‘Breng het salaris van onderwijsbestuurders onder in de gewone cao’

Onderwijsbond De regeling dat onderwijsbestuurders over hun eigen salaris onderhandelen, leidt tot oneerlijke verschillen, zegt vakbond AOb. Ook al zijn er wettelijke beperkingen.

„Alles wat bestuurders in het onderwijs meer verdienen gaat ten koste van de rest”, zegt Kamerlid Paul van Meenen (D66).
„Alles wat bestuurders in het onderwijs meer verdienen gaat ten koste van de rest”, zegt Kamerlid Paul van Meenen (D66). foto Bart van Overbeeke/ANP/HH/

Onderwijsbestuurders zouden onder dezelfde cao moeten vallen als hun personeel. Dat bepleit Douwe van der Zweep, bestuurder van de Algemene Onderwijsbond (AOb) in NRC. „Nu wordt er met twee maten gemeten. Je moet belastinggeld eerlijk verdelen.” Zijn voorstel wordt gesteund door een meerderheid in de Tweede Kamer.

Bestuurders in het onderwijs hebben een eigen regeling: zij onderhandelen over hun salaris met de raad van toezicht van hun instelling, en moeten zich daarbij houden aan de Wet normering topinkomens (WNT), ook wel bekend als de balkenendenorm. De rest van het personeel, zoals leraren en conciërges, valt onder een cao waarvoor de vakbonden onderhandelen met bestuurders. Dat leidt tot oneerlijke verschillen, zegt Van der Zweep. Een bestuurder krijgt meer salaris als de organisatie groter is, maar een leraar niet bij een vollere klas. Vorig jaar kregen bestuurders in het basis– en voortgezet onderwijs een bonus van 4.000 euro bruto. „Onbegrijpelijk”, vindt Van der Zweep.

Lees het hele verhaal: Gapend gat bij beloning onderwijs

Moties niet uitgevoerd

In 2018 nam de Tweede Kamer een motie aan van Peter Kwint (SP) en Harm Beertema (PVV) die opriep bestuurders onder dezelfde cao te laten vallen. Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) legde die naast zich neer, omdat het kabinet niet over de cao zou gaan.

In 2013 werd een soortgelijke motie van Paul van Meenen (D66) aangenomen en niet uitgevoerd. „Ik zou niet weten waarom een bestuurder zich buiten de school zou plaatsen”, zegt Van Meenen, die het voorstel van Kwint en Beertema steunde. „Het bestuurderssalaris komt uit dezelfde zak geld: alles wat zij meer verdienen, gaat ten koste van de rest.” Hij noemt het „ten principale verkeerd” dat „op twee tafels het gesprek over die zak geld” plaatsvindt. „Je moet alle belangen – van leraren, kinderen – tegen elkaar afwegen. Dat gebeurt nu niet.”

„Onderwijsbestuurders kunnen nu op een bedrijfsmatige manier over hun salaris onderhandelen”, zegt Beertema. „Dat is een hele onwenselijke situatie.”

Uit onderzoek van NRC blijkt dat excessieve beloningen in het onderwijs zijn afgenomen sinds de WNT in 2013 van kracht werd. In 2018 overtraden nog zes bestuurders de WNT, die in dat jaar op 194.00 euro lag. Over 2019 worden zes gevallen onderzocht.

Veel bestuurders verdienen nèt onder of precies op de norm. Ook ontweken instellingen de WNT-norm door bestuurders op uurbasis in te huren, waardoor ze in hun eerste jaar een veel hoger salaris mogen verdienen. „Het gaat om gemeenschapsgeld”, zegt Rob Oudkerk van de Amsterdamse koepel van schoolbesturen. „Wat je te veel aan bestuurders betaalt, kun je niet uitgeven aan andere zaken.”

Afbouwen tot ministersalaris

De best verdienende bestuurder in het hoger onderwijs is Anton Pijpers, collegevoorzitter van de Universiteit Utrecht. Hij verdiende in 2019 229.978 euro. Edo de Jaeger van het ROC van Amsterdam is de best betaalde bestuurder in het mbo. In 2019 ontving hij 208.422 euro – bijna 15.000 euro boven de balkenendenorm. Hij voldoet toch aan de regels omdat hij zijn bezoldiging stapsgewijs afbouwt tot aan een ministerssalaris. Rob Neederkoorn, voorzitter van het Platform medezeggenschap MBO, noemt De Jaegers bezoldiging desondanks „exorbitant”.