‘Aukes ziekte hoort voor ons in Amsterdam’

Spitsuur Kunstenaar Klasiena Soepboer en ontwerper Wannes van der Veer wonen op ‘Schier’ – „een heel erg sterke gemeenschap”. Maar voor de behandeling van zoontje Auke moeten ze elke maand het eiland af.

Wannes: „Lunchen en ’s avonds eten doen we altijd samen. Zeker nu Auke er is, proberen we vanaf vijf uur bij elkaar te zijn, om met hem te spelen en te eten.” Klasiena: „We brengen hem altijd samen naar bed. Ook heel belangrijk.” Foto David Galjaard
Wannes: „Lunchen en ’s avonds eten doen we altijd samen. Zeker nu Auke er is, proberen we vanaf vijf uur bij elkaar te zijn, om met hem te spelen en te eten.” Klasiena: „We brengen hem altijd samen naar bed. Ook heel belangrijk.”

Foto David Galjaard

Klasiena: „We staan altijd op rond zeven uur. Dan is Auke, onze baby, wakker. Vaak is hij iets al eerder op dan wij.”

Wannes: „Maar dan leggen we hem even bij ons in bed.”

Klasiena: „Na zeven uur wil hij echt niet meer slapen, is-ie helemaal actief en blij. Dan is alles een grapje.”

Wannes: „Heel gezellig. Ik ben door mijn werk meer een avondmens, maar vind het geen probleem om er ’s ochtends vroeg uit te komen. Ik werk als zelfstandig licht- en decorontwerper in theaters. Ik heb lang getoerd, maar nu ik vooral ontwerpen maak, kan ik vaker thuis, overdag werken. Soms ben ik dan een week weg en maak ik lange dagen in een theater.”

Klasiena: „Ik ben autonoom kunstenaar. Het liefst maak ik grote ruimtelijke werken. Ik heb dan wel vier dagen nodig waarvan ik weet dat er niks op mijn pad komt. Dan kan ik goed werken en experimenteren. Bij sommige van mijn beelden duurt het een half jaar om ze te maken. De taakverdeling gaat bij ons heel organisch. Wannes heeft een heel duidelijke agenda: hij weet al wat hij over een half jaar moet doen. Ik werk daar omheen.”

Wannes: „Werk en privé zijn bij ons erg verweven. We wonen in een oude melkwinkel op Schiermonnikoog. Aan huis hebben we een winkel en atelier met werk van Klasiena en andere kunstenaars die ons inspireren. Daar zitten we allebei. In de kelder is een werkplaats waar Klasiena haar werk maakt, en het kantoor waar ik veel voorbereidingen doe, zit boven. Dus we hoeven de deur niet uit.”

Klasiena: „Als Wannes vrij heeft, ben ik in de werkplaats. En als hij moet werken, ben ik bij Auke. In de zomer, hoogseizoen voor de winkel, is het rustiger in theaters en kan hij meer in de winkel helpen.”

Wannes: „Lunchen en avondeten doen we altijd samen. Zeker nu Auke er is, proberen we vanaf vijf uur bij elkaar te zijn, om samen met hem te spelen en te eten.”

Klasiena: „We brengen hem ook altijd samen naar bed. Heel belangrijk.”

Wannes: „We zijn niet altijd van negen tot vijf aan het werk. Als het mooi weer is en we willen een lekker stuk over het strand wandelen, stoppen we. Dan halen we die uren ’s avonds weer in.”

Ronald McDonald Huis

Klasiena: „Ik ben close met mijn familie. Mijn ouders en jongste broer wonen ook op het eiland.”

Wannes: „Dat is ook handig als we écht allebei moeten werken. We proberen hen wel zo min mogelijk op te laten passen, zij hebben ook hun eigen werk en leven.”

Klasiena: „Het is vooral nu heel fijn dat ze dichtbij zijn. Eind november hoorden we dat Auke retinoblastoom heeft, een zeldzame vorm van oogkanker die bij hele jonge kinderen voorkomt.”

Wannes: „Eens per maand op woensdag gaan we naar het VUmc in Amsterdam: de behandeling kan alleen daar. We logeren er in het Ronald McDonald Huis, en de volgende dag is hij dan om acht uur aan de beurt. Het is superheftig. Je hebt dit niet in je hoofd als je aan een baby denkt.”

Klasiena: „We hebben vooral heel veel verdriet. Die ziekte hoort voor ons heel erg in Amsterdam, niet hier. Hier gaat het leven, ons werk, door. Tot een week voordat Auke weer behandeld moet worden. Dan denken we: ‘shit, we moeten weer bijna’. Het verdriet komt in vlagen. Als ik foto’s zie van voordat we het wisten bijvoorbeeld. Wordt het ooit weer zo onbezonnen, vraag ik me dan af. Alles was toen nieuw, een roze wolk.”

Wannes: „Niet dat we nu zwartgallig thuiszitten. De dagen na de behandeling heeft Auke er last van. Maar verder is hij gewoon kind.”

Klasiena: „Hij is een heel vrolijke baby, hij huilt bijna nooit. Als er mensen om hem heen zijn die hij leuk vindt, is er niks aan de hand. Wannes en ik gaan anders met de situatie om. Ik ben van de controle en ging vooral in het begin alles lezen. Als Wannes ook zo gestresst was geweest, waren we knettergek geworden.”

Wannes: „Ik sta sowieso wat losser, eenvoudiger in het leven.”

Klasiena: „Dat is het grote verschil tussen ons, maar ook iets waardoor we het samen goed hebben, denk ik.”

Wannes: „Zij stelt vragen die ik nooit zou bedenken. Dat zie je ook terug in ons werk. Ze denkt heel erg out of the box.

Klasiena: „En ik zit heel erg in mijn hoofd, houd mijn werk het liefst dichtbij. Door Wannes treed ik meer naar buiten.”

Andere levensstijlen

Wannes: „We hebben elkaar elf jaar geleden leren kennen. We hebben vijf jaar in Amsterdam gewoond, en nu vijf jaar op het eiland. Dat zijn twee andere levensstijlen waarin je elkaar ontdekt. Het houdt onze relatie vers, denk ik. We zijn vrij snel samen gaan wonen.”

Klasiena: „Dat zou ik iedereen aanraden. Dan leer je elkaar echt heel goed kennen. Voor mij was een grote stad wennen, maar ik heb het er echt wel heel fijn gehad. Ik denk er graag aan terug.”

Wannes: „De overgang naar het eilandleven viel voor mij wel mee. Amsterdam bestaat voor mijn gevoel eigenlijk ook gewoon uit een aantal kleine dorpjes.”

Klasiena: „Onze buren zijn superlief, vragen hoe het gaat met Auke. In Amsterdam was dat anders geweest, anoniemer. Hier ervaren we steun vanuit het dorp.”

Wannes: „Het is hier een sterke gemeenschap. Toen Auke werd geboren, mochten mensen vanwege corona niet op bezoek komen. Maar er lagen elke dag kaartjes, briefjes en cadeautjes voor de deur, van bijna het hele eiland.”

Klasiena: „Ik vind het een fijn idee dat Auke hier opgroeit. Dat mensen naar hem omkijken. Het voelt veilig. We hoeven het niet alleen te doen.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl