Recensie

Recensie Beeldende kunst

Losgebroken halsbandparkieten, misverstanden en andere galerietips

Beeldende kunst Uit de vele tentoonstellingen die in galeries te zien zijn, maakt NRC wekelijks een selectie. De meeste exposities zijn op afspraak te bezichtigen.

Longing for Paradise, een tentoonstelling van Marjan Laaper.
Longing for Paradise, een tentoonstelling van Marjan Laaper.

Marjan Laaper laat je een uil in de ogen kijken

De tentoonstelling van Marjan Laaper stond gepland voor afgelopen december: de donkerste dagen zijn voor videokunst, haar medium, het best.

Vijf grote videowerken maakte ze, portretten van dieren die via beamers op de muren verschijnen als gewichtloze visioenen – monumentale vogels, een slapende rode panda, een slak op het handje van een Chinees beeldje.

Vooral dat laatste levert een concurrentie in sierlijkheid op, zo gracieus als het dier over het porselein beweegt.

Corona zorgde voor uitstel naar een lichter seizoen, maar in zekere zin past dat beter. Want nu de lente begint en zonlicht de verduisterde galerie in sijpelt, herinnert Laapers trage videowerk aan hoe tijd niet enkel lineair verloopt. Tijd is ook circulair, want de seizoenen keren altijd terug.

En dus ligt de panda onbekommerd te slapen, en heeft een nijlgans er kuikens zoals ieder jaar. De jaarvogel die je begroet wanneer je de galerie binnenstapt, zit rustig op een tak met bloesems die je ziet openen en sluiten, dankzij subtiele computermanipulaties.

Zo combineert Laaper traagheid met versnellingen en ook dat levert een gevoel op van de eeuwigheid van een onbedorven natuur.

En in die stilte, waarin ademhaling de enige activiteit is, krijg je als bezoeker alle gelegenheid om alle verenpracht en vacht te aanschouwen. Elk donsveertje, elk haartje is uitgelicht.

Hyperrealistisch en tegelijk blijven deze dieren mysterieus. Dat komt ook doordat je normaliter in het dagelijks leven niet een uil zo nabij in de ogen kunt kijken, waarbij dit exemplaar nota bene behoorlijk indringend terug staart.

Hoewel de uil in de galerie prima op zijn gemak lijkt, maakte Laaper ook ontwerpen om deze buiten te projecteren – metersgroot, het liefst in een stad of in Pernis, bij de Rotterdamse haven.

Stel je eens voor. Pernis, ook een en al onwerkelijkheid, waar ’s nachts altijd licht brandt, gecombineerd met dit nachtdier uit ook een wereld die ver afstaat van onze dagelijkse leefwereld.

Wat zou zo’n industrielandschap dan ineens magisch worden, als decor voor het verloren paradijs.

Balanceren tussen moedwil en misverstand

Henk Visch is zo’n kunstenaar die al decennia aan zijn eigen wereld bouwt – een wereld met eigen wetten, eigen vormen, eigen misverstanden. Volledige vrijheid, daar gaat het Visch om. Toch, als je zijn nieuwe solo bij Tim van Laere Gallery in Antwerpen binnenloopt, is het even slikken. Kijk, een hulpeloze, pikzwarte figuur, met felgroen touw aan de muur gebonden – het zit ook om zijn nek. Of hé: een zittende figuur met koperen banden om polsen, nek en enkels. Een groep van vier zwarte mannetjes, met op hun hoofd een zwarte paal waar een spiegelende bol op prijkt, waarin jij, als toeschouwer, wordt weerspiegeld.

Henk Visch, Dancing Bear, 2020.

Wat wil Visch in vredesnaam met deze hints naar de zwarte cultuur en geschiedenis? Natuurlijk, op het eerste gezicht past het heel goed bij zijn werk om grenzen af te tasten: ligt de betekenis van vormen, van beelden ooit vast? Mag iemand zich vormen toe-eigenen, en kun je als witte man dan nog wel zwarte beelden maken? Toen zag ik, toegegeven, tot mijn opluchting, dat de vastgebonden figuur Dancing Bear heet – een beer dus, geen man, wat in de wereld van Visch heel goed mogelijk is. Of is die titel alleen maar een excuus?

Daar lijkt het om te draaien op deze tentoonstelling: vrijwel alle beelden, inclusief hun titels, balanceren perfect op de grens van moedwil en misverstand. Ze kunnen verwijzen naar zwarte mensen of zwarte cultuur, maar als Visch erop zou worden aangesproken kan hij zich er ook makkelijk aan onttrekken. Daardoor blijft het knagen.

Je kunt deze tentoonstelling heel goed opvatten als een groot pleidooi voor artistieke vrijheid, maar evengoed als een verkapte legitimatie van het idee dat racistische beeldtaal helemaal niet bestaat. Het is een vreemde gewaarwording: de hyperautonome Visch, die zich ineens stevig mengt in de autonomie-discussie. Of is dat ook een misverstand?

Halsbandparkieten als losgebroken pixels

Vuur, water, lucht en aarde. Of, meer abstract gezegd, hoe de wereld in elementen op te breken is: daarover gaat de themaexpositie Fragments of Sphere bij Project Space On The Inside in Amsterdam-Noord.

Op de begane grond komen die vier elementen vrij letterlijk terug. In Tempest (study for The Raft) (2005) van Bill Viola wordt een diverse groep mensen in slowmotion overvallen door een gigantische straal water. Dapper houdt de groep stand – al blijft niet iedereen staan. Het water, de dreiging van buitenaf, houdt hen samen.

Op deze foto: Heimweh van Henk Stallinga. Tentoonstelling: Fragments of Sphere, On The Inside.

In KOE (2015) van Cyprien Gaillard zoeven tientallen halsbandparkieten door de lucht boven een moderne winkelboulevard in Düsseldorf. De halsbandparkiet werd als volièrevogel naar Europa gehaald uit Afrika en Zuid-Azië. Ze verworven een (vrij dominant) plaatsje in het Noord-Europese ecosysteem. In Gaillards film is soms niet te zien of de vogels echt zijn of digitaal nagemaakt. Als losgeslagen fluorgroene pixels schieten de parkieten over het scherm, prachtig.

Aarde komt naar voren in drie werken van Saskia Noor van Imhoff: onder andere kocht zij zeefdrukprints uit de ABN Amro-kunstcollectie en gaf die een plaatsje in intrigerende futuristische vitrines en in een uitsnede in een steen. De aarde als sokkel?

De vlammen grijpen om zich heen in het digitaal gegenereerde bos in Wildfire (meditation on fire) (2019-2020) van David Claerbout. De film (uit stilstaande beelden) wordt op enorm formaat getoond, wat ontzag wekt. Tegelijk zie je een landschap dat compleet gecontroleerd is, de bosbrand is hier een bewaakt vuurtje.

Dat aangename ritme van vier herkenbare elementen is minder op de tweede etage. De video en installatie van Amalia Pica, over venn-diagrammen als symbool voor samenwerking – tijdens haar jeugd in dictatoriaal Argentinië waren ze verboden – is cryptisch, maar intrigeert. Heimweh (2019), het werk van Henk Stallinga (ook initiatiefnemer van On The Inside) is een mooi slotakkoord. Verspreid over 12 knalrode televisies rollen de zeegolven van beeldscherm naar beeldscherm. Hier worden de losse delen weer één.