Foto Olivier Middendorp

Interview

Lale Gül: ‘Waarom meisjes mij als voorbeeld zien, weet ik niet’

Schrijver Student Lale Gül kreeg – naast bijval – woedende reacties op haar roman over een meisje uit een streng-islamitisch gezin. Ze verliet het ouderlijk huis. „Ik moet nu doorpakken. Niet terugdeinzen.”

Ze houdt niet van mondkapjes, maar nu komen ze schrijver Lale Gül goed uit. Een paar dagen terug ging ze de straat op zonder mondkapje en werd ze herkend. Niet door „slechteriken”, gelukkig, maar toch. Zo snel kan het gaan. Tot 10 februari was Lale Gül een onbekende 23-jarige student Nederlands van Turkse afkomst aan de Vrije Universiteit. Nu is ze een bekende Nederlander die wordt bedreigd.

Anderhalve maand geleden verscheen haar roman Ik ga leven, dat het verhaal vertelt van Büsra, een Turks-Nederlands meisje dat opgroeit in een streng-islamitisch gezin in Amsterdam-West. Het is duidelijk dat Büsra Lale is, het hele gezinsleven ligt nu op straat. En er zijn veel mensen die dáár iets van vinden.

Daarom zet ze buiten een mondkapje op, en een pet. En ze bindt haar lange haar in een staart. Als ze ergens heen gaat, neemt ze een taxi. Sinds Geert Wilders haar vlak voor de verkiezingen „een dapper meisje” noemde, nam de haat toe en woont ze niet meer thuis, maar op een plek die geheim blijft. De politie is alert.

Je ouders waren woedend over het boek, toch bleef je aanvankelijk thuis wonen. Waarom?

„Veel autochtone Nederlanders vinden dat moeilijk te begrijpen. ‘De titel van jouw boek is Ik ga leven en dan blijf je bij je ouders wonen die je beknotten’, zeggen ze. Mijn grootste angst was om mijn familie kwijt te raken. Niemand wil dat. De Nederlandse cultuur heeft dat gevoel van gemeenschap veel minder, daarom is het lastig uit te leggen. Ik wilde een compromis zoeken. Ik vind het heel naar dat ik hun reputatie schaad door voor mezelf te kiezen. Ze worden erop aangesproken dat ik op mezelf woon. En mijn ouders wilden graag dat ik bleef. Ondanks alles. Dan hadden ze in elk geval nog zicht op me.”

Ze kregen veel over zich heen?

„Ja, van alle kanten. Van de buren, van familie, vanuit de moskee, vanuit Turkije.”

Uit Turkije?

„Ja, rechtse Turkse journalisten in Nederland vertalen de interviews in het Turks, halen de heftigste dingen eruit en ze dikken die nog een beetje aan. Zo kwam een golf van haat uit Turkije. De linkse Turkse kranten waren juist weer heel lovend. Ik krijg trouwens vaak de vraag of het boek in het Turks vertaald gaat worden. Maar geen Turkse uitgeverij durft dat aan, natuurlijk.”

De grapjes die ik maak over het konthaar van Turkse jongens vielen trouwens ook niet goed

Had je al die aandacht verwacht?

„Eerlijk gezegd niet. Romans floppen toch ook best vaak? Ik heb gefingeerde namen gebruikt zodat mijn ouders en andere mensen die in het boek voorkomen, altijd zouden kunnen zeggen: ‘het is allemaal verzonnen’. Ik dacht dat ik daarmee weg zou komen. Achteraf was dat naïef.”

Dus er werd flink geroddeld?

„Ja. Je kunt daar schijt aan hebben, maar niet als je uit een collectieve cultuur komt. Ik probeer het nu wel.”

Lukt dat?

„Mijn moeder dreigt met zelfmoord. Mijn zusje van tien appt me of ik alsjeblieft terugkom. Toen ik de laatste keer thuis met mijn vader sprak, was hij onophoudelijk aan het trillen. Toen ik weg was, belde hij me huilend op. Dat brak me, want ik heb hem nog nooit huilend meegemaakt. Mijn broer van twintig steunde me, maar hij was tegen mijn vertrek. ‘Het boek is er, maar stop met de interviews, Lale’, zegt hij. ‘Zeg dat je spijt hebt. Dan komt het wel weer goed.’

„Het welzijn van de familie gaat boven alles. Je moet jezelf daarvoor opofferen. Maar ik wil dat niet. Ik moet nu doorpakken. Niet terugdeinzen. Ik wil eens ergens kunnen blijven slapen, een wijntje drinken met een Nederlandse vriend, in bikini op het strand liggen. Ik wil niet alleen met iemand kunnen trouwen die zo vroom is dat mijn ouders hem goedkeuren. Ik wil überhaupt niet trouwen met iemand met wie ik niet eerst heb samengeleefd.”

