Sterke herstart van De achterkant van het gelijk met Alexander Pechtold

Zap Over het belang van verantwoord ondernemen denken zes CEO’s van grote Nederlandse bedrijven heel verschillend, bleek in de herstart van het legendarische discussieprogramma.

Alexander Pechtold in De achterkant van het gelijk (BNNVARA).
Alexander Pechtold in De achterkant van het gelijk (BNNVARA).

Drie jaar na zijn afscheid van de Tweede Kamer heeft nationaal rijbewijsbaas Alexander Pechtold de weg terug naar de schijnwerpers gevonden: BNNVARA koos hem als presentator van De achterkant van het gelijk, het legendarische discussieprogramma waarin PvdA- en VARA-coryfee Marcel van Dam zijn gasten het ethische vuur na aan de schenen legde.

Hoe zat het met de innerlijke Van Dam van Pechtold? De D66’er is meer een plager dan een beuker, bleek dinsdag uit de eerste aflevering. Daarin waren zes CEO’s (Marcel van Dam had ze vast ‘bovenbazen’ genoemd) van grote Nederlandse bedrijven te gast. De presentator wilde eerst weten hoeveel uren zijn gasten werkten. „U houdt zo van de veertigurige werkweek dat u er twee doet”, grapte Pechtold. Dat was om het ijs een beetje te breken, want sommige bestuurders – met name de vertegenwoordigers van ABN Amro en Shell - zaten erbij als leerlingen die vreesden op het verkeerde moment een beurt van de meester te krijgen. Plezierdebater Pechtold zou toch niet ineens over witwassen of over olielekken in Afrika beginnen?

De presentator hield de sfeer gemoedelijk en bracht hoofdzakelijk denkbeeldige dilemma’s ter tafel. Wel prikte hij even toen Peter Berdowski (Boskalis) olijk vroeg „hoe laag” de Balkenendenorm ook alweer was: „Voor velen is die hoog, meneer Berdowski.”

Aanvankelijk dreigden we enkeldiep weg te zakken in bedrijfsmarketingsjargon, met verklaringen over ‘transparantie’, ‘uitleggen’ en ‘ambitie’. Toch begon er geleidelijk aan wat te schuiven. Zo gaven ook CEO’s die volhielden dat de Raad van Commissarissen over hun beloning ging, uiteindelijk toe dat die commissarissen hun voorstellen uitvoerden.

De meeste bazen wekten de indruk bedachtzame types te zijn. Zo meldde Dimitri de Vreeze (DSM) bij een van de aangeroerde kwesties dat hij in dat geval toch eerst een cappuccino zou nemen. „Misschien wel drie.” Zou er een Balkenende-norm voor bestuurlijke koffieconsumptie bestaan?

De opmerkelijkste bijdragen kwamen van Hanneke Faber (Unilever) die duidelijk wilde maken dat haar bedrijf in maatschappelijk verantwoord ondernemerschap voor de anderen uit liep. Vrome woorden over waarden en integriteit veegde zij opzij door te zeggen dat een bedrijf zich ook concrete maatschappelijke doelen moet stellen. Waarna ze die van haar werkgever op het gebied van klimaat, eerlijke lonen en diversiteit uiteen zette. Faber trok met zichtbaar plezier het gesprek naar zich toe en schroomde niet om dilemma’s uit haar eigen concern te benoemen. „We hebben een fabriek in Myanmar. We zijn er eerlijk gezegd nog niet uit hoe we daar nu mee omgaan.”

Al die aanhankelijkheid aan ideëel gestuurd ondernemen leidde tot toenemende korzeligheid bij Peter Berdowski, Boskalis-baggeraar van het oude stempel. Hij vond dat ondernemers zich niet idealistischer moesten voordoen dan ze zijn en hij maakte spottende opmerkingen over maatschappelijke misstanden waar Faber nog wat aan zou kunnen doen: „Nu de doodstraf nog.” Ook het huis van het grootkapitaal heeft vele kamers, zo bleek maar weer.

De Vreeze van DSM koos de zijde van Faber. Een bedrijf heeft volgens hem alleen toekomst als het winst maakt, goed voor zijn mensen zorgt en nadenkt over de toekomst van de planeet. „In die volgorde”, brak Berdowski in, maar daar had De Vreeze geen zin in: „Nee! Geen volgorde.” Zo maakte De achterkant van het gelijk een sterke herstart, waarin bleek dat er aan de voor- en achterkant van ondernemend Nederland nieuwe gelijken ontstaan.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.