Weekritmes treden overal in de natuur op

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: planten, dieren en mensen met een weekritme.

Niet de Romeinen maar de Babyloniërs bedachten de tijdseenheid ‘week’, de periode van zeven dagen waarvan er ongeveer 52 in een jaar gaan. De Romeinen werkten aanvankelijk met blokjes van acht dagen, de Egyptenaren hadden er tien, later werd zeven de norm. Hoe de Babyloniërs op zeven kwamen is onduidelijk, Wikipedia heeft er ideeën over maar het meest voor de hand ligt, zou je zeggen, dat het getal zeven is afgeleid van de maan-maand. De ‘synodische’ maanmaand, de periode van volle maan tot volle maan, duurt gemiddeld 29,5 dag en de vier markante schijngestalten van de maan liggen dus gemiddeld 7,4 dag uit elkaar.

Uiteindelijk is de zelfbedachte week, inclusief de heilige weekends, het moderne leven net zo dwingend gaan beheersen als de afwisseling van dag en nacht en het komen en gaan van de seizoenen. Het werd nog eens extra duidelijk door de rare variatie in geregistreerde coronabesmettingen die samenhangt met het verminderde testen op zaterdag en zondag. Bij nader inzien wemelt het van de weekendeffecten: in koopgedrag, drankgebruik, ongelukken, ziekenhuisopnames, noem maar op. Hun invloed kan ver doorwerken, bijvoorbeeld in luchtvervuiling en in het verlengde daarvan wolkvorming en regen. ’s Zomers valt er in de VS midden in de week meer regen dan in het weekend. Op veel plaatsen op aarde is een weekcyclus waargenomen in de dagelijkse temperatuurschommelingen.

De afwisseling van werkdagen en vrije dagen bestaat al zó lang dat de meeste mensen het weekritme diep in zich hebben opgenomen. Zo ontstond het Kortjakje-syndroom: ziekmeldingen overheersen op maandag en vroeg in de week wordt vaker op het woord ‘gezondheid’ (health) gegoogled dan op zaterdag en zondag. Wie bij Google Scholar de zoekterm ‘circaseptan rhythm’ intikt vindt ook de meer verborgen humane weekritmes zoals variaties in het bloedbeeld, de urinesamenstelling en de hormoonhuishouding. Je wist niet dat je het in je had.

Het is voorstelbaar dat ook veel huisdieren inmiddels een eigen weekritme hebben, maar daarover zwijgt de wetenschap. Waarschijnlijk reageren katten en honden direct op het ritme van de huisgenoten.

Springtij en doodtij

Eigenaardig genoeg zijn bij dieren – en zelfs planten – in de vrije natuur, ver van het menselijk gewoel, wél eigen weekritmes vastgesteld. Het tijdschrift Chronobiology International gaf in 2016 een overzicht. Je vindt ze bij ratten, vissen, vliegen, springstaarten, bonen en allerlei kleine zee-organismen. Niemand weet wat de ritmes oproept, niemand weet wat de pacemaker is.

Speciale aandacht was er in 1998 voor een weekritme bij het Nieuw Zeelandse strandkevertje Chaerodes trachyscelides dat van aanspoelsel leeft. In dit geval meenden de onderzoekers het ritme wél te kunnen verklaren: het aanspoelsel sorteert zich op het strand in een patroon dat de wekelijkse afwisseling van springtij en doodtij volgt. Het heeft geleid tot de veronderstelling dat een deel van de weekritmes bij de mens óók wel op zo’n manier zal zijn ontstaan en dus evolutionair oeroud is. Misschien scharrelde de primitieve mens ook wel achter het aanspoelsel op het strand aan.

Ach, wat zou de amateuronderzoeker ook zelf graag een verborgen ritme ontdekken. Eerst de regelmaat vinden, dan bewijzen dat die statistisch significant is, vervolgens de pacemaker opsporen en ten slotte een specifiek voordeel formuleren.

Ouder dan het onderzoek naar weekritmiek is het onderzoek aan maanritmiek: lunar rhythms. Ook dat heeft zich uitgebreid. Een halve eeuw geleden had je als voorbeelden alleen de walgelijke nachtelijke afgifte – bij de maan in laatste kwartier – van sperma en eitjes door de paloloworm (Palola viridis) en de opvallende voorplantingsritmiek van de oester (Ostrea edulis). Die laatste was onderzocht door visserijbioloog Piet Korringa. Hij stelde vast dat oesterlarfjes steeds tien dagen na volle maan en nieuwe maan uit de schelp zwemmen.

Onmeetbaar klein

Inmiddels zijn meer dieren en planten gevonden die een ritme van 29,5 dagen laten zien of op een andere manier onder invloed van de maan lijken te staan. Het Wikipedia-lemma ‘lunar effect’ geeft een overzicht. Vaak betreft het de voorplantingscyclus of de hormoonhuishouding. Hoe de maan haar invloed uitoefent komt zelden uit de verf. Het licht dat ze ’s nachts uitstraalt is zwak. Het effect van haar zwaartekracht op de getijden is weliswaar groot, maar biologen zien meestal over het hoofd dat de invloed op afzonderlijke organismen met hun geringe massa onmeetbaar klein is. Sinds kort wordt veel verwacht van een maaninvloed op de aardse magnetosfeer.

Maar zelden is de doorwrochte statistiek overtuigend. Toen in 1980 werd ‘aangetoond’ dat de menselijke menstruatiecyclus onder invloed staat van de maan, zoals al eeuwen werd vermoed, was uitsluitend gekeken naar piepjonge studentes met een cyclus van precies 29,5 dagen. Bij 47 van de 68 meisjes begon de menstruatie in de week voor of na volle maan.

Twee maanden geleden werd in Science Advances opnieuw een invloed van de maan ‘aangetoond’. 22 vrouwen hadden jarenlang details van hun cyclus bijgehouden en van tijd tot tijd liepen de gebeurtenissen werkelijk in de pas met de synodische maanbeweging of een andere maancyclus want er zijn er meer. Voilà. Zó dicht bij huis kan de amateuronderzoeker al aan de slag.