Houdt je broer zich wel aan de strenge regels?

„Natuurlijk niet. Alles moet stiekem. Zolang je er niet over praat en niemand het weet, is het niet zo erg. Voor jongens is dat véél makkelijker, omdat zij kunnen gaan en staan waar ze willen. En ’s nachts wegblijven.”

Jij krijgt een hoop ellende over je heen. Hoe gaat het met je?

„Ik krijg veel haatberichten. Vooral vanuit de islamitische gemeenschap. Ze zien me als nestbevuiler. Ik word ook uitgemaakt voor racist, weggezet als extreem-rechts. Ik extreem-rechts? Hoe dan? Het is soms lastig te volgen. Het zijn mannen die zulke berichten sturen, maar ook wel vrouwen. Iedereen mag een eigen mening hebben, maar doodsbedreigingen en afbeeldingen van pistolen gaan te ver. Ik ben bij de politie geweest. Ze doen hun best, maar het is lastig om mensen te traceren. Het zijn zoveel berichten en meestal anoniem. En ik ben niet de enige die bedreigd wordt.

Lees ook: Boek van Lale Gül verdeelt islamitische gemeenschap

„Steunbetuigingen krijg ik ook. Tachtig procent van de honderden, nee duizenden berichten die ik krijg, is steun. Van meisjes die in dezelfde positie zitten als ik zat. Ik ben een voorbeeld voor hen, schrijven ze. ‘Door jou zet ik mijn droom om model, actrice of schrijfster te worden door.’ Waarom ze juist mij als voorbeeld zien, weet ik niet. Waarschijnlijk omdat ik jong ben en er nog middenin zit. En omdat ik alles in detail opschrijf. Dat spreekt ook autochtone Nederlanders aan. Ze weten wel dat islamitische meisjes weinig mogen en op hun 23ste trouwen met iemand uit de eigen groep. Maar pas als ze mijn boek hebben gelezen, begrijpen ze waarom moslima’s een bloemetje als profielfoto hebben.

„Ik krijg ook berichten van Jehovagetuigen, van strenge christenen, van homo’s. Ik wist niet dat er zoveel islamitische homo’s zijn. Dom eigenlijk, want die zijn er natuurlijk net zoveel als autochtone homo’s. Dat ik ze niet ken, zegt alleen dat ze allemaal in de kast zitten. Ik denk dat zij het nog lastiger hebben dan gewone islamitische meisjes. Die kunnen altijd nog steun zoeken bij een zus, of vriendin. Homo’s voelen zich volkomen alleen.”

Dat klinkt niet alsof je de islam nog een warm hart toedraagt.

„Van mijn zesde tot mijn zeventiende ging ik elke zaterdag en zondag naar de weekendschool van Milli Görüs. Ik vond het vooral heel saai. Ik leerde de Koran lezen, zonder het te begrijpen. En je leert de normen en waarden van de islam. In essentie: Mannen en vrouwen zijn niet gelijkwaardig. Een vrouw wordt gezien als irrationeel, emotioneel, hysterisch soms zelfs. Laat de man maar beslissingen nemen. Een enorme focus op de vrouwelijke kuisheid, maagdelijkheid en eer. Mannelijke kuisheid lijkt niet belangrijk. Er moet constant toezicht zijn op de vrouw zodat ze niet uitgaat, flirt, mannen verleidt, zich onzedig kleedt. Kortom: schande brengt. Ze kan beter thuis zijn en zich bedekken zodat ze geen begeerte opwekt bij de man. De man hoeft zich niet te bedekken uiteraard. Een vrouw mag geen make-up dragen. Ik ben bij de moskee wel eens geweigerd omdat ik mijn nagels had gelakt. Ik heb al die voorschriften heel lang zelf geloofd.”

Niet alle moslims denken zo, toch?

„Nee, natuurlijk niet. Maar als ik naar mijn inbox kijk, dan komen alle haatberichten en bedreigingen van moslims. Moslims die me openlijk steunen zijn op één hand te tellen. Waarom spreekt niemand zich uit, op een enkele uitzondering na? Oké, iemand schrijft een boek met ideeën waar ze niet achter staan. Waarom hebben ze zoveel moeite om dat te accepteren? Ik vind het jammer dat progressieve Nederlanders dat niet willen zien. Links Nederland vindt dat je de islam niet mag aanvallen. Dat is zo zielig voor de moslims. En Wilders doet het al.”

Zie je jezelf nog als moslim?

