Terug tot Simon Vestdijk

Simon Vestdijk Deze week was het vijftig jaar geleden dat Vestdijk stierf – de meest productieve schrijver uit de Nederlandse letteren. raakte als onbevangen meisje verslingerd aan zijn werk, herlas het onlangs en brengt nu een ode.

Simon Vestdijk in 1965.
Simon Vestdijk in 1965. Foto Hollandse Hoogte

Ik was 16, las een boek dat Meneer Vissers hellevaart heette, en verkneukelde me. Want meneer Visser, zo heette de smeerlap van een wiskundeleraar op mijn school. #MeToo was nog geen begrip, maar het bestond wel: deze leraar intimideerde zijn vrouwelijke leerlingen met vergaande verbale handtastelijkheden. Wie een minirok droeg moest standaard naar voren komen om vol in zijn zicht op het schoolbord een som op te lossen. Toen we ons bij de gymjuf beklaagden, werden we niet geloofd. En nu las ik een boek, waarin meneer Visser werd beschreven als een dolle, vrouwenhatende idioot.

Lees ook: Nee, Vestdijk is geen dinosaurus in de letteren

Maar stille wraak op een foute leraar was niet de enige reden waarom ik dit boek zo geweldig vond. Ik kreeg de slappe lach van deze meneer Visser: breeduit op de wc, geplaagd door aambeien, met zijn schaduw ‘als een grote donkere waakhond aan zijn zij’ en zijn tierende gedachten onstuitbaar als de racekak. Ik liet me inspinnen door zijn niet te stelpen weerzin tegen iedereen en alles.

De schrijver van Meneer Vissers Hellevaart is Simon Vestdijk. Kleinzoon van een Harlingse vondeling die een dansschool dreef. Zoon van een gymleraar annex gangmaker van stadsfeesten. Zelf een teruggetrokken, nerveuze schuchterling. Hij was in 1898 geboren, werd arts en manifesteerde zich na zijn debuut in 1934 als een van Nederlands grootste schrijvers, met een in vliegend tempo geschreven oeuvre van romans, verhalen, poëzie en essays. Hij kreeg alle literaire prijzen die ertoe doen. Behalve de Nobelprijs en dat was geen wonder. Het geheime leesrapport over zijn werk dat Amy van Marken, lector Scandinavische talen in Groningen, op verzoek van de Zweedse Academie schreef, werd herontdekt. De Vestdijkkroniek, clubblad van Vestdijks fans, drukte het af. In zijn elegante gemenigheid is het niet te versmaden leesvoer, maar het maakte Vestdijk vermoedelijk kansloos.

Droogzwemmen

Op 23 maart 1971 stierf Simon Vestdijk. Dat is vijftig jaar geleden en dat wordt herdacht. Maar laten we wel wezen, het is droogzwemmen. Op een enkele titel na worden zijn boeken niet meer herdrukt, hij wordt nog maar weinig gelezen. En dat zou nog minder zijn als er geen bibliotheken bestonden, geen tweedehandsboeken-sites, geen mensen die bereid zijn de boeken uit te lenen.

Ik wil Terug tot Ina Damman uit de kast pakken, mijn eerste Vestdijk, en grijp mis. Ik las het op aandringen van een van de vrouwen van mijn vader (het was de tijd dat mannen nogal eens opnieuw trouwden, scheiden was modern) en blijkbaar heb ik het haar teruggegeven. Ik vind wel Ivoren wachters, het tweede Vestdijkboek dat ik las. Op het titelblad staat een stempel van de bibliotheek van mijn school. Dat heb ik dus gepikt. En dat verbaast me niet. Na ‘Ina Damman’ was ik verslingerd als een bakvis, ik wilde de hele tijd Vestdijk lezen. En dat deed ik, ik begon aan de 52 titels die ik in de encyclopedie vond. Heb ik ze allemaal onthouden? Natuurlijk niet. Maar wat bij me bleef is de lust tot lezen die ze me aandeden.

