Aan de top van de scholenkoepel is het vaak goed boeren

Topsalarissen Onderwijs Achterblijvende lonen in het onderwijs? Dat geldt niet voor de bestuurders, die veelal evenveel verdienen als ministers. Een vakbondsbestuurder: „Er wordt met twee maten gemeten.”

Onderwijsstaking op de Dam in Amsterdam in 2019. Leraren in het basis- en voortgezet onderwijs eisen hogere salarissen en een verlaging van de werkdruk.
Onderwijsstaking op de Dam in Amsterdam in 2019. Leraren in het basis- en voortgezet onderwijs eisen hogere salarissen en een verlaging van de werkdruk. Foto Ramon van Flymen/ANP/Hollandse Hoogte

Hij is een van ’s lands best betaalde onderwijsmanagers: Edo de Jaeger, al achttien jaar bestuursvoorzitter van het ROC van Amsterdam. De voormalig adjudant van koningin Beatrix, tevens naamgever van de jaarlijkse Edo de Jaeger Prijs voor werkgevers op Schiphol, verdiende in 2019 een jaarsalaris van 208.422 euro – bijna 15.000 euro boven het maximum in dat jaar voor bestuurders in de publieke sector. Nog afgezien van zijn commissariaten elders, die hem in 2019 enkele tienduizenden euro’s opleverden.

Al jaren vragen leraren om betere arbeidsomstandigheden. Hun salaris is te laag, vinden ze, en de werkdruk te hoog. In 2019 demonstreerde de hele onderwijssector op het Malieveld, van basisschool tot universiteit. Voor basisschoolleraren was dat het derde protest in Den Haag in twee jaar.

Lees ook: Grote tekorten, hoge werkdruk: hele onderwijssector protesteert

Harde euro’s heeft dat voor de meeste sectoren niet opgeleverd, al kregen basisschoolleraren er in 2017 wel 270 miljoen euro bij. De coronacrisis heeft de roep om betere salarissen in het onderwijs (en de zorg) een nieuwe impuls gegeven.

Maar hoe zit het eigenlijk met de bestuurders? Zij hebben een aparte regeling, die hen in staat stelt substantieel meer te verdienen dan hun werknemers. Sinds 2013 geldt de Wet normering topinkomens (WNT), in de volksmond bekend als de balkenendenorm, die regelt dat bestuurders in de (semi)publieke sector niet méér mogen verdienen dan een minister – en het liefst minder. De wet moest een einde maken aan buitensporige salarissen op kosten van de belastingbetaler.

Dat lukt, zegt Douwe van der Zweep, bestuurder van de Algemene Onderwijsbond. „We zijn blij met de wet: de ergste excessen vind je niet meer. Maar over de huidige bestuurderssalarissen zijn we niet tevreden.” Uit een recente evaluatie van de wet blijkt dat minder dan 1 procent van de onderwijsinstellingen hun bestuurders nog boven de WNT-norm betaalt, vooral in het mbo en hoger onderwijs. Volgens de jaarlijkse rapportage van het ministerie van Binnenlandse Zaken verdienden in 2018 zes onderwijsbestuurders meer dan toegestaan; over 2019 worden zes gevallen onderzocht.

Desondanks is het gat tussen de top en de werkvloer in het onderwijs nog steeds groot, zo blijkt uit onderzoek van NRC. Zo verdiende een universiteitsbestuurder in 2018 gemiddeld 188.217 euro bruto en een beginnend universitair docent 39.000 euro. De meeste onderwijsbestuurders mogen dan tegenwoordig onder het ministerssalaris zitten, dat betekent niet dat zij een écht grote stap terug hebben gedaan. Veel managers zitten precies op of nét onder het wettelijk maximum.

Scholenkoepels

Over het algemeen geldt: hoe groter de organisatie, hoe ruimer het salaris. In het basis- en voortgezet onderwijs vind je de beter betaalde bestuurders dan ook vooral bij stichtingen die meerdere scholen onder zich hebben. Al komen ook ‘eenpitters’ als Het Amsterdams Lyceum en het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum voor op de lijst van onderwijsbestuurders die de afgelopen jaren de balkenendenorm overschreden.

Een voorbeeld van een goed verdienende koepelbestuurder – binnen de WNT-norm – is Ruth Kervezee. Ze is voorzitter van het college van bestuur van Esprit, een samenwerking van veertien scholen in het primair en voorgezet onderwijs in Amsterdam. In 2019 verdiende Kervezee een jaarsalaris van 163.990 euro – tien euro onder het wettelijk toegestane maximum. Het jaarverslag meldt dat het „vrijwillig afbouwen van de bezoldiging van de voorzitter van het CvB” tot onder de WNT-norm „een jaar eerder gerealiseerd [is] dan voorgenomen”.

Volgens Mohammed Chatbi, hoofd control bij Esprit, heeft Kervezee drie jaar eerder dan wettelijk verplicht haar salaris afgebouwd. „Van het ministerie moest dit vanaf 2020, maar zij is er al in 2017 mee begonnen.” Chatbi noemt dit „een mooie geste van haar naar de rest van Esprit. Veel andere bestuurders hebben dit niet gedaan.”

