The Serpent, Charles Sobhraj, (Tahar Rahim) met zijn vriendin Marie-Andrée Leclerc (Jenna Coleman). Foto: Roland Neveu/BBC MAMMOTH SCREEN

Interview

De jacht die het leven van deze Nederlandse diplomaat veranderde is nu een serie op Netflix

The Serpent Charles Sobhraj was een seriemoordenaar die het had voorzien op rugzaktoeristen. Tot hij diplomaat Herman Knippenberg op zijn weg trof. Zijn verhaal is nu verfilmd als Netflix-serie. Hoe kijkt hij terug op de kwestie die zijn leven veranderde?

Het begint op 6 februari 1976 met een verontrustende brief uit Nederland. Na het lezen van die brief zal Herman Knippenberg nooit meer dezelfde zijn.

„Het is als met malaria”, vertelt de oud-diplomaat vijfenveertig jaar later. „Van tijd tot tijd krijg ik weer een aanval. Dan gebeurt er weer iets waardoor ik weer bij die zaak betrokken raak.”

‘Die zaak’ is de zaak-Sobhraj. De Fransman Charles Sobhraj, alias Alain Gautier, is een seriemoordenaar die het in de jaren zeventig voorzien had op westerse rugzaktoeristen die langs de ‘hippie trail’ in Azië reisden. Knippenberg bracht hem achter slot en grendel. Tot tweemaal toe.

De jacht op Sobhraj, die nu in de gevangenis zit in de Nepalese hoofdstad Kathmandu, is verfilmd door de BBC. De achtdelige tv-serie over de man die eerst bekend werd als The Bikini Killer en die later als The Serpent door het leven zou gaan, wordt vanaf vrijdag 2 april gestreamd op Netflix. Knippenberg, door Sobhraj in de serie zuinigjes aangeduid als „little Knippenburgh”, was als adviseur verbonden aan de serie.

De brief uit ’76 was het eerste document van een omvangrijke verzameling belastend materiaal die Knippenberg over Sobhraj heeft aangelegd en die hij in dozen al zijn hele leven met zich mee zeult. Soms valt de telefoonverbinding met Wellington, waar hij nu woont, even stil. Na enig papiergeritsel komt Knippenberg dan weer aan de lijn met een geverifieerde datum, een vergeten naam of een anekdote die de zaak-Sobhraj zijdelings raakt. Zo vertelt hij smakelijk over een meerdaagse viswedstrijd die hij won met de vangst van een zware jack crevalle, om bij thuiskomst te horen over de arrestatie van Sobhraj.

In de brief uit ‘76 vroegen bezorgde familieleden van twee rugzaktoeristen uit Amsterdam Buitenlandse Zaken om hulp. Ze hadden al zes weken niets van de studenten Henk Bintanja (29) en zijn vriendin Cornelia – Cocky- Hemker (25) gehoord. Dat was onrustbarend omdat Bintanja en Hemker wekelijks aerogrammen met hun belevenissen uit Azië naar Nederland hadden gestuurd. Nu hadden ze Kerst en twee verjaardagen overgeslagen. Dat was niet normaal. Knippenberg, toen derde secretaris op de Nederlandse ambassade in Bangkok, sloeg er meteen op aan.

Na het lezen van die verontrustende brief zal Herman Knippenberg nooit meer dezelfde zijn

„Ik was in de jaren zestig een pre-hippie geweest. Ik had Turko-Iraanse cultuur in Utrecht gestudeerd en dwaalde dan in de zomers met een rugzakje door Bagdad. Ik wist dus hoe het was om te wachten op post van thuis. Ik wist ook hoe belangrijk het was voor mijn moeder om een teken van leven te ontvangen.”

Diplomaat werd detective

De jonge diplomaat werd detective. Hij vond Bintanja en Hemker. In een mortuarium in de Thaise hoofdstad. „Wat ik daar zag….Ik kende ze alleen van vakantiefoto’s. Ze waren levend verbrand. Met modder bespat. Het truitje van Hemker was opgerold zodat het beter zou branden. De lichamen waren na de autopsie dichtgenaaid met iets wat voor mij als leek uitzag als telefoondraad. Mijn chauffeur viel flauw. Toen ik later terugreed naar de ambassade heb ik tegen mezelf gezegd: this is it! Dit moet stoppen.”

