Opinie

Elk nog ongeboren Nederlands derde kind is even onnodig als onethisch

Bevolkingsgroei Hoe minder kinderen je krijgt, hoe milieubewuster je leeft, betoogt .

Foto ANP, beeldbewerking NRC

Lang geleden, in een sterrenstelsel ver, ver weg, zat ik met drie getrouwde vrienden te eten in een restaurant. Het gesprek ging over hun gezinnen. Alle drie overwogen ze een derde kind. Alle drie hadden ze een andere reden: zelf een van drie kinderen te zijn, het verdriet geen broers of zussen te hebben en de wens het liever ‘wel’ dan ‘niet’ mee te maken.

Ja, we zijn voorgeprogrammeerd om ons voort te planten. En ja, zonder kinderen is er op termijn helemaal geen sprake meer van zoiets als menselijke beschaving, of dan in ieder geval van een kans daarop. En ja, ik snap dat je soms liever wél wil weten hoe iets is dan het niet te weten, net als ik het verlangen snap om in een harde wereld een gezin om je heen te verzamelen: een kleinere, warmere wereld.

En toch was ik verbaasd. Ik wees op de vis en het vlees dat mijn vrienden hadden besteld. (Ik ben op gezette tijden een bijzonder sfeerverhogende tafelgenoot.) „De meeste mensen deugen én eten vis”, zei ik. „Zo veel, dat we over drie generaties de zeven zeeën volledig hebben leeggevist. En vlees eten we ook. Zo veel, dat we per jaar, conservatieve schatting, honderd miljard dieren slachten.”

Nu wist ik dat al deze cijfertjes mijn vrienden niet gingen overtuigen om van een derde kind af te zien, ik noemde – en herhaal – ze enkel om mijn onbegrip te stutten: ik snap niet hoe je een derde kind kunt overwegen én vlees of vis eten. Ik snap niet hoe je een derde kind kunt overwegen én vliegvakanties maakt (ik zei al: dit was lang geleden). Eigenlijk snapte ik niet hoe je een derde kind kunt overwegen, punt. Maar, wierp een van mijn vrienden tegen, het Nederlands geboortecijfer lag toch al jaren onder de twee? Nederland kromp! „En jij hebt in 2050 toch ook nog lezers nodig? Of niet?”

Diverser en dubbelgrijs

Hoe ziet ons land er over dertig jaar uit? Met die vraag opende het televisieprogramma Nieuwsuur vorige maand een uitzending, naar aanleiding van een rapport van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut en het Centraal Bureau voor Statistiek dat afgelopen zomer verscheen, Bevolking 2050 in beeld. Drukker, diverser en dubbelgrijs. Enkele voorspellingen uit dat rapport: over dertig jaar heeft Nederland naar alle waarschijnlijkheid twee miljoen inwoners meer dan nu. Als migratie, geboortes en de levensverwachting de komende dertig jaar hoger zullen zijn dan verwacht, komen er niet twee maar bijna viereneenhalf miljoen mensen bij.

Na wat bespiegelingen over de stijging van de levensverwachting en meer AOW’ers (nu is een op de vijf mensen AOW-gerechtigd, over dertig jaar is dat een op de vier) en chronische personeelstekorten in de zorg (maar geen woord over de stijgende zeespiegel, de woningmarkt voor jongeren of de gestaffelde stijging van diezelfde AOW-leeftijd), kwam het hoge woord er uit: Nederland vergrijst en er komen te weinig baby’s bij. Het aantal van zevenenhalf miljoen Nederlanders dat nu op de arbeidsmarkt te vinden is, zal dalen naar zesenhalf miljoen.

Kortom: Nederland heeft arbeidskrachten nodig.

Volgens de meeste prognoses, ook die van het NIDI en het CBS, is de oplossing eenvoudig: arbeidsmigratie. Negentig procent van de voorspelde bevolkingsgroei zal hierdoor komen. Dat komt neer op zo’n 300.000 mensen per jaar. Deze aanwas voorkomt dat Nederland verder vergrijst en zorgt dat het noodzakelijke werk wordt gedaan. Het overgrote deel van de migranten, zo’n tachtig procent, blijft hier tijdelijk. Een derde van hen is afkomstig uit de Europese Unie, uit landen als Polen, Roemenië, Duitsland en België, en er zullen ook mensen bijzitten uit China, de Verenigde Staten en India.

Niet- bestaande kinderen een leven ontzeggen is moeilijk wreed te noemen

Een andere optie is uiteraard meer kinderen krijgen. Maar, zei de Nieuwsuur-presentator, op dit moment zijn grote gezinnen uit. „Is dat te keren? Zou Nederland, met gericht beleid, het geboortecijfer omhoog kunnen krijgen zodat we de komende decennia minder arbeidsmigranten nodig hebben?”

Aat Liefbroer, als levensloop-demograaf verbonden aan het NIDI en de Rijksuniversiteit Groningen, begon aan een antwoord. Het Nederlandse geboortecijfer ligt net boven de anderhalf, en daarmee neemt de bevolking af, want je hebt een geboortecijfer van minimaal twee-en-een-beetje nodig om te groeien. Hij vergeleek Nederland met landen als Zweden, Frankrijk en Denemarken. Die kwamen ook niet aan de twee, maar zaten wel hoger. Maar er kon iets worden gedaan om dat geboortecijfer omhoog te krijgen.

Kees van der Staaij, voorman van de Staatkundig Gereformeerde Partij, stelde bijvoorbeeld voor de kinderbijslag te verhogen en duizend euro erbij te geven voor „het vierde kind”, „de extra kosten”, „want ja, je past niet meer in de auto”. Een moeder van acht kinderen reageerde: „Een schijnbedrag, maar wel een mooi begin”.

