Sensitivity reader helpt bij de ‘blinde vlekken’

Vertalen Uitgevers schakelen ervaringsdeskundige meelezers in, die auteurs behoeden voor uitglijders. „Maar geef ze ook ruimte om fouten te maken.”

De sensitivity reader bestaat al even, de gevoeligheid is nieuw.
De sensitivity reader bestaat al even, de gevoeligheid is nieuw. Foto KOEN VAN WEEL, ANP

Stel je bent een Italiaanse schrijver en je wilt een comedy schrijven die zich afspeelt in de hel, waar onder meer de profeet Mohammed en zijn schoonzoon Ali worden gemarteld. Dan kan het raadzaam zijn om aan een meelezer uit de moslimgemeenschap te vragen of zij het boek vooraf wil bekijken, om je te behoeden voor eventuele uitglijders.

In een nieuwe Nederlandse bewerking voor pubers van Dante’s Inferno (1320) heeft de vertaler Mohammed en Ali geschrapt, om niet onnodig lezers te kwetsen. Dit leidde deze week tot enige ophef, en bracht de gedachten terug naar een discussie eerder deze maand over de ‘sensitivity reader’. Dat is een ervaringskundige meelezer die een manuscript controleert op missers over andere culturen of minderheden. Staat er kwetsend taalgebruik in? Worden personages stereotyperend beschreven? Wordt de werkelijkheid geweld aangedaan? Vergelijk het met een rechercheur die een misdaadroman meeleest.

Het bestaan van de sensitivity lezer kwam voor het Nederlandse publiek aan het licht bij het relletje rond ‘The Hill We Climb’, het gedicht dat Amanda Gorman voordroeg bij de inauguratie van president Biden. Marieke Lucas Rijneveld zou dat naar het Nederlands vertalen, maar gaf die opdracht terug na kritiek. Rijneveld werd minder geschikt geacht, onder meer omdat de schrijver geen zwarte spoken-word-artist is. De uitgeverij had al laten weten dat de vertaler hulp zou krijgen van sensitivity readers.

Voor zover bekend bestaat de sensitivity-lezer als beroepsgroep nog niet in Nederland. Maar er bestaan wel meelezers die manuscripten bekijken om er vanuit hun ervaring hun licht over te laten schijnen. Rebecca Wilson van uitgeverij De Geus: „Ik noem het liever ‘thematische meelezers’. Op informele wijze is dat al een gangbaar fenomeen. De een brengt bijvoorbeeld expertise mee over genetica, en de ander over een bepaalde culturele identiteit”. De uitgeverswereld is overwegend wit en heeft daarom ‘blinde vlekken’, stelt ze. Die kunnen meelezers helpen opvullen. „De artistieke autonomie van de schrijver staat altijd voorop. Maar als het goed is, kennen ze hun eigen beperkingen als het gaat om bepaalde levenservaring. Jonge schrijvers zijn allemaal bezig met de thematiek van de veranderende samenleving, en die willen graag weten: hoe kan ik dat het beste doen?”

Grondige research

Anna Woltz, schrijver van kinderboeken als Mijn bijzonder rare week met Tess en Gips, vindt het de taak van de schrijver om eerst grondige research te doen: „Je moet echt goed begrijpen waarom een hoofdpersoon zich op een bepaalde manier voelt.” Daarbij kan een meelezer helpen. „Voor mijn boek Alaska, dat gaat over en jongen met epilepsie, had ik als meelezer een zeventienjarig meisje met epilepsie.” Toen Woltz’ roman uitgebracht werd in het Verenigd Koninkrijk ging het toch mis. „Het boek zou met achtduizend exemplaren verspreid worden op Britse scholen. Voorwaarde was wel dat ik meeging in de suggesties van hun sensitivity reader. Die had some concerns.” De hoofdpersoon noemt zichzelf in het begin van het boek een ‘freak’. Dat moest eruit van de sensitivity reader. Knarsentandend ging Woltz akkoord. „De denkfout die ze in de Angelsaksische wereld vaak maken, is dat de denkbeelden van een personage ook die van de schrijver zijn. Dit waren gedachten van een boze dertienjarige jongen over zichzelf; nodig voor het verhaal, want dat gaat juist om de ontwikkeling die hij doormaakt, en dat hij vrede krijgt met zichzelf.”

