Interview

‘De woningnood heeft Rotterdam overvallen’

Michelle Provoost architectuurhistoricus

Rotterdam heeft meer oog voor de cultuurhistorie, maar er worden nog altijd domme besluiten genomen, zegt Michelle Provoost, winnaar van de Grote Maaskantprijs 2020.

Vanuit de geschiedenis kun je „een scherpe blik” op stadsontwikkeling ontwikkelen, zegt Michelle Provoost.
Vanuit de geschiedenis kun je „een scherpe blik” op stadsontwikkeling ontwikkelen, zegt Michelle Provoost. Foto Maarten Laupman

Als architectuurhistoricus zet Michelle Provoost (1964) zich in voor een rol van de geschiedenis in de herontwikkeling van de stad. Vrijdag krijgt ze de Grote Maaskantprijs 2020 uitgereikt, de tweejaarlijkse oeuvreprijs voor een bijdrage aan het debat over architectuur, stedenbouw of landschapsinrichting.

De jury roemt Provoost om haar „diepgaand onderzoek” naar „de (mondiale) stad en maatschappelijke vraagstukken die in de gebouwde omgeving verankerd zijn”.

Provoost is medeoprichter en partner van Crimson in Rotterdam, een bureau voor architectuurgeschiedenis en stedelijke ontwikkeling. Haar proefschrift uit 2003 over wederopbouwarchitect Huig Maaskant (1907-1977) is een standaardwerk. Maaskant ontwierp in Rotterdam onder meer het Groothandelsgebouw, Industriegebouw en de Euromast.

Hoe is het om als dé Maaskantkenner de Maaskantprijs te krijgen?

„Fantastisch! Voor mensen die publiceren over architectuur is dit de grootste prijs die je in Nederland kunt krijgen. Daarnaast zitten tussen de prijswinnaars alle mensen die ik als mijn leermeesters zie, zoals Auke van der Woud, Ed Taverne, Rem Koolhaas en Riek Bakker. En de prijs is ingesteld door de man over wie ik een boek heb geschreven. Maaskant was een architect die veel bouwde maar niet veel schreef, omdat hij dat een vak apart vond. Met deze prijs wilde hij het maatschappelijke debat over architectuur stimuleren.”

Momenteel woedt zo’n debat over het bouwen rondom Maaskants Euromast, wat is uw visie in deze?

„Moeilijke vraag. In principe is de Euromast gemaakt om vrij te staan, zodat je vanuit de verte zicht hebt op het stuk dat boven de bomen uitsteekt, maar ook op hoe hij op de grond staat. Aan de andere kant is bebouwing van dat stadsdeel niet gek, ook om Het Park visueel te begrenzen. Daar zou het in principe sterker van kunnen worden. Het is de vraag of dat met deze plannen gebeurt, want die zijn wel heel massaal en meer een gevolg van winstmaximalisatie dan van ruimtelijk ontwerp. Ik hou mijn hart vast of dat goed komt. Het is trouwens niet zo dat Maaskant per definitie tegen het plan zou zijn geweest. Hij was iemand die de vanzelfsprekende ontwikkeling van de stad omarmde.”

Lees meer over stadsontwikkeling in Rotterdam: Dromers vs. Wakers

In Rotterdam werd lang ontwikkeld zonder oog voor cultuurhistorische waarde. Is er een kentering?

„Ja, dat vind ik wel. Begin jaren 90 woonde ik hier pas en hebben wij ons enorm ingezet voor het behoud van een aantal wederopbouwpanden die op de slooplijst stonden, zoals Huf [een winkelpand aan de Hoogstraat, red.]. Alles uit de wederopbouw werd gezien als kille, anonieme architectuur waar nodig iets op- of aangebouwd moest worden. Het Comité Wederopbouw bracht in kaart wat er voor bijzonders uit die tijd was én hoezeer dat de identiteit van Rotterdam bepaalde. Daarna is het gelukkig omgeslagen. Dit neemt niet weg dat er nog steeds domme beslissingen worden gemaakt. Zoals bij de Westewagenstraat tegenover de Laurenskerk, waarin tweederde van een ensemble gesloopt is en de nieuwbouw wordt aangepast aan het stukje wat er nog staat. Heel slap verhaal. Maar in de wederopbouwstraat waar ons kantoor zit, de Delftsestraat, zou gesloopt worden en wordt nu herontwikkeld. Er gaan ook dingen goed.”

