Het midden schuttert in de formatie – op de flanken gedijt de intimidatie

Deze week: het verband tussen het geschutter in het midden en de intimidatie op de flanken. Ofwel: hoe de nieuwe Kamer, de coronabestrijding en het gebutste vertrouwen in de formatie nopen tot opschorting van de coalitievorming.

Je zou het na alle tumult in de kabinetsformatie bijna vergeten. Maar enkele dagen voordat Kajsa Ollongren een ANP-fotograaf de kans bood een formatiedocument vast te leggen, begon de week met een andere onverkwikkelijke toestand: intimidatie uit extreemrechtse hoek.

En achteraf had je het idee dat die twee kwesties – het geschutter in het midden, de intimidatie op de flank – ongemakkelijk veel met elkaar te maken hadden.

De intimidatie bleek zondag toen de Leidse historicus Nadia Bouras een sticker op haar voordeur aantrof: „Deze locatie wordt in de gaten gehouden door Vizier op Links.”

Vizier op Links is een product van de extreem-rechtse tegencultuur. Het publiceerde eerder foto’s van dochters van een haar onwelgevallige wetenschapper. Die werkwijze. En nadat Bouras de intimidatie openbaarde, werd bekend dat de Nijmeegse GroenLinkser Huub Bellemakers eerder dezelfde sticker op zijn deur vond.

Bouras bracht het bewust naar buiten, zei ze aan de telefoon. Vier politieke partijen hebben in hun programma een meldpunt linkse indoctrinatie staan. „Ik wilde laten zien dat dit de nieuwe politieke werkelijkheid is.”

Effect had het. Ook Geert Wilders sprak, anders dan Thierry Baudet, zijn afkeuring uit: „Dit kan inderdaad echt niet.”

Volgens Bellemakers, tien jaar terug werkzaam voor Femke Halsema, nu links-activistisch campaigner vanuit Nijmegen, groeit het verschijnsel. Waar decennia terug vooral de linkerflank intimideerde (de aanval op Janmaats CD in Kedichem, de Rara-branden), zetten nu bepaalde moslims – zie de doodsbedreigingen van schrijfster Lale Gül – en extreemrechts de toon.

„Toen ik voor Halsema werkte, hadden alleen kopstukken met intimidaties te maken”, vertelde hij. „Nu zijn ook prutsers als ik doelwit.”

Toch is er een dilemma. In de verkiezingscampagne sprak het Kamerlid Kathalijne Buitenweg op sociale media haar afschuw uit over de hashtag #kutkaag, waarbij ze die term herhaalde. Onderzoek leerde later dat de term juist daardoor viraal ging.

Bouras en Bellemakers herkennen dit verschijnsel – wat je aanklaagt groeit – maar zijn overtuigd dat bestrijden beter is dan zwijgen. Opkomen voor je positie.

En het punt is: de verkiezingsuitslag liet exact hetzelfde zien. Na jaren kritiek op Baudets extremisme groeide FVD in de Kamer. Na jaren EU-scepsis kwam Volt in de Kamer. Na jaren xenofobie kwam BIJ1 in de Kamer. Na jaren kritiek op veehouders kwam de BoerBurgerBeweging in de Kamer.

Verschijnselen van emancipatie en polarisatie die de nationale vergaderzaal het toneel van meer strijdende facties zullen maken. Verscherpte tegenstellingen, toenemend gefragmenteerd, groeiend in aantal.

Vooral ook daarom horen betrokkenen bij een kabinetsformatie hier discretie en inlevingsvermogen tegenover te stellen: waar de Kamer het maatschappelijk debat vertegenwoordigt, dient coalitievorming (en later het bestuur) eenheid en vertrouwen uit te stralen.

Het resultaat was deze week dat de eerste pacificatiepoging in de formatie smadelijk mislukte. Het geschonden vertrouwen na de passages over Pieter Omtzigt („functie elders”), Wopke Hoekstra („onderhandelingsstijl”) en linkse partijen („houden elkaar niet echt vast”) zal niet vlot te repareren zijn.

En dat terwijl de formatie alleen nog bestond uit schijnbewegingen. Het CDA wachtte op de bekendmaking van de voorkeurstemmen, vrijdag, en had zeker tot dat moment geen oren naar onderhandelen. Ook toen bleek dat lijsttrekker Hoekstra meer stemmen kreeg dan Omtzigt, bleef ongewis of de partij wil regeren.

