Tabaksreuzen worden warm onthaald in Zwitserland

Tabaksindustrie Opvallend veel geld van sigarettenfabrikanten stroomde tot en met 2015 via Nederland naar Zwitserland. Dat ontdekte onderzoekscollectief The Investigative Desk. Daarna was de geldstroom niet meer traceerbaar, door de Nederlandse regelgeving.

Hoe Philip Morris om fiscale redenen miljarden rondpompt
Hoe Philip Morris om fiscale redenen miljarden rondpompt

Wie in Nederlandse jaarverslagen van tabaksfabrikanten naar sporen van belastingontwijking speurt, ziet één land opvallend vaak terugkomen: Zwitserland. Dat land is de bestemming van miljarden euro’s die sigarettenfabrikanten wereldwijd verdienen met de verkoop van rookwaren. Een aanzienlijke deel van dat geld stroomt via Nederland door naar Zwitserland.

Waarom Zwitserland? Alleen vanwege het gunstige fiscale klimaat, of is het in meer opzichten gastvrij voor tabaksfabrikanten? Waarom produceren drie van de vier grote tabaksfabrikanten sigaretten in een land met relatief hoge lonen? En waar komen de miljarden die Nederland verlaten vandaan? Vooral het Amerikaanse Philip Morris International (PMI) beschikt over een innig verstrengeld web van Nederlandse en Zwitserse dochterbedrijven, blijkt uit onderzoek van onderzoekscollectief The Investigative Desk voor NRC.

Van 2010 tot en met 2015 ontvangt een Zwitserse dochter van de Marlboro-maker 9 miljard euro aan dividend van het Nederlandse Philip Morris Holland Holdings bv. Ook krijgen de Zwitsers in die jaren 1,4 miljard euro uitgekeerd aan rente, betaald door Nederlandse dochterbedrijven. Verder verschijnt op een Zwitserse rekening in hetzelfde tijdvak voor 154 miljoen euro aan royalty’s. Bij elkaar opgeteld schuift Philip Morris in zes jaar tijd een bedrag gelijk aan 29 procent van zijn wereldwijde nettowinst in die periode van Nederland naar Zwitserland, allemaal onbelast.

Door Philip Morris Holland Holdings stroomden miljarden euro’s, maar het staat nu te boek als een microbedrijf

De miljarden die Philip Morris naar Zwitserland schuift, zijn niet in Nederland verdiend. Dochterbedrijven uit landen als Tsjechië, Turkije, Indonesië, Ecuador en Rusland sturen tot en met 2015 miljarden euro’s, lira’s en roebels naar de Nederlandse tak van de tabaksfabrikant. Een dergelijke route is niet ongebruikelijk: veel multinationals gebruiken Nederland als goedkoop tussenstation op de route richting een fiscaal voordelige eindbestemming.

Lees ook: Via deze sluiproutes ontwijken tabaksgiganten belasting – met Nederland in de hoofdrol

Hoogstwaarschijnlijk verplaatste Philip Morris ook na 2015 miljarden euro’s via Nederland naar Zwitserland. Het is voor buitenstaanders alleen niet meer te volgen: de jaarverslagen die de tabaksreus vanaf 2016 indient bij de Kamer van Koophandel zijn uiterst summier. Ondanks de miljarden die door het Nederlandse Philip Morris Holland Holdings stroomden, gaat het bedrijf tegenwoordig door het leven als microbedrijf – de categorie die de minst uitgebreide jaarstukken hoeft in te leveren. Een bijna lege balans zonder accountantsverklaring of bestuursverslag volstaat. Laat staan een winst-en-verliesrekening die de geldstromen en betaalde belasting inzichtelijk maakt.

Het is een onbedoeld gevolg van een wetswijziging die bedoeld is om administratieve rompslomp voor kleine ondernemers te verminderen. Kleine ondernemers zijn tegenwoordig verplicht hun jaarverslagen digitaal in te dienen via een gestandaardiseerd model. Meer informatie opsturen dan het verplichte minimum is niet meer mogelijk.

Zwitserland tabaksland

Dat Philip Morris’ Nederlandse dochterbedrijf in de categorie van kruimelaars valt, komt door curieuze keuzes in de wet. Een van de voorwaarden voor kwalificatie als klein of microbedrijf is weinig werknemers hebben. Financiële holdings als Philip Morris Holland Holdings voldoen altijd aan die voorwaarde: er werkt immers niemand. Een tweede voorwaarde voor micro-ondernemingen is een netto-omzet onder de 700.000 euro. Cruciaal: bij financiële holdings tellen inkomsten uit rente en dividend niet mee als netto-omzet, terwijl dat nu net hun gebruikelijke inkomstenbronnen zijn. De gekozen regels maken Nederland uitermate geschikt voor multinationals die geen behoefte hebben aan pottenkijkers bij hun fiscale constructies.