Soms zijn deze scholenkoepels bijna-monopolisten. In Limburg bijvoorbeeld: scholenkoepel LVO heeft vrijwel alle middelbare scholen in de provincie Limburg onder zijn hoede, 23 in totaal, met 25.000 leerlingen. Waaronder VMBO Maastricht, de school waar in 2018 ‘het examendrama’ plaatsvond: alle 353 geslaagden kregen na het examen te horen dat ze alsnog waren gezakt. De inspectie, die de school later als „zeer zwak” bestempelde, had ontdekt dat er fouten zaten in de schoolexamens.

De bestuursvoorzitter van de koepel, André Postema, verdiende in 2018 ruim 182.000 euro. Daarmee behoorde hij tot de best betaalde bestuurders in het middelbaar onderwijs. Naast zijn voltijdsbetrekking bij koepel LVO, was hij vanaf 2011 tot en met 2019 lid van de Eerste Kamer voor de PvdA, waarvoor hij jaarlijks zo’n 30.000 euro ontving.

Interim-bestuurders

Bestuurders die niet in dienst treden maar per uur ingehuurd worden, mogen in hun eerste jaar boven de balkenendenorm verdienen. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij Stichting Nutsscholen Geldrop, een koepel van drie basisscholen. In 2019 verdiende interim-bestuurder Jessica van Zuidam daar ruim 25.000 euro meer dan wettelijk toegestaan. „Dat is opgelost”, zegt Manja Voogd, haar opvolger. Het te veel ontvangen bedrag is inmiddels terugbetaald. „Het was geen bewuste overschrijding.”

Overigens vindt Voogd, die zelf ook interim-klussen heeft gedaan, dat een interimmer best meer mag verdienen. „Je komt niet in een reguliere situatie terecht, dan is veel kennis en expertise nodig. Maar als je een goede interimmer bent, heb je de situatie binnen een jaar onder controle.”

En waarom kan dat niet in loondienst? Een zzp’er kost een onderwijsinstelling zeker twee keer zoveel aan honoraria als iemand met een vaste aanstelling. Voogd: „Soms is het nodig dat iemand ‘puinruimt’ in een organisatie. Diegene moet zichzelf impopulair durven maken.”

ZAAM, een koepel in de regio Amsterdam waaronder 23 scholen vallen, huurde vanaf september 2019 interim-bestuurder Bas Nix in voor acht maanden. Dit vanwege de aanstaande pensionering van de voorzitter van het college van bestuur. Hierdoor bestond het tweekoppige bestuur gedurende vier maanden uit één persoon extra. Kosten: meer dan 180.000 euro. Volgens de stichting was dit noodzakelijk om „de continuïteit van de bestuurlijke processen te waarborgen”, laat een woordvoerder weten.

Rob Oudkerk, voorzitter van de Amsterdamse koepel van schoolbesturen OSVO, vindt het „logisch” dat bestuurders van grote koepels „iets meer verdienen” dan eenpitters. „Ze hebben het drukker en moeten meer mensen aansturen.” Maar, zegt hij: „De verschillen moeten ook niet té groot zijn.”

Oudkerk benadrukt dat hij als onafhankelijk voorzitter „niet beslist” over de salarissen van onderwijsbestuurders. „Maar ik vind wel dat salarissen in de zorg en het onderwijs niet te hoog mogen zijn. Het gaat om gemeenschapsgeld. Wat je te veel aan bestuurders betaalt, kun je niet uitgeven aan andere zaken. Iedereen weet dat we met een lerarentekort zitten en met leerachterstanden door corona.”

Cao voor leraren én bestuurders

Al is de AOb tevreden met de effecten van de WNT – toch is de wet niet helemaal eerlijk, vindt de bond. „Er wordt met twee maten gemeten”, zegt bestuurder Van der Zweep.

Bestuurders hebben een andere regeling dan de rest van het onderwijspersoneel. Hun maximumsalaris hangt samen met de WNT en ze onderhandelen over hun salaris met de raad van toezicht, terwijl de rest van het personeel door de vakbonden wordt vertegenwoordigd, die met diezelfde bestuurders onderhandelen. Dat leidt tot verschillen, zegt Van der Zweep.

Zo stijgt het maximumsalaris van bestuurders harder dan dat van leraren én wordt het afgerond op duizendtallen. Ook gelden voor bestuurders andere criteria. Bijvoorbeeld: hoe meer leerlingen, hoe meer geld. „Een leraar krijgt bij een grote klas niet meer geld”, zegt Van der Zweep. „Wij vinden dat bestuurders onder dezelfde cao zouden moeten vallen. Je moet belastinggeld eerlijk verdelen.”

In de Tweede Kamer is tot twee keer toe een motie aangenomen die het kabinet oproept bestuurders en hun personeel in dezelfde cao onder te brengen, de laatste van Harm Beertema (PVV) en Peter Kwint (SP) in 2018. De ministers legden deze moties naast zich neer: het kabinet zou er niet over gaan.

