Opinie

Het geloof in Pieter Omtzigt groeit tot mythische proporties

Marcel van Roosmalen

De buurman kwam een boek met Chinese sprookjes brengen. Grote letters, veel illustraties en taalfouten. Er zitten wijze lessen verstopt in de verhalen. ‘Eerlijk duurt het langst’, ‘lekker is maar een vinger lang’ en ‘hard werken loont’. Gisteravond ploegde ik me op de rand van het bedje van Leah van Roosmalen door het verhaal van een hardwerkende man die maar niet op waarde werd geschat door de boven hem gestelden. Ondanks alle tegenslag bleef hij maar doorwerken, net zo lang tot hij op de trappen van het paleis neerstortte.

„Waar denk je aan, papa?”, vroeg Leah van Roosmalen (4), nadat het lichaam van de hardwerkende man was veranderd in een het lijfje van een bij. (De symboliek begreep ik, maar de plotwendingen komen bij Chinese sprookjes onverwachts, al kan dat ook aan de vertalers liggen.)

„Aan Pieter Omtzigt, kind”, antwoordde ik.

Pieter Omtzigt zit overwerkt thuis, het overspannen land leeft mee. Gistermiddag was er een steunmars voor Pieter Omtzigt in Enschede.

Steunmars, geweldig woord, jammer dat ik er niet bij kon zijn om te controleren of dit wel echt gebeurde. Voor de beelden was ik aangewezen op Hart van Nederland. Fatsoenlijke burgers, teleurgestelde stemmers die keurig op anderhalve meter van elkaar rondjes rondom een plein liepen. Initiatiefnemer Harold van Garderen had het over „het vormen van een symbolische ring”, „mensen die om Pieter heenlopen” en „gewoon wandelen en praten over wat er aan de hand is”.

We kennen het verhaal inmiddels. Pieter Omtzigt verloor nipt en onder dubieuze omstandigheden de lijsttrekkersverkiezing van het CDA, bij de Tweede Kamerverkiezingen was hij in zijn eentje goed voor vijf zetels, maar dat zijn er, als we Maurice de Hond mogen geloven, inmiddels meer dan twintig. Nog een paar messen in zijn rug en hij groeit virtueel boven alles en iedereen uit. We verliezen het vertrouwen in de democratie, maar het geloof in Pieter Omtzigt groeit tot mythische proporties. We weten inmiddels dat niemand zo hard werkte als Pieter Omtzigt, dat hij ’s lands meest integere parlementariër was en dat hij nooit losliet als hij zich ergens in vastbeet.

Als ik Pieter Omtzigt was, bleef ik lekker in de luwte en kwam ik pas weer tevoorschijn als ze allemaal in een heel groot rondje om me heen lopen.

Maar dat is tactisch denken en daar doet hij niet aan mee.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.