Charles Sobhraj en zijn vriendin, de Canadese Marie-Andrée Leclerc, gingen altijd te werk volgens een vast stramien. Met gastvrijheid en charme palmden ze naïeve rugzaktoeristen in, waarbij Sobhraj soms optrad als een rijke handelaar in edelstenen. Vaak werden slachtoffers gedrogeerd. Ze raakten hun geld kwijt en hun paspoorten. Zo ontstond tijdelijk een kleine sekte annex bende. Wie zich verzette tegen de leiding werd uit de weg geruimd. Sobhraj en Leclerc reisden vervolgens op de paspoorten van hun slachtoffers naar een ander land in Azië.

Herman Knippenberg met de acteur die hem speelt (Billy Howle)

Foto Roland Neveu/BBC

Knippenberg werd in die eerste maanden van ’76 vrijwel volledig in beslag genomen door de speurtocht naar de moordenaar van Bintanja en Hemker. Essentieel bewijsmateriaal kwam op tafel toen hij met enkele handlangers, onder wie de Belgische diplomaat Paul Siemons, de woning van Sobhraj en Leclerc doorzocht. „We vonden grote potten vergif. Injectienaalden. Kilo’s pillen. De roestbruine winterjas van Cocky Hemker en haar leren handtas met Nederlands kleingeld, half voltooide brieven en een schijfje met anticonceptiepillen van Organon in Oss.”

Het bewijsmateriaal werd in dozen gepakt en vervoerd naar het woonhuis van Knippenberg. Hij durfde er niet mee naar de ambassade te gaan. Zijn baas, ambassadeur Frans van Dongen, zag helemaal niets in het eigen initiatief van de jonge secretaris. Terugblikkend is Knippenberg niet bepaald mild over zijn oude chef. „Ik heb veel van hem geleerd, maar als mens….. Je kon hem respecteren, maar je kon hem niet mogen. Hij zat niet te wachten op Herman Knippenberg die moeilijkheden schopte over de moordenaars.”

Lees ook: de recensie van The Serpent

Opstandige jongeling

De jonge Britse acteur Billy Howle speelt Knippenberg dan ook als een opstandige jongeling, compleet met een collectie brede jarenzeventigdassen. „Billy is iets wilder dan ik ben, maar wel ongeveer het type dat ik vroeger was. Ik was wel aanzienlijk diplomatieker tegen hooggeplaatste Thai. Met twee generaals met wie ik destijds aan de zaak gewerkt heb ben ik nog steeds bevriend. Dat waren geen goede vrienden gebleven als ik zo hoog van de toren had geblazen als Howle in de serie.”

Toch is Knippenberg onder de indruk van het acteertalent van Howle. „Ook als je zeker weet dat iets in werkelijkheid niet zo is gegaan, als Howle het speelt, ga je toch geloven dat het zo was.” In een scène richt de diplomaat in bed in een soepele beweging een colt op zijn echtgenote. Dat ziet er bij Howle overtuigend uit. „Ik wílde wel het wapen op mijn vrouw richten, maar ik was daar veel te onhandig voor. Ik had in die dagen een King Cobra aan de achterkant van mijn nachtkastje geplakt. Dat is een wapen van de Special Forces dat lijkt op een groot uitgevallen zakaansteker. Dat moest ik eerst achter het kastje vandaan vissen en ik moest me ook nog omdraaien. Billy doet dat allemaal met verve.”

Zijn toenmalige echtgenote was Angela Kane, een Duitse diplomaat die na Bangkok carrière zou maken bij de Verenigde Naties in New York en bekendheid zou verwerven als ontwapeningsdeskundige en als plaatsvervangend secretaris-generaal. In de serie wordt ze gespeeld door de Britse actrice Ellie Bamber. Kane is een gevoelig punt bij Knippenberg.

De serie wekt de suggestie dat Knippenbergs obsessie met Sobhraj hem zijn huwelijk heeft gekost. Angela Kane onderschrijft die lezing, maar Knippenberg ontkent dat ten stelligste. De scheiding in 1991 had andere oorzaken, zegt hij. Neemt niet weg dat de voormalige echtelieden twisten over het aandeel dat Kane destijds had in de ontmaskering van Sobhraj.