Lees ook: Nederland opnieuw hoog op lijst als ‘belastingparadijs’

Door diezelfde wetswijziging valt ook niet vast te stellen wat de rol is van een andere Nederlandse dochter van Philip Morris, die sinds 2017 een centrale plek inneemt in de bedrijvenboom van de tabaksproducent. Philip Morris International Holdings staat in de pikorde boven de Zwitserse tak, en valt direct onder de Amerikaanse tak van de tabaksproducent. Stroomt in Zwitserland opgepot geld terug naar Nederland, om vervolgens de oceaan over te steken naar het hoofdkantoor in de Verenigde Staten? Het is niet te beoordelen, want de jaarverslagen zijn leeg. Mogelijke aanwijzing: een van de bestuurders van de dochteronderneming is Piet Huijben, ‘manager belastingprojecten’.

Er zijn ook niet-fiscale mogelijkheden voor het bestaan van de nieuwe Nederlandse vestiging, nuanceert Jan van Koningsveld, oprichter van het Offshore Kenniscentrum, dat onderzoek doet naar fiscale constructies van bedrijven. „Nederland heeft als EU-land bijvoorbeeld betere toegang tot Europese instellingen en investeringen dan Zwitserland.”

Dat de tabaksfabrikanten veel geld verplaatsen van Nederland naar Zwitserland is niet vreemd. Zwitserland is geliefd onder tabaksfabrikanten. Drie van de vier wereldspelers van de tabaksindustrie zijn fysiek aanwezig in Zwitserland. Philip Morris International heeft een operationeel hoofdkwartier in Lausanne en een onderzoekscentrum in Neuchâtel. Genève herbergt een van de twee hoofdkantoren van concurrent Japan Tobacco International (JTI). Beide tabaksreuzen produceren op grote schaal sigaretten in Zwitserse fabrieken, net als British American Tobacco (BAT).

De verklaring voor de grootschalige aanwezigheid van tabaksfabrikanten in Zwitserland is deels fiscaal van aard, zo geeft bestuursvoorzitter Geoff Bible van Philip Morris al in 1998 toe. Waarom heeft zijn werkgever zich in Lausanne gevestigd? „Het fiscale klimaat, de politieke stabiliteit en het warme welkom van de autoriteiten waren de eerste criteria”, antwoordde hij. De Universiteit van Californië slaat een transcriptie van het vraaggesprek op in de Industry Documents Library, een verzameling van miljoenen juridische documenten.

Tot begin vorig jaar boden Zwitserse deelstaten, zogeheten kantons, belastingvrijstellingen aan bedrijven die voor hun inkomen grotendeels afhankelijk waren van investeringen of dividend uit het buitenland. Op aandringen van de OESO, de organisatie van rijke industrielanden, is die voor multinationals profijtelijke regel inmiddels afgeschaft. Ter compensatie hebben de kantons in 2020 hun toch al lage belastingtarieven verder verlaagd, volgens een rapport van accountant KPMG. Ook zijn er nieuwe belastingvoordelen voor royalty’s en productinnovatie gekomen.

Een juridisch paradijs

De keuze voor Zwitserland biedt Philip Morris nog een ander voordeel. De sigarettenfabrikant kreeg in Zwitserland een nieuwe juridische start. In de jaren negentig richtten 46 procureurs-generaal in de Verenigde Staten het vizier op de tabaksindustrie. Tegelijkertijd begon het Amerikaanse ministerie van Justitie een onderzoek, vertelt Pascal Diethelm van belangenorganisatie OxySuisse, die zich inzet voor een Zwitserland zonder tabak.

Als consequentie van de gerechtelijke vervolging besloten diverse tabaksgiganten hun activiteiten binnen en buiten de Verenigde Staten te scheiden, legt de voormalige werknemer van wereldgezondheidsorganisatie WHO uit. Dat scheelt in het aantal zaken dat Amerikaanse tegenstanders kunnen aanspannen, en in de hoeveelheid bewijs die aanklagers kunnen verzamelen. „Zwitserland is een gesloten land. Er is geen risico dat een rechter hier interne documenten opvraagt. Noem het gerust een juridisch paradijs”, zegt Diethelm.