Woltz is boos over het onbegrip, maar relativeert: „Het is dat ik toevallig Engels kan lezen, anders was het me niet opgevallen. Mijn boeken zijn in 22 talen vertaald, ik weet zeker dat in die andere taalgebieden wel eens iets wordt aangepast.” Overigens ging het, volgens haar, bij deze ingreep niet om een sensitivity reader die ervaringskundig was op het gebeid van epilepsie, maar om een allrounder in dienst van de uitgever, die over álle eventuele gevoeligheden oordeelde. „Zijn beroep was om te bekijken of het boek bij wie dan ook op welke manier dan ook in het verkeerde keelgat zou schieten.” Dat is schadelijk en werkt averechts volgens haar: „Het is raar dat één persoon uit een groep bepaalt hoe alle mensen in die groep zich voelen. Je gaat minderheden juist op een andere manier behandelen door ze met fluwelen handschoentjes aan te pakken.”

Opkontje door een rel

In het Engelse taalgebied bestaat de sensitivity reader al een paar jaar. De prille beroepsgroep kreeg een opkontje door wederom een rel: de fantasyroman The Continent van Keira Drake werd in 2016 teruggehaald uit de boekhandels omdat het volgens critici beledigende stereotypes van Amerikaanse indianen en Aziaten bevatte. Met de hulp van sensitivity lezers herschreef Drake haar boek.

Lynn Brown, sensitivity reader te New York, vertelt dat ze eigenlijk altijd al dit werk deed. Alleen heette ze toen nog ‘freelance editor’: „Ik ben vooral een redacteur die focust op de representatie van doorgaans gemarginaliseerde groepen.” Browns vader is Choctaw, haar moeder Afro-Amerikaanse. „Ik let op de beschrijving van inheemse Amerikanen, hoe het leven is in het reservaat. Het gaat niet alleen om mijn ervaring, maar ook om mijn diverse netwerk. Als er een gaypersoon wordt beschreven, weet ik wie ik moet bellen om de juistheid daarvan te controleren. Als het over een autistische persoon gaat, weet ik aan wie ik het kan doorgeven. Soms is het echt te ver weg. Ik kreeg laatst een boek over Samoa in Oceanië. Ja, dat is ook inheems, maar dan twaalfduizend kilometer verderop.”

Kijken of een boek niemand beschadigt, zo omschrijft ze haar werk. „Schrijvers zijn er doorgaans op uit om een betere wereld te maken.” Natuurlijk kan een schrijver haar advies naast zich neerleggen, zegt ze: „Als je beledigend wil zijn, en je bent bereid om daar de terugslag van te ondergaan, dan moet je dat doen.”

Op Lynn Browns cv staat naast Choctaw en African American ook biseksueel, ‘interraciale verhoudingen’ en ‘onzichtbare handicaps als chronische pijn’. Als je kijkt naar de cv’s van haar collega’s, die net als Brown zijn aangesloten bij agentschap Salt & Sage Books, dan blijken dat boeiende mengsels van afkomst, levenservaring en trauma: ‘Tijgerouders’, ‘schizofreen’, ‘mannelijke overlever van verkrachting’, ‘gewelddadige romantische relaties’. Daarin onderscheidt de sensitivity reader zich van andere geraadpleegde experts.

Overdramatiseren

David Orión Pena uit Madrid is sensitivity reader op het gebied van transgenderkwesties. Hij studeerde genderstudies en psychologie, onder meer aan de UvA in Amsterdam. „Het gaat niet alleen om mijn persoonlijke ervaring, maar ook om mijn kennis. Als je iets over de Tweede Wereldoorlog schrijft, ga je naar een historicus, als je iets over trans personen schrijft, kun je bij mij terecht.” Wanneer een schrijver zegt dat hij voornemens is een boek te schrijven over een trans persoon, is Pena’s eerste advies: „Doe maar niet.” Vaak vervallend schrijvers toch in het overdramatiseren van de transitie, en het stereotyperen van het personage als „zacht en gevoelig”: „Probeer eens om de transitie niet als thema te nemen. Ik zou het heerlijk vinden als een trans persoon eens een schurk kon zijn, of laat hem de wereld redden. Het hoeft niet altijd over dat ene aspect van zijn persoonlijkheid te gaan.” Hij ziet de inbreng van de sensitivity reader als een verrijking: „Je kunt het personage en daarmee het verhaal meer verdieping geven.”

Volgens Pena is zijn werk een ‘doekje voor het bloeden’: „Idealiter zou er genoeg kennis aanwezig moeten zijn binnen de uitgeverij. Pena denkt daarom dat het een tijdelijke baan is: „Over twintig jaar hebben alle uitgeverijen zelf schrijvers en redacteuren van diverse afkomst, en dan is de sensitivity reader niet meer nodig.” Tot die tijd, zegt hij, moeten we wel waken voor overdreven waakzaamheid: „Je moet mensen ook de ruimte geven om het fout te doen, en zichzelf te verbeteren.”