In Myanmar is van een kunstzinnige sfeer weinig over

Protestkunst in Myanmar Kunstenaars in Myanmar waren altijd al nauw verbonden aan de strijd voor democratie. De staatsgreep op 1 februari, waarbij het leger de gekozen regeringsleider Aung San Suu Kyi afzette, leidde tot een hernieuwde boom aan creativiteit. In het verborgene of online, uit angst voor de ordetroepen.

Demonstranten in Yangon, Myanmar voor graffitikunst met drie opgestoken vingers, symbool van het protest tegen de staatsgreep.
Demonstranten in Yangon, Myanmar voor graffitikunst met drie opgestoken vingers, symbool van het protest tegen de staatsgreep. Foto AP

Eén geschilderd portret van de afgezette en opgepakte regeringsleider Aung San Suu Kyi heeft hij gemaakt en verkocht. De kunstenaar uit Yangon, die uit veiligheidsoverwegingen liever anoniem blijft, doneerde de opbrengst aan de beweging tegen de staatsgreep. „Ambtenaren die staken krijgen natuurlijk geen salaris uitbetaald. Ik wil hen zoveel mogelijk steunen.” Hij had best meer schilderijen willen maken, maar voelt zich somber; niet in de juiste stemming om te schilderen. „Ik heb het geprobeerd, maar het werd te donker, te grimmig. Het lukt me niet goed.”

De kunstenaarswereld in Myanmar is altijd verbonden geweest aan de strijd voor democratisering in het land. En dus laten veel kunstenaars ook van zich horen nu het leger de absolute macht weer heeft overgenomen. Zeker in de eerste weken na de staatsgreep op 1 februari barstten de straten van Yangon en andere steden uit hun voegen van creativiteit. Dichters droegen hun werk voor op straat, jonge artiesten stelden hun tekeningen en digitale kunstwerken gratis beschikbaar om af te drukken en er de straat mee op te gaan. En ineens stonden de muren, bruggen en stoepen vol graffiti, terwijl daar hoge boetes op staan.

Een demonstrant gebruikt een schilderij als schild tijdens een protest in Yangon, Myanmar. Foto EPA/Lynn Bo Bo

„De kunstenaars van nu zetten zeker een traditie voort, verdrietig genoeg”, vertelt Nathalie Johnston via de beveiligde berichtenapplicatie Signal. Ze is eigenaar en oprichter van Myanm/art, een galerie en ontmoetingsplek voor jonge kunstenaars. „Hun oudere broers en zussen, hun ouders en hun grootouders hebben dezelfde strijd voor democratie gevoerd.” De jongere generatie kunstenaars vecht nu met meer energie dan de oudere, ziet Johnston in haar netwerk. „Zij hebben het geluk van de onwetendheid, zeggen de meer ervaren kunstenaars. Die hebben dit allemaal al eens meegemaakt en voelen zich moe en machteloos. Ook zij doen zeker wel mee, maar ze vinden het moeilijk om zich te concentreren.”

Voortrekkers

In 1962, 1988 en 2007 kende Myanmar ook protestbewegingen tegen de militaire junta. Zeker in 1988, toen studenten het voortouw in de demonstraties namen, werden veel jonge kunstenaars gearresteerd en opgesloten. Johnston: „Vaak niet eens specifiek vanwege de boodschap van hun kunst, maar omdat kunstenaars en schrijvers een belangrijke voortrekkersrol in de samenleving hebben en een breed publiek bereiken.” Een bekende kunstenaar van de generatie ’88 is bijvoorbeeld Htein Lin, die in de jaren die hij in de gevangenis zat, duizenden tekeningen en schilderijen maakte. Hij is nu ook bezig om videokunst van de protesten te maken, zei Htein Lin in een interview met de Financial Times.

In de decennia van de junta, tot 2011, paste het leger systematisch zware censuur toe. Elke tekst, spotprent, songtekst en elk schilderij moest voor publicatie worden goedgekeurd door een speciale raad. „Ze kwamen langs bij tentoonstellingen en deden een sticker op schilderijen die niet waren goedgekeurd, of eisten dat die weggehaald zouden worden”, vertelt Nathalie Johnston. De laatste jaren onder de burgerregering van Aung San Suu Kyi en haar partij waren veel vrijer, maar zelfcensuur was ook toen toch nog vrij normaal. „De grenzen waren onduidelijk. Kunstenaars probeerden wel om die op te zoeken, maar waren ook voorzichtig en dus liever niet al te kritisch over het boeddhisme of de Rohingya-minderheid.” Hoe methodisch de nieuwe junta de artistieke wereld gaat dwarsbomen, moet nog blijken – al is er weinig hoop.

Een demonstrant maakt een foto bij de graffiti van de ‘drie-vingergroet’. Foto EPA/Lynn Bo Bo

Drie vingers

De laatste paar weken treden ordetroepen zeer hardhandig op tegen demonstranten – er zijn meer dan 420 doden gevallen – en van de kunstzinnige festivalsfeer op straat is bar weinig meer over. De creativiteit is nog terug te vinden in barricades die soms net kunstwerken lijken. En op de zelfgemaakte schilden van demonstranten die zich aan het front durven wagen, prijken drie opgestoken vingers in graffiti-stijl. Verder gaat de jongere generatie, ze noemen zichzelf ‘toetsenbordstrijders’, door op sociale media met tekeningen en ontwerpen. De drie vingers in de lucht komen vaak terug, het verzetssymbool dat is overgenomen uit de sf-filmreeks The Hunger Games, over de opstand van een bevolking tegen hun totalitaire onderdrukkers.

Lees ook: Het leger is in Myanmar de vijand van iedereen

Hoe het verder moet? Het palet van de schilder uit Yangon is leeg en opgedroogd, vertelt hij. Tot en met april redden hij en zijn gezin het financieel nog wel, daarna weet hij niet hoe het verder moet. „Dat geldt ook voor mijn vrienden, we zijn allemaal bang en somber. Net als ‘gewone’ burgers voelen we ons onveilig.” Het leger en de politie verschijnen ’s avonds na de avondklok in de wijken en verrichten arrestaties. „Als ik weer genoeg energie heb, ga ik de straten van Yangon schilderen, vol demonstranten.”

Tekenend is ook dat de galerie van Nathalie Johnston voorlopig sluit. Myanm/art zou gaan verhuizen, maar de nieuwe huurbaas vindt de situatie te onveilig en wil zijn pand niet meer verhuren. Dus ze brengen alles naar een opslag. „We gaan bekijken hoe we de kunstenaars het beste kunnen ondersteunen en online gaan projecten door. Dus we stoppen zeker niet. Het is heel verdrietig, maar onder dit regime zou doorgaan met exposities toch ook een veiligheidsrisico opleveren.”