Het begon voor mij dus met Anton Wachter – Vestdijks alter ego, hoofdpersoon van ‘Ina Damman’ en van de andere zogeheten Anton Wachterromans, figurant in Meneer Vissers hellevaart. Hij was gevoelig als een meisje. Verliefd als een meisje. Stiekem-geil als een meisje. Hij smachtte en begreep zelf niet goed waarnaar, maar het was naar verliefd zijn, of liever, naar een stel zijn. Nog doet de alinea pijn waarin Anton wordt vernederd met het woord ‘naarstig’ – inclusief de verbazing, want ‘naarstig’, wat gééft dat nou? Op zichzelf niets, maar uitgesproken door iemand die je bewondert wél.

Vestdijks grote voorbeeld voor de Anton Wachterromans was Marcel Prousts magnum opus À la recherche du temps perdu. Dat kende ik niet. Net zo min had ik enig idee van James Joyce’ Ulysses, inspiratiebron voor ‘Meneer Visser’. Ik had er ook geen weet van dat deze Vestdijkromans doorgaan voor het summum van de Nederlandse literatuur. Ik las de Anton Wachterromans als Witte-Ravenpockets ‘voor oudere meisjes’, maar dan over een jongen. Ik vrat ze, inhoudelijk maar ook stilistisch.

De dikzak met zijn vieze rijmpjes

In de acht autobiografische Anton Wachterromans roept Vestdijk op hoe pijnlijk het is om in alle onzekerheid volwassen te worden en volwassen te zijn. Niet nostalgisch. Niet zelfvertederend, zelfmedelijdend of zelfvernederend, maar rauw en zonder mededogen, deinend op de prachtige verrassingszinnen waar hij het patent op had (en die Amy van Marken wegzette als ‘kronkelzinnen’ – hoe durfde ze). Ik hield van die serie, maar Terug tot Ina Damman, de eerste die ik las (feitelijk deel 3), hakte er voor altijd in. Het verliefde achter Ina Damman (altijd voor- én achternaam zeggen) aanlopen. Eindelijk met haar praten en geen woord kunnen uitbrengen. Moeten merken dat ze over hem roddelt, dat ze niets van hem moet hebben. Vestdijk trof me met blikseminslagen via personages die ik nog altijd met een vingerknip kan oproepen. Jelle Mol, de dikzak met zijn vieze rijmpjes; Max Mees, Spitzburger in de dop; de snaakse charmeur Jan Breedevoort; de vuilbekkende Gerrit Bolhuis (het woord ‘vuilbekken’ leerde ik van Vestdijk). En Marie van den Boogaard. Och Marie, jij uitbottende jonge vrouw met wie Anton in De andere school (deel 4) eindeloos tongzoent maar die slechts dient als surrogaat.

Het vraagt stevige literaire kwaliteit om de eigen gevoelens aan te spreken en die ongeschonden een roman in te krijgen

Ik was een onbevangen lezer, onbekend met literaire codes, afspraken en vooroordelen. Later was ik in de gelegenheid om Vestdijk te bestuderen. Ik nam kennis van monografieën, artikelen, recensies, analyses. Ik leerde zijn werk classificeren als psychologische fictie en het inbedden in de wereldliteratuur en de filosofie.

Maar wat ik in eerste instantie ervoer, zit er óók in en ik ben niet bereid dat lager in te schatten. Integendeel. Het vraagt stevige literaire kwaliteit van een schrijver om de eigen gevoelens aan te spreken en die ongeschonden een roman in te krijgen, verbonden met de gevoelens van de lezer. Bij veel auteurs wordt dat krampachtig. Ze verschuilen zich achter grap en koddigheid (it’s only little me), achter gespeelde onschuld of achter cynisme.

Ik maakte er inderdaad een punt van om al Vestdijks romans te lezen, kriskras door zijn oeuvre, zonder strategie. Aanvankelijk selecteerde ik op smakelijke titels als Het verboden bacchanaal, Else Böhler Duits dienstmeisje, De filosoof en de sluipmoordenaar of De filmheld en het gidsmeisje. En toen ontvouwde zich achter de ingetogen titel De koperen tuin ineens een vervaarlijke spin-off van ‘Ina Damman’. Bloemrijker van stijl (nu zou ik zeggen meer Couperus dan Proust), en daarmee ouderwetser. Maar ook choquerender, met zinnen als ‘ik kan haar zelfs misbruiken als een slet, en van haar houden’.