Denemarken, Frankrijk en Zweden besteden meer geld aan kinderbijslag, opvangsubsidies en ouderschapsverlof, zo’n drieënhalf procent van de staatsbegroting. Nederland geeft aan kinderopvang en familie- en gezinsregelingen twee procent uit. „Het lelijke eendje”, noemde Liefbroer ons. „Je moet een sterke rug hebben, wil je voor die derde gaan, of die vierde”, zei de moeder-van-acht bij Nieuwsuur.

Lees ook dit opiniestuk: Niet overbevolking is het grootste gevaar voor onze planeet, maar overconsumptie

Babybonus

Het was, kortom, wenselijk om het meer-kinderen-krijgen eenvoudiger te maken, zo leek de boodschap van het vlaggenschip van de nieuwsprogramma’s van de publieke omroep. En niet voor de eerste keer. Vorig jaar plaatste Nieuwsuur al een bericht met de vraag of Nederland een babybonus nodig heeft en in 2017 een artikel met de kop „Nederlanders maken te weinig baby’s”.

Niemand, mijn vrienden in het restaurant, de ouder-van-acht, de politicus, noch de levensloop-demograaf, had het echter over de opbrengsten van een laag geboortecijfer.

Zo’n laag geboortecijfer is noodzakelijk voor een leefbaar klimaat. Natuurlijk is niet iedereen individueel verantwoordelijk voor de totale hoeveelheid wereldburgers, maar elke ouder is wel persoonlijk verantwoordelijk voor het eigen kindertal. Elk kind dat je ter wereld brengt, is een extra voetafdruk. Hoe minder kinderen je krijgt, hoe milieubewuster je leeft. Onderzoek van de universiteit van Lund in Zweden toont aan dat elk West-Europees kind dat je niet op de wereld zet, jaarlijkse bijna zestig ton aan CO2-uitstootbesparing scheelt: dat is vijfentwintig keer meer CO2-uitstootbesparing dan elke andere klimaatbewuste handeling: geen auto, geen (lange) vliegtuigvluchten, een vegetarisch of zelfs veganistisch dieet.

Lees ook deze prognose van het CBS: In 2070 heeft 42 procent van de Nederlandse bevolking een migratieachtergrond

Mensvriendelijk klimaat

Een laag geboortecijfer is een heel liefdevolle manier om volgende generaties te helpen bij hun inspanningen het klimaat op aarde mensvriendelijk te houden: niet-bestaande kinderen een leven ontzeggen is moeilijk wreed te noemen, bestaande kinderen bewust de rand van leefbaarheid naar onleefbaarheid over duwen wel.

Die onleefbaarheid betreft dan de vier tot acht graden Celsius die erbij komen de komende eeuw en de bijhorende ecologische uitdagingen. Elke handeling die de groei van de menselijke industriële economie afzwakt is een ethische handeling, zolang het geen leven schaadt. Elke actie die die economie bewust en zinloos vergroot is onethisch, aldus de Britse schrijver Paul Kingsnorth. Een derde kind zinloos noemen, dat zal voor velen wat ver gaan. Maar dat geldt alleen voor de derde kinderen die wij kennen, en wellicht ook die we ons kunnen voorstellen: een eigen derde kind. Dat de menselijke industriële economie vergroot.

Het getuigt, als het op de klimaattoekomst aankomt, volgens mij van een sterkere rug je landsgrenzen open te stellen voor (niet-West-Europese) mensen die zichzelf willen ontplooien en onderhouden door hier aan het werk te gaan, dan het krijgen van een derde kind.

Verder: een laag geboortecijfer is feministisch. Het ouderschap, zo blijkt deze dagen weer, is nog niet zo te combineren met een hardcore feministische instelling. Thuiswerken door de coronacrisis, en het wegvallen van de kinderopvang en de schooldagen, heeft amper iets veranderd aan de traditionele rolpatronen. Moeders zijn veel meer bezig met klusjes voor de kinderen, om in de behoeften van het gezin te voorzien. Minder kinderen, minder klusjes.

Een laag geboortecijfer is ook economisch progressief, want het betekent een betere verdeling van de welvaart, juist dóór arbeidsmigratie en een eerlijker kans op werk op basis van je talenten, ongeacht je nationaliteit en genderidentiteit. Dat geldt ook voor geboren Nederlanders. Het is in zo’n open Nederland aan de overheid om ervoor te zorgen dat voor eenieder hetzelfde minimumloon geldt, dat eenieder hetzelfde aantal maximumuren werkt, dat huisvesting in orde is en belasting wordt betaald.

Derde kind is onnodig

De conclusie? Elk, nog ongeboren Nederlands derde kind is – en ik kan het niet vriendelijker zeggen – even onnodig als onethisch. De wereld heeft genoeg bewoners om de komende dertig jaar de arbeidsproblematiek in Nederland op te lossen en een derde kind krijgen is feministisch noch milieubewust. Nu, beter dan ooit, is in kaart gebracht hoe onze planeet er op het gebied van bevolkingsgroei en milieu voorstaat. Je eigen wensen of genen voor een derde maal belangrijker vinden dan de staat van de aarde getuigt niet alleen van ijdelheid én hoogmoed, maar ook van bereidheid met een moedwillige handeling het leven van je eigen reeds bestaande en alle andere reeds bestaande kinderen nodeloos ingewikkelder te maken.

Als dat niet overtuigend genoeg is: met (tweeën)twintig miljoen landgenoten hebben schrijvers in Nederland ook straks nog potentiële lezers genoeg. Zelfs de drammers en de zeikerds zonder kinderen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.