„Nee. En ik ben niet de enige. Maar ik wil er niet meer over liegen. Ik heb geen zin in die zelfcensuur, het net doen alsof. Ik heb het gevoel dat ik het gevecht aan ga en dat ik vecht voor de ogen van heel Nederland.”

Wat ga je nu doen?

„Ik weet het niet. Ik ben bijna klaar met mijn bachelor Nederlands. Nog een paar vakken en een scriptie. Dat ga ik afmaken. Maar of ik een master ga doen, ik weet het niet. Ik wil geen docent Nederlands worden. Ik krijg nu allerlei aanbiedingen. Ik kan columnist worden. Opiniemaker. VVD’ers Bente Becker en Dilan Yesilgöz vroegen of ik niet politiek actief wil worden. Geen idee. Ik vind politiek wel heel interessant.”

Een nieuw boek?

„Het gekke is, ik had helemaal niet de ambitie om schrijver te worden. Ik had een paar gedichten geschreven toen ik zestien, zeventien was en voorgedragen op een Spoken Word-event. Dat vond ik wel leuk. Ik volgde het vak ‘creatief schrijven’ tijdens mijn studie en de gastdocenten waren Kees ’t Hart en Arnon Grunberg. Ik leverde bij hen de kladversie in van wat nu het eerste hoofdstuk is van mijn boek. Ze vonden het geweldig. Zo is het idee geboren. Het schrijven ging me makkelijk af. Omdat het over mezelf gaat, denk ik.”

Is de hoofdpersoon Büsra één op één jou?

„Ja. Een hele roman verzinnen zou ik niet kunnen. Tot vlak voor publicatie had ik nog mijn eigen naam in het manuscript staan in plaats van Büsra. Vrijwel alles klopt, al heb ik het hier en daar wat grappiger gemaakt. De dialogen van de leerlingen tijdens de Romereis bijvoorbeeld. De grapjes die ik maak over het konthaar van Turkse jongens en dat stelen een ‘Marokkaanse bevlieging’ is, vielen trouwens ook niet goed. Ik zou racistisch zijn. Waar is de humor? Ik vind het grappig.”

Lees ook deze recensie: Het debuut van Lale Gül ontplofte als een bom in de gemeenschap van haar ouders

Komt er een tweede boek?

„Een tweede boek is al voor de helft af. Dat gaat ook over mij. Maar dat is nóg heftiger. Veel erotiek ook. Ik aarzel.”

‘Ik ga leven’ bevat ook nogal wat expliciete erotische scènes.

„De vader van Freek, mijn toenmalige vriend, belde me toen mijn boek uitkwam. Je bent altijd welkom, zei hij. Ze hebben in die familie dubbelgelegen om de seksscènes. Freek, die in het echt anders heet, kon er ook om lachen. Een geluk voor mij, want ik had ongevraagd allerlei dingen over die familie geschreven.

„Ik heb me altijd heel welkom gevoeld in dat gezin. Ik kon mezelf zijn. We zaten rond de tafel, maakten grappen over snikkels en schaamhaar. Alles kon. Ik was verbijsterd. Zijn zusje nam haar vriendje gewoon mee naar huis. Voor mij was dat iets onvoorstelbaars. Ik was niet gewend dat er belangstelling was voor mijn mening , maar zijn moeder vroeg overal mijn mening over. Over de nieuwe gordijnen, over dingen die we op televisie zagen. Over politiek. Zijn vader stemt PVV, maar er kon wel over gesproken worden. Mijn familie stemt Denk, daar was verder geen discussie over. Bij mij thuis werd nergens over gediscussieerd.”

Maar de vader van Freek schrok toen jij je hoofddoek opzette?

„Dat dan weer wel. Ik vond dat ding zelf ook vreselijk. Ik wilde hem niet dragen, maar vooral omdat ik het lelijk vond staan. Ik heb mijn menstruatie twee jaar lang geheim gehouden voor mijn moeder omdat ik wist dat ik dan de hoofddoek altijd zou moeten dragen. En niet alleen naar Koranschool. Op mijn dertiende ontdekte mijn moeder het en toen moest die op. Ik deed dat. Het hoorde zo. Dat vond ik toen eigenlijk ook.”

Aan het eind van je boek doet Büsra hem af.

„Ja. Ik deed ’m af. Iedereen in paniek. Maar ik wilde niet meer. Aan het eind van het boek heb ik een droom waarin God mij toestemming geeft mijn eigen weg te gaan. ‘Je eigen morele regels stellen, daar naar leven, en als gerespecteerd burger sterven, dat is deugdelijk’, zegt God in die droom.

„Dat is eigenlijk het enige onderdeel van het boek dat ik heb verzonnen.”