Oudkerk van de Amsterdamse scholenkoepel OSVO stelt voor om salarissen te staffelen in drie niveaus: „Een bestuurder op een kleine school, een bestuurder bij een middelgrote en bij een grote onderwijsinstelling. Dan heb je nog steeds mooie salarissen voor eervolle en uitdagende banen.”

Hoogste beloning in hoger onderwijs

De best beloonde onderwijsbestuurders vind je in het hoger onderwijs en bij de mbo’s. In 2019 maakten dertien onderwijsbestuurders in die sectoren gebruik van overgangsrecht om meer dan de norm te kunnen verdienen. Anton Pijpers, bestuursvoorzitter van de Universiteit Utrecht, staat bovenaan de lijst, met 229.978 euro. „Frusterend dat er nog steeds beloningen zijn van ver boven de twee ton”, vindt Van der Zweep. „Het afbouwen naar de norm gaat langzaam.”

Bij Albeda, een verzameling mbo- en bedrijfsopleidingen in de regio Rijnmond, zit bestuursvoorzitter Ron Kooren 436 euro onder het maximaal toegestane jaarsalaris van 194.000 euro. Het ROC Midden-Nederland (Utrecht, Amersfoort, Nieuwegein) betaalde zijn bestuurders in 2019 nét onder de WNT-norm, en bestuurder Kees Rutten zo’n 7.000 euro erboven. Dat komt, legt een woordvoerder uit, omdat hij per april stopte en toen nog recht had op vakantiegeld.

Dat geldt ook voor de Hogeschool Utrecht: twee leden van het driekoppige bestuur kregen een krappe 10 euro onder het maximum van 194.000 betaald. Het derde lid zat er ruim 7.000 euro boven, doordat hij stopte vanwege een sabbatical en nog vakantietoeslag kreeg.

En dan het ROC van Amsterdam, dat samenwerkt met het ROC van Flevoland. Bestuursvoorzitter Edo de Jaeger is dus dé grootverdiener in het mbo, primair en voortgezet onderwijs. Al in 2013 riep de Inspectie van het Onderwijs het ROC van Amsterdam tot de orde omdat De Jaegers salaris boven de norm zat, en werd dat bedrag (3.580 euro) met terugwerkende kracht gekort op de rijksbijdrage aan de instelling. Van de SP-jongeren kreeg De Jaeger de ‘Gouden Hark’ toegekend, een ludieke prijs voor ‘graaiers’ in het onderwijs.

Sinds vier jaar bouwen De Jaeger en zijn mede-bestuurder Gerrit Vreugdenhil (195.871 euro in 2019) hun salaris stapsgewijs af tot het wettelijk maximum. „De Jaeger doet het volgens mij redelijk goed, maar het blijft een exorbitant salaris”, zegt Rob Neederkoorn, voorzitter van het Platform Medezeggenschap MBO. „Het college van bestuur wordt beloond alsof het ROC een multinational is en ze werkelijk invloed hebben op de winst en omzet, terwijl ze een volledig voorspelbare bijdrage krijgen vanuit het ministerie van OCW.”

Drie commissariaten

De meer dan twee ton die De Jaeger in 2019 bij het ROC verdiende, waren overigens niet zijn enige inkomsten. Hij heeft ook nog drie commissariaten: bij huisartsencoöperaties in Brabant en zijn woonplaats Arnhem, en bij een woningcorporatie in Doetinchem. Hiermee verdiende hij in 2019 bijna 30.000 euro. En dan heeft De Jaeger ook nog een eigen organisatie- en adviesbureau, waarvan de inkomsten onbekend zijn. Zijn medebestuurder Vreugdenhil heeft vier commissariaten.

De Jaeger wil zelf niet ingaan op zijn salaris, zegt een woordvoerder van het ROC van Amsterdam-Flevoland. De bestuursvoorzitter voldoet volgens hem „aan de geldende WNT-norm”. In 2019 maakte De Jaeger volgens hem „voor het laatst” gebruik van zijn overgangsrecht, waardoor hij sinds 2020 niet langer boven het ministerssalaris zit.

Over de hoogte van De Jaegers salaris zegt hij: „Het ROC van Amsterdam-Flevoland is de grootste mbo-instelling van Nederland met de daarbij passende verantwoordelijkheid en beloning.” En over De Jaegers commissariaten: „De heer De Jaeger zet zich met zijn jarenlange bestuurlijke ervaring in het onderwijs graag in voor organisaties die ook in het maatschappelijke domein actief zijn.”

Aanvulling 2 APRIL 2021: Roel Schoonveld, oud-rector van Het Amsterdams Lyceum, laat weten dat de overschrijding van de WNT-norm in 2017 kwam doordat hij meer uren lesgaf dan zijn lestaak. De overschrijding is terugbetaald. De rector van het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum, Sjoerd van de Berg, liet al eerder aan NRC weten dat zijn overschrijding in 2018 het gevolg was van de regeling ‘levensfasebewust personeelsbeleid’.