Is die omslag in het denken mede een verdienste van Crimson?

„Ik hoop dat we daaraan bijgedragen hebben. Sinds de oprichting in 1994 hebben we veel cultuurhistorische studies gedaan, maar ook ontwikkelvisies gemaakt. Of dat nu voor Hoogvliet was, de Afrikaanderwijk of de Hofbogen. Dan beginnen we met het benoemen van de kwaliteiten van het gebied. Dit kan een gebouw zijn dat architectonisch misschien niet interessant is, maar wel karakteristiek voor een buurt. Vervolgens baseren we daar onze toekomstvisie voor transformatie op. Die werkwijze is nu gangbaar, maar 25 jaar geleden was dat bepaald niet het geval. Zeker niet in de Zuidelijke Tuinsteden, of bijvoorbeeld de Spaanse Polder. Als je kijkt naar de oorspronkelijke concepten voor een gebied, wordt zo’n plek een stuk interessanter dan wanneer je alleen kijkt naar de verwaarloosde architectuur. Vanuit de geschiedenis kun je een scherpe blik ontwikkelen op wat er kan en moet gebeuren in de stad. Dat vind ik het leukste om te doen en dat onderwijzen we ook op ons onderwijsplatform Independent School for the City, waarin ik al mijn tijd investeer.”

Wat gaat er nu niet goed met stadsontwikkeling in Rotterdam?

„De woningnood heeft de stad echt overvallen. Het streven van de Woonvisie om wijken gemengder te maken is in principe goed, maar door het effect van de stijgende woonprijzen gebeurt dat al vanzelf. Bij nieuwe bouwprojecten zou het aandeel betaalbare woningen groter moeten zijn. Die 20 procent sociale huur als huidige richtlijn van de gemeente is te weinig.

„En klimaatadaptatie. Aan de ene kant zijn er groene projecten, van Hofplein tot Urban Farming, waarmee het stadsimago wordt bepaald. Aan de andere kant is de gemeente voor 70 procent aandeelhouder van de haven, die voor de helft op fossiele brandstoffen draait. Dat is de grootste aanjager van klimaatverandering in Rotterdam, 90 procent van de uitstoot komt daarvandaan.”

Lees het artikel Hoe ‘stadsvernieling’ een slechte naam kreeg in Rotterdam

Crimson heeft ook een groot onderzoek naar migratie gedaan. Vanuit maatschappelijk engagement?

„Ja, vanuit de geschiedenis proberen we bij te dragen aan actuele vraagstukken, of dat nu migratie, woningnood of klimaatadaptatie is. Uit ons onderzoek blijkt dat in alle grote steden altijd al migratiestromen waren. Zeker in Rotterdam als havenstad is dat sinds eind 19de eeuw aan de orde. Toen kwamen de havenarbeiders uit Brabant en Friesland – in die tijd was dat net zo ver als Noord-Afrika nu. Het is daarom niet gek dat we nu een superdiverse stad zijn met niet één meerderheid. Dat is een natuurlijk fenomeen, waar je niet bang voor hoeft te zijn. Het probleem is eerder dat de stad zo georganiseerd is, dat er geen plaats is voor migranten; er zijn te weinig woningen en banen. Dat zorgt voor onnodige frictie, competitie en politieke polarisatie.”

Naar aanleiding van de Grote Maaskantprijs 2020 maakten Gabriëlle Provaas en Rob Schröder een korte documentaire over het werk van architectuurhistoricus Michelle Provoost.