft van de jaren zeventig aan de lopende band gemaakt. Daarom is het niet altijd eenvoudig om een weg te vinden in het genre. Het nieuwe naslagwerk van de Duitse genre-specialist Christian Kessler, Gelb wie die Nacht, kan daarbij behulpzaam zijn; fraai geïllustreerd met fantastische affichekunst. Bijna twintig jaar geleden maakte Kessler al eens een soortgelijk boek over de spaghettiwestern. Kessler heeft de encyclopedische kennis van de ware fan, maar behoudt genoeg afstand om de films met een relativerende insteek te bespreken. Kessler neemt het genre ook weer niet té serieus.

Dat gezegd zijnde: hij doet niet veel om de beginner in het genre eerst op weg te helpen; Kessler begint meteen de films te bespreken. Als goede introductie komt toch eerder La dolce morte (2006) van Mikel J. Koven in aanmerking – een van de eerste academische studies over het exploitatiegenre.

De films hebben een heel eigen sfeer – niet in de laatste plaats door de muziek, die soms van Ennio Morricone zelf is, maar in ieder geval op zijn stijl is geïnspireerd. De muziek geeft aan de films een onwerkelijke, dromerige en verraderlijk idyllische sfeer. Veel gialli hebben daarnaast een inventieve visuele stijl: regisseurs maken maximaal gebruik van primaire kleuren: niet alleen in decors en kostuums, maar ook met rode, groene, gele of paarse belichting.

De twee belangrijkste gialli zijn gemaakt door een regisseur die niet eens gespecialiseerd was in het genre: Mario Bava wist aan de kenmerkende elementen van een Hitchcock-thriller zijn Italiaanse touch te geven in La ragazza che sapeva troppo (‘Het meisje dat te veel wist’, 1963) en Sei donne per l’assassino (‘Zes vrouwen voor de moordenaar’, 1964).

Dario Argento zag de films van Bava en liet zich in 1970 door hem inspireren voor zijn uitzinnige debuutfilm L’uccello dalle piume di cristallo (‘De vogel met kristallen veren’). De film was een hit en ontketende een golf van snelle imitaties en varianten – niet in de laatste plaats van Argento zelf. Zijn film Profondo rosso (‘Diep rood’, 1975) geldt als het onbetwiste artistieke hoogtepunt van het genre.

Een andere hoog aangeschreven giallo is La morte ha fatto l’uovo (‘De dood legt een ei’, 1968) van Giulio Questi; een semi-marxistische, anti-kapitalistische film over een bedrijf met wetenschappelijk gemanipuleerde, monsterlijke kippen; de atonale muziek is van avantgarde-componist Bruno Maderna. Non si sevizia un paperino (‘Martel het eendje niet’, Lucio Fulci 1972) is een zwartgallige, sociaal-realistische giallo, die gaat over een reeks kindermoorden in een achtergebleven dorp in Zuid-Italië.

Schone schijn

De films zijn totaal gedateerd, maar dat is juist de speciale charme van het genre. De mode, make-up, haarstijlen en interieurs van de late jaren zestig en vroege jaren zeventig oefenen nog steeds aantrekkingskracht uit. Ook is het in Italië een stuk gemakkelijker om fraaie locaties voor een scène te vinden dan in de meeste andere landen – ook met een laag budget.

Wie maximaal wil genieten van een giallo moet het verlangen naar een plausibele plot, overtuigende dialogen en complexe personages opzij kunnen zetten. Daar gaat het allemaal niet om; in een giallo draait alles altijd om het beeld. „Het beeld wordt het verhaal”, volgens de Amerikaanse horror-regisseur Eli Roth, een bewonderaar van het genre.

Gialli spelen zich doorgaans af in een wereld van de schone schijn: een modehuis, een modellenbureau of een kunstgalerie. Achter de schone schijn gaat een wrede wereld schuil van perverse seks en maniakale moordlust. De schone schijn gaat aan diggelen, maar blijft ondertussen wel uitermate belangrijk. De acteurs zijn zelden meer dan capabel; ook daar gaat het niet om. De hoofdrolspelers – zowel mannen als vrouwen – zijn in de eerste plaats geselecteerd op hun schoonheid. Ook bij de casting is schone schijn leidend.

Gialli zijn de laatste jaren met enige regelmaat geïmiteerd, maar dat kan leiden tot nogal droge stijlexercities. Juist de anarchie en de vrijheid maken de oorspronkelijke gialli zo wild en onderhoudend. De films reflecteren de maatschappelijke turbulentie van de jaren zestig en zeventig in Italië. Chaos is een essentieel ingrediënt voor een geslaagde giallo – daar kan geen enkele imitatie tegenop.