Als voorbeeld van de Zwitserse juridische souplesse noemt Diethelm een rechtszaak tegen een Zwitsers dochterbedrijf van Philip Morris die hij recent met een Franse belangenorganisatie aanspande. Het proces over in Frankrijk gepubliceerde advertenties stokte toen het bedrijf alle bezittingen en schulden verplaatste naar een andere Zwitserse dochter. „De juridische aansprakelijkheid werd niet overgeheveld en verdween met het opheffen van het oude dochterbedrijf”, zegt de activist. De Franse advocaat Hugo Lévy bevestigt die gang van zaken.

Aansprakelijkheid die oplost in het niets, dat klinkt opmerkelijk. Zwitserse rechters zijn er nog niet helemaal uit of dit mag, blijkt uit jurisprudentie. Wel duidelijk is dat het in Zwitserland zeer moeilijk is een bedrijf te vervolgen voor overtredingen van een opgeslokte onderneming. De gedachtegang: een erfgenaam hoeft ook niet de gevangenis in voor belastingontduiking van een overledene.

Een woordvoerder van Philip Morris laat weten dat alle bezittingen en aansprakelijkheden bij de overheveling van rechtswege automatisch meeverhuisden. Ook zegt hij dat de keuze voor Zwitserland als locatie van het operationele hoofdkantoor geheel losstaat van juridische zaken in de Verenigde Staten.

Extra nicotine en teer

Zwitserland blijkt in meer opzichten een ‘thuis’ voor tabaksfabrikanten. Zo heeft het de minste reclamebeperkingen van alle Europese landen, blijkt uit de Tobacco Control Scale, gepubliceerd door organisaties die kanker bestrijden. Adverteren mag buiten, in de bioscoop en in gedrukte media. Ook is reclame maken toegestaan bij evenementen voor volwassenen.

Daarnaast mogen tabaksfabrikanten in Zwitserland sigaretten produceren met meer verslavende nicotine en smaakbepalende teer dan in de Europese Unie is toegestaan. „In Zwitserland is het niet legaal om die sigaretten te verkopen, maar exporteren mag wel”, zegt Luciano Ruggia, directeur van de Association Suisse pour la prévention du tabagisme. Extra voordeel: ‘Gemaakt in Zwitserland’ klinkt internationaal goed.

De fabrieken van JTI, PMI en BAT produceren in Zwitserland dan ook op grote schaal sigaretten voor landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, waar rokers ongestoord extra vuile sigaretten mogen roken. In 2019 was Japan de grootste afnemer van Zwitserse sigaretten, gevolgd door Zuid-Afrika, Marokko, Bahrein en Saoedi-Arabië. Het ‘land van schone luchten’ exporteerde in 2019 voor 528 miljoen Zwitserse frank (489 miljoen euro) aan tabaksproducten. Ter vergelijking: de export van Zwitserse kaas was dat jaar goed voor 668 miljoen Zwitserse frank, de verkoop van chocola aan het buitenland leverde iets meer dan een miljard frank op.

Lees ook: Hoe een koffieketen de fiscale praktijk veranderde

Verder zijn bestuurders van Zwitserse kantons de tabaksfabrikanten goed gezind. In 2018 stuurden 5 van de 26 kantons bijvoorbeeld een brief naar de leden van de parlementaire commissie die reclamebeperkingen onderzoekt. Zij kwamen daarin op voor de vrije economie en de belangen van achtduizend werknemers in de tabaksindustrie, onthulde het Zwitserse televisieprogramma Temps présent. Het zijn deze kantons die in Zwitserland het merendeel van de belasting heffen en in rulings afspraken maken over de belastingafdracht van bedrijven.

Ook in de overkoepelende federale politiek werkt de voorkeursbehandeling voor sigarettenfabrikanten door. Eind 2016 ontnam het Zwitserse parlement de federale regering de mogelijkheid de accijns op sigaretten nog te verhogen.

De tabaksreuzen hebben ook onschuldige redenen om zich in Zwitserland te vestigen, nuanceert hoofdeconoom Martin Eichler van het Zwitserse onafhankelijke onderzoeksinstituut BAK Economics. Zo beschikt het over goedopgeleide werknemers, hoge productiviteit, een relatief vrije arbeidsmarkt en een grote Europese afzetmarkt. Het is niet moeilijk expats over te halen zich in het meertalige land te vestigen.

Philip Morris laat per mail weten belasting te betalen in overeenstemming met de regels van de landen waar het bedrijf zaken doet, „waar mogelijk in overleg met de relevante belastingdiensten”. Op andere gedetailleerde vragen van The Investigative Desk gaat het bedrijf niet in.