Opinie

Dit land is in de basis nog altijd homofoob

Discriminatie Twintig jaar na de openstelling van het huwelijk voor partners van gelijk geslacht, is de homo-emancipatie nog niet voltooid, schrijft .
Foto Antoine Antoniol/Getty Images

Sneller dan elders is de homo-emancipatie in Nederland een politiek thema geworden en de spectaculaire openstelling van het huwelijk voor partners van gelijk geslacht, op 1 april 2001, werd gevierd als triomfen van emancipatie. Maar twintig jaar later blijkt de jubelstemming van toen wat te optimistisch geweest. Wie afwijkt van de heteronorm, blijft een ongemakkelijke uitgangspositie houden.

Van oudsher is homoseksualiteit in de gangbare moraal een gruwel. God zou Sodom en Gomorra als straf hebben weggevaagd. Zelfs in het Nederland van de 21ste eeuw duikt deze zwaarbeladen mythische veroordeling nog op.

Bijvoorbeeld vorig jaar, toen onderwijsminister Arie Slob (ChristenUnie) het meende te kunnen verdedigen dat religieuze scholen van ouders mogen eisen dat zij de homoseksualiteit van hun kind afwijzen. Tot welke mensonterende omstandigheden zulk denken leidt, was afgelopen weekend in NRC te zien in de reportage over een reformatorische school in Gorinchem waar homoseksualiteit als ‘zonde’ wordt gezien. Hier wordt de vrijheid van onderwijs misbruikt om jonge lhbt’ers ernstig te beschadigen.

Maar ook niet-gelovigen neigen er nogal eens naar homoseksualiteit te zien als strijdig met de natuurlijke orde. Seksualiteit verengd tot voortplanting schept een eeuwig, star en fictief patroon van mannelijkheid en vrouwelijkheid, zonder nuances of uitzonderingen. In zo’n ‘heteronormatief’ klimaat passen minachting voor vrouwen, #metoo-excessen, homohaat en intolerantie tegen alle andere denkbare variaties in sekse en gender. Vergeet niet: pas in 1993 schrapte de Wereldgezondheidsorganisatie homoseksualiteit uit de lijst met psychische stoornissen.

Vooroordelen hebben zich dus diep ingevreten. Iedere jonge homo voelt aan dat de samenleving in de basis homofoob is en dat hij niet voldoet aan wat zijn ouders en omgeving van hem verwachten. De bekende lesbische tweeling Ellie en Marja Lust sprak van „het gevoel dat we onze ouders zouden teleurstellen”. In zijn boek Ver van de boom (2013) spreekt de Amerikaanse psychiater Andrew Solomon over het „mislukken van de reproductiefantasie”.

Basale veiligheid

Anders dan iemand die tot een religieuze, politieke of raciale minderheid behoort en van jongs af van zijn omgeving kan leren dat er niets mis is met het ras waartoe hij behoort of de overtuiging die hij is toegedaan, ontbreekt deze basale veiligheid bij de jonge lhbt’er. Die groeit op met die dominante heteronorm en kent alle vooroordelen en weerzin dondersgoed. Hij leert ze van zijn familie en vriendjes en heeft ze al verinnerlijkt voordat hij zich überhaupt realiseerde zelf anders te zijn.

Lees ook: School duwt kinderen ongevraagd uit de kast

Begrijpelijk dat zo’n jongere doodsbang is de liefde van zijn dierbaren te verliezen zodra zij ontdekken dat hij behoort tot die te verachten categorie. Dan blijkt ook nog dat het meest gebruikte scheldwoord op het schoolplein en op het voetbalveld op hemzelf van toepassing is. Geen wonder dat te veel jonge homo’s het leven begonnen met een geschonden zelfbeeld. „Sorry dat ik besta”, zong Willem Nijholt eind jaren zeventig in een ontroerende tekst van Annie M.G. Schmidt.

Vaker is erop gewezen dat ervaringen van pesten, buitensluiting, belediging en mishandeling verregaande emotionele schade kunnen veroorzaken. Dat laat bijvoorbeeld de Franse socioloog Didier Eribon mooi zien in Terug naar Reims (2009). Maar alle emancipatie ten spijt is het nog altijd mogelijk dat publieke figuren als Johan Derksen of Youp van ‘t Hek jonge homo’s ridiculiseren. Aan de tand gevoeld door de Volkskrant over het kwetsende woord ‘pisnicht’, deed die laatste de irritatie erover af als „pisnicht-commotie” en zijn critici in dezen als „het gilde van de bruine ster”. Wat dit allemaal doet met jonge homo’s, bij wie het suïcidepercentage vier maal hoger ligt dan gemiddeld, zal hem een rotzorg zijn.

Niemand zit te wachten op aangepaste lhbt’ers

Voor veel media lijkt het een non-issue en justitie is evenmin alert. Zo vond de rechtbank van Rotterdam in 2018 het gebruik van woorden als ‘flikker’ en ‘kankerhomo’ door jongeren geen reden om van homofobie te spreken. Deze zouden „illustratief” zijn voor het „dagelijks taalgebruik” van de verdachten.

Dat hier zo gemakkelijk overheen wordt gestapt, staat niet los van de hardnekkigheid van de heteronormativiteit – zelfs in kringen waar je een meer open mind verwacht. Zo belicht de film I Am Not Your Negro (2016) over James Baldwin wel zijn positie als zwarte schrijver maar negeert zijn gevoelens voor mannen, waarover hij baanbrekend schreef.

Half-emancipatie

Te vaak horen we over jongeren, en nogal eens jonge Marokkanen, die zich te buiten zijn gegaan aan geweld tegen homo’s. Maar zij zetten niet de toon. Hierop focussen leidt af van de hoofdzaak. Dat is de halfhartige manier waarop in de samenleving toch nog met homo-emancipatie wordt omgegaan. In dit klimaat is te gemakkelijk ruimte voor een besmuikt sfeertje tegenover alles wat afwijkt van de gangbare heteronorm. Zelfs jonge homo’s met verlichte ouders die een dito school bezochten, kunnen hierin toch moeite hebben om zichzelf te accepteren, zoals schrijver Splinter Chabot moest ontdekken.

Het kan ook leiden tot ‘half-emancipatie’, het „sorry dat ik besta”: een jonge zanger die wel uit de kast is maar geen liefdesliedje over jongens durft te zingen; of het merkwaardige: „Ik ben homo, maar loop er niet mee te koop”; of: „Ik val op mijn eigen sekse, maar verder ben ik als ieder ander.”

Dat kan, maar is niet relevant.

Terwijl de emancipatie vorderde, hekelde schrijver Gerrit Komrij destijds de burgerlijkheid van het huwelijk. Conformisme is al te vaak een schutkleur. „In een wereld waarin steeds meer acceptatie is, zijn homoseksuele mannen geneigd hun campy en cruising verleden achter zich te laten”, schreef podcaster J. Bryan Lowder een in Slate. „Maar de prijs van gelijkheid moet niet gelijkvormigheid zijn.” Terecht hekelt hij een conformistische homogemeenschap.

Niemand zit te wachten op aangepaste lhbt’ers, deze mensen zelf niet en ook de samenleving niet. Het is goed dat twintig jaar openstelling van het huwelijk deze week gememoreerd wordt. Maar laten we niet denken dat de emancipatie beslist is. Homo’s moeten zelfbewust hun recht blijven opeisen om vrij en onbelast zichzelf te kunnen zijn. Te beginnen bij het uitgangspunt dat de godsdienst van de een niets te zeggen heeft over de seksualiteit van de ander.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.