Vanzelf leidde dit tot nieuwe speculaties over de relatie Hoekstra-Omtzigt, ook omdat ze in de campagne gescheiden van elkaar opereerden. Maar het fascinerende is: de onderhandelingspositie van het CDA was in jaren niet zo sterk. Zonder christen-democraten moet de VVD alsnog met ‘de wolk linkse partijen’ regeren die Rutte niet wil. De eerst mogelijke vierpartijencoalitie met een meerderheid is dan VVD-D66-PvdA-SP. Zoals een VVD’er zei: „Zelfverminking.”

Dus woensdag werd bij VVD en D66 voorzichtig nagedacht over manieren om Hoekstra tegemoet te komen. Zo hoorde je over de optie dat D66 hem continuering van het ministerschap van Financiën zou gunnen.

Maar zoals dat gaat in formaties: niemand brengt offers zonder tegenprestatie. En het is me niet verteld, maar je kunt je voorstellen dat in die geest ook interesse voor de rol van Omtzigt in de nieuwe CDA-fractie ontstond. Dat gaat zo in formaties: partijen willen weten wat ze aan elkaar hebben.

De kritiek van sommige Kamerleden, dat je in een formatie geen machtspolitiek hoort te bedrijven, was ook bijzonder: coalitievorming is altijd machtspolitiek.

Wat zich na Ollongrens fout wel wreekte, is dat de nieuwe manier van formeren, onder gezag van de Tweede Kamer, nog erg onvolwassen is. Zo blijft de ambtelijke ondersteuning van de verkenners in handen van Algemene Zaken, en toen Rutte donderdag met Nieuwsuur sprak bleek welke verkeerde indruk dit wekt. Nog steeds was onduidelijk wie het gelaakte document had opgesteld, maar de premier zei: „Niemand gaat hier uitleg over geven.”

De Kamer zette dit recht – woensdag volgt alsnog een debat met de afgetreden verkenners – en maximale openheid over het omstreden document lijkt onvermijdelijk. Zeker na dit nieuwe voorbeeld waarin partijdig denken het leek te winnen van discretie en empathie.

En het ongemakkelijke is: precies dit soort partijdigheid (we maken alleen feiten openbaar als het uitkomt) versterkt het gedrag waarop die nieuwe flankpartijen drijven.

Het blijft ook opmerkelijk dat hier mondjesmaat doordringt hoe snel polarisatie doodnormale maatschappelijke verhoudingen kan vernietigen. Zo liet The Chronicle of Higher Education laatst zien hoe in de VS zelfs een vakgebied als de politicologie vergruist in de strijd tussen liberale en conservatieve feiten. En The Boston Review had een pleidooi voor de terugkeer van de kennisleer: de internetcultuur en de polarisatie hebben zo’n dramatische invloed op het vermogen feiten van fictie te onderscheiden, dat de filosofie zich weer moet richten op „waarom we geloven in wat we denken te weten”.

En het nieuwsritme van deze week – ophef, stilstand, ophef, stilstand – illustreerde dat we hier, na de aandachtseconomie, ook aandachtspolitiek hebben gekregen: belangstelling van het publiek wekken is nu minstens zo belangrijk als het bedenken van een solide beleidsoplossing. En belangstelling trek je vooral met strijd.

Je hoorde dat er vrijdag van alles werd gedaan om de vertrouwenscrisis in de formatie te herstellen. De vraag bleef of zo vlot resultaat mogelijk was.

Wat dit betreft moest ik terugdenken aan een interview in de Volkskrant, woensdag, met staatsrechtgeleerde Joop van den Berg (PvdA). Hij stelde dat formatie-onderhandelingen en coronabestrijding te zware taken zijn om gelijktijdig te doen. Hij zei: concentreer je eerst op corona en begin pas rond 1 juli („als het land weer open is”) aan de formatie.

Toen ik deze gedachte binnen (potentiële) coalitiepartijen voorlegde, viel me op dat er vrij veel belangstelling voor was. „Even de druk van de ketel: ik zeg meteen ja”, vertelde bijvoorbeeld een liberaal.

Het zou ook lucht geven om alsnog geloofwaardige pacificatie bij de kabinetsvorming te bereiken. Het geschutter in het midden stilletjes uitwissen, en aantonen dat politiek nog steeds meer kan zijn dan intimideren op de flanken.