Naakte waarheid

In 1972 verscheen postuum Kind tussen vier vrouwen, ondertitel: ‘De kroniek van een jongensleven’. Het was Vestdijks allereerste boek, zijn waarlijke À la recherche. Het was ook zijn dikste en in 1933 waagde er zich geen uitgever aan. Waarna hij het, in de twintig daaropvolgende jaren, tussen de andere romans door, herschreef tot die acht delen Anton Wachter. Ik was door de Wachter-romans heen en opgetogen dat er nóg een deel was. De romanfiguren die ik zo goed kende, traden me opnieuw tegemoet, kaler, valer, in hun naakte waarheid. Ik herinner me zelfs een gastoptreden voor meneer Visser.

Ik zoek die passage op, lees en de oude tinteling is direct terug. Wat is dit goed. ‘Getergd door de lieve lijdzaamheid van zijn vrouw’ begint hij haar vriendin, Antons moeder, te treiteren. Gruwelijk en precies roept Vestdijk de vermoeide sadist en zijn slachtoffers tot leven, in verende stijl die inderdaad doet denken aan de koortsachtigheid van Marcel Proust.

Vorige winter las ik weer eens iets van Vestdijk, een jeugdwerk: een novelle uit 1922. Bibliofiel uitgegeven in 1981: Het dagboek van het witte bloedlichaampje. Ik kreeg het van een oude vriendin die weet heeft van mijn Vestdijk-tic. Het is een curiositeit, een zwabberende fantasie die uitgaat van de kennis van de 24-jarige student medicijnen Simon Vestdijk. Het begint met een obductie in een ‘Pathologisch-Anatomisch Laboratorium’. Onder de microscoop worden op spiervezels de ‘schrijflettertjes’ ontdekt waarmee een wit bloedlichaampje zijn gedachten heeft genoteerd. Het verhaal gaat los en wordt plotseling onderbroken door de kreet: ‘Nooit zou ik gedacht hebben, dat schrijven zo moeilijk was’. De slotpassage is een cri de coeur (voor zover een wit bloedlichaampje een hart heeft) over zijn liefde voor een cel in de maag. Komen zij samen dan zal dat kanker veroorzaken, dus hij moet haar vergeten, maar: ‘Na ’n poosje, na honderd hartslagen misschien al, ben ‘k hier weer terug […], genézen van deze gloeienden hartstochtelijke Liefde… Alleen zien wil ik haar… Niets… méér…..’

Lees ook: Weduwe Mieke Vestdijk beschermde oeuvre van haar man

Oftewel, met dit kleine boekje houd ik de hele Simon Vestdijk in mijn handen, de arts die hij was, de schrijver die hij werd, en het onderwerp van zijn leven en werk: de falende liefde.

Bij mijn lokale boekhandel koop ik Terug tot Ina Damman, dat wordt gelukkig nog wél altijd herdrukt en gekocht. Ik begin te lezen, het is zoals ik het me herinner en ook heel anders, nu heb ik oog voor de komische beschrijvingen van pedante leraren en zichzelf overschreeuwende leerlingen. Ik word geraakt door het tedere brok gevoel waarmee Vestdijk beschrijft om wie hij geeft: Anton, diens moeder en Ina, ja zij ook. Ik sla Pastorale 1943 open, de oorlogsroman waarmee Vestdijk naoorlogs Nederland tegen de schenen schopte en die ik me, meer dan van de roman, herinner uit de verfilming van Wim Verstappen – ook een Vestdijk-liefhebber. Volgende week lees ik Ierse nachten, denk ik.

Ik begin gewoon opnieuw.


De Vestdijkkroniek is te bestellen via https://vestdijk.com/