Slechte voorbeelden voor de jeugd

Nauwe verwanten bespreekt architectuur die verwant is. Vandaag: brutalistische kasteeltorens.
BRUTUS, beoogd cultuurcluster in Rotterdam.
BRUTUS, beoogd cultuurcluster in Rotterdam. Beeld Joep van Lieshout/Powerhouse Company

BRUTUS, in hoofdletters, heet het ‘grootschalige cultuurcluster' in Rotterdam dat vorige week werd gepresenteerd. Als een nieuwe bouwcrisis geen roet in het eten gooit, wordt BRUTUS, bestaande uit een cultuurcentrum, 750 woningen, werkruimtes en horeca-voorzieningen, de komende jaren gebouwd in het M4H-gebied, het oude havengebied waar sinds begin jaren tachtig veel kunstenaars zijn neergestreken in loodsen en andere verlaten gebouwen.

Met BRUTUS wil kunstenaar Joep van Lieshout, een van de initiatiefnemers en ontwerpers van het cultuurcluster, het M4H-gebied vernieuwen zonder ‘gentrificatie’. Gentrificatie begint vaak met de komst van kunstenaars in een vervallen buurt. Die wordt hierdoor weer aantrekkelijk, zodat ook yuppen er gaan wonen. Vervolgens stijgen de vastgoedprijzen, zodat de buurt voor de meeste kunstenaars te duur wordt. Ten slotte vertrekken de kunstenaars uit de inmiddels opgeknapte buurt naar een ander vervallen deel van de stad waar de geschiedenis zich herhaalt. Met BRUTUS hoopt Van Lieshout de cyclus van het ‘idee van kunst als gentrificatiemachine’ te doorbreken.

Met de naam BRUTUS verwijst hij naar het brutalisme, de stijl die tussen 1950-80 in heel Europa in zwang was. Ook in het Oostblok verrezen toen tal van sculpturale kolossen van béton brut, ruw beton. De blikvangers van BRUTUS, twee rechthoekige dikke woontorens met uitkragende bovenste bouwdelen, lijken dan ook op een van de bekendste brutalistische gebouwen van Europa: de Torre Velasca in Milaan.

De Torre Velasca in Milaan. Foto Herman Bunzing.

In de jaren vijftig werd de Torre Velasca, een ruwbetonnen woon- en kantoortoren van 106 meter hoog, niet ver van de witte Milanese Dom gebouwd naar een ontwerp van het Italiaanse architectenbureau BBPR. Toen Ernesto Nathan Rogers, de R van BBPR en vader van de bekende Britse architect Sir Richard Rogers, de Torre Velasca in 1959 zijn ruw betonnen dikke toren presenteerde op een architectencongres in Otterlo, reageerden zijn brutalistische collega’s tot zijn verbijstering afwijzend. Niet modern en eigentijds vonden ze de toren, en zelfs reactionair. „Een terugtrekking uit het moderne leven” noemde de Nederlandse architect Jaap Bakema de Torre Velasca omdat die lijkt op een middeleeuwse kasteeltoren en ook een puntdak en grote schoorstenen heeft. De Britse architect Peter Smithson, een van de oervaders van het brutalisme, vond dat de toren „een gesloten maatsschappij” vertegenwoordigde. Daarom was de Torre Velasca in zijn ogen „niet alleen esthetisch maar ook ethisch fout” en „een slecht voorbeeld voor de jeugd”.

Nu ruim zestig later Joep van Lieshout in Rotterdam het slechte voorbeeld in tweevoud volgt, moet worden vastgesteld dat Bakema en Smithson het in 1959 bij het verkeerde eind hadden: de Torre Velasca was niet oneigentijds en reactionair, maar juist zijn tijd vooruit.