In de serie speelt ze een belangrijke bijrol in het informele onderzoeksteam. Maar dat, protesteerde Kane, is geen waarheidsgetrouwe weergave. In werkelijkheid had ze een veel grotere rol, stelt haar Wikipagina. Knippenberg: „Dat is volkomen in strijd met de waarheid. Ze was een uitstekende eindredacteur en vertaler. Ze was geen lid van de inner circle.” Knippenberg en Kane hebben elkaar, zegt hij, sinds de scheiding dertig jaar geleden één keer gebeld.

Charles Sobhraj (Tahar Rahim) alias The Serpent

Foto Roland Neveu/BBC

‘Avondje de hort op’

Het bewijsmateriaal in de dozen van Knippenberg leidde op 6 juli 1976 tot de arrestatie van Sobhraj en Leclerc in New Dehli. Om het te vieren ging Knippenberg met de Belg Paul Siemons „een avondje geweldig de hort op” in de nachtclubs van Bangkoks beruchte uitgaanswijk Patpong. De zaak-Sobhraj leek daarmee te zijn afgesloten. Knippenberg kreeg het druk met andere kwesties. In Thailand woedde in die jaren een communistische guerrillaoorlog, de politieke situatie in Bangkok was chronisch instabiel en eind augustus mocht Knippenberg zich ontfermen over twee Nederlanders die met 138 kilo heroïne waren gesnapt.

Maar de zaak-Sobhraj was helemaal niet afgesloten. In India werd hij veroordeeld tot 12 jaar voor de moord op een Fransman. Na tien jaar wist Sobhraj uit de gevangenis te ontsnappen maar werd al snel weer opgepakt In 1986 werd hij veroordeeld tot nog eens tien jaar. Die verlengde gevangenisstraf kwam hem, zo gaat het verhaal goed uit. Als hij na tien jaar vrij zou zijn gekomen had India hem uitgeleverd aan Thailand waar hij vermoedelijk de doodstraf had gekregen. Leclerc kwam in 1984 vrij omdat ze ernstig ziek was. Ze stierf even later in Canada.

In 1997 zat ook de tweede straf van Sobhraj erop en waren de misdaden in Thailand verjaard. Hij ging naar Frankrijk waar hij zijn faam te gelde probeerde te maken door interviews te verkopen en films te maken. Knippenberg volgde de publieke optredens van Sobhraj vanuit de verte – knarsetandend.

Om nog onduidelijke redenen vloog Sobhraj in 2003 naar Kathmandu. Hij werd opgepakt en aangeklaagd voor moorden gepleegd in 1975. In 2004 werd Sobhraj in Nepal veroordeeld tot levenslang – mede op basis van bewijsmateriaal aangedragen door Herman Knippenberg, die vlak daarvoor met pensioen was gegaan. „Het was voor mij een erezaak om bij te dragen aan die Nepalese veroordeling. Sobhraj en Leclerc waren Nepal destijds binnen gekomen op de paspoorten van Bintanja en Hemker.”

Vijfenveertig jaar leven met Sobhraj. Wat steek je daarvan op? Tien jaar na de speurtocht in Bangkok bracht Knippenberg een jaar door aan Harvard. Daar zette hij de zaak voor een essay nog eens op een rijtje en dacht na over ’s mans motieven.

„Hij had zichzelf tot taak gesteld zichzelf te testen en te harden door zich in extreem gevaarlijke situaties te begeven. Bouw je huis op de helling van de Vesuvius, dat werk. Ook speelde zijn moeilijke jeugd met ouders die hem verwaarloosden een rol. Hij heeft een kort lontje en kan niet tegen mensen die hem afwijzen. Dat maakte herinneringen los uit zijn jeugd. De enige manier om dat te doorbreken was om die mensen te vermoorden. Dood als de ultieme vorm van afwijzing.”

Het was goed om daar na tien jaar nog eens over na te denken, vertelt Knippenberg. „Het bracht rust. Nu spookt de zaak weer door mijn hoofd dankzij de serie. Ik zou niets liever willen dan dat de zaak ophoudt, dat hij naar een betere